**1..** In geval van verhuur van (een gedeelte van) schoolgebouwen wordt de hoogte van het huurtarief door het schoolbestuur vastgesteld. De tariefstelling bevat in ieder geval herkenbare bedragen voor de volgende 2 onderdelen:
Vergoeding voor de exploitatiekosten schoolgebouw;
Huurvergoeding (waaronder in ieder geval een vergoeding voor de kostencomponenten stichtingskosten en de overige exploitatielasten, die door de gemeente worden gedragen).
**2..** Als artikel 3, lid 7 van toepassing is, wordt de hoogte van het huurtarief in samenspraak tussen het college en het schoolbestuur bepaald.
**3..** Als artikel 3, lid 8 van toepassing is, wordt de hoogte van het huurtarief eveneens in samenspraak tussen het college en het schoolbestuur bepaald, maar stelt het college daarbij de hoogte van de huurvergoeding vast die het schoolbestuur aan de gemeente moet overdragen als vergoeding voor de stichtingskosten en de exploitatielasten die door de gemeente worden gedragen.
**4..** Bedoelde vergoeding wordt vastgesteld op een bedrag per m2 bruto vloeroppervlakte op jaarbasis (52 weken).
**5..** Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd conform de consumentenprijs index (CPI) alle huishoudens.
**6..** In het geval dat bij volledige verhuur wordt verhuurd voor een periode korter dan 1 jaar, wordt de hoogte van bedoelde vergoeding vastgesteld naar rato van het aantal weken huur.
**7..** In het geval dat een schoolgebouw(deel) volgtijdelijk wordt verhuurd, wordt de hoogte van bedoelde vergoeding vastgesteld naar rato van het werkelijke gebruik. Hierbij wordt het normatieve onderwijsgebruik op jaarbasis (1.040 uur) als uitgangspunt gehanteerd.
**8..** Bij volgtijdelijke verhuur wordt bedoelde vergoeding derhalve uitgedrukt in een bedrag per klokuur per m2 bruto vloeroppervlakte. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd conform de consumentenprijs index (CPI) alle huishoudens.
**9..** In geval de (volgtijdelijke) verhuur minder dan 10% van het normatieve onderwijsgebruik (1.040 uur per jaar) bedraagt, is géén afdracht aan de gemeente van de component zoals bedoeld in lid 1 onder b. vereist.
**10..** De component van het huurtarief, die betrekking heeft op de stichtingskosten en de exploitatielasten die door de gemeente worden gedragen, zoals bedoeld in het eerste lid onder b., wordt door het schoolbestuur afgedragen aan de gemeente.
**11..** De afdracht geschiedt achteraf, na facturering door de gemeente aan het schoolbestuur en na afloop van het desbetreffende kalenderjaar.
**12..** De gemeente zal in het geval de verhuur minder dan 10% van het normatieve onderwijsgebruik (1.040 uur per jaar) betreft, de component zoals genoemd in het eerste lid onder b., niet verhalen op het schoolbestuur.
**13..** In geval van medegebruik van (een gedeelte van) schoolgebouwen wordt de hoogte van het medegebruikstarief door het schoolbestuur vastgesteld. In dit geval maakt de huurvergoeding, zoals bedoeld in het eerste lid onder b., geen deel uit van het medegebruikstarief.
Artikel 10
Tariefstelling verhuur en medegebruik
Onderdeel van Medegebruik en verhuur schoolgebouwen gemeente Gilze en Rijen