Monitoring resultaten (nulmeting, monitoring)
In 2018 zijn de bermen van Berkelland in kaart gebracht op basis van een beperkt aantal bermtypes. De gebruikte systematiek is echter maar beperkt geschikt als basis voor monitoring van de ontwikkelingen en de ecologische resultaten.
Om een beter en meer betrouwbaar beeld te krijgen van de ontwikkelingen en resultaten op de kortere en middellange termijn wordt in 2026 een monitoringsplan opgesteld. Uitgangspunt is dat een aantal proeflocaties wordt bepaald en vervolgens wordt gemonitord.
In 2026 vindt een nulmeting plaats en in 2028 en 2034 volgt een nieuwe monitoringsronde op basis waarvan ontwikkelingen en resultaten inzichtelijk worden.
Gemeente Berkelland stelt in samenspraak met een ecologisch deskundig bureau een monitoringsplan op waarmee gedurende de beleidsperiode in beeld wordt gebracht wat de effecten zijn van het ecologische bermbeheer.
Training en begeleiding van medewerkers
Gemeente Berkelland voert het bermbeheer uit met eigen dienst. Zoals uiteengezet in hoofdstuk 8 brengt dat meerdere voordelen met zich mee, met name op ecologisch gebied.
Het biedt ook een goede mogelijkheid om de eigen medewerkers (extra) bewustwording van het belang van ecologisch bermbeheer mee te geven en ze actief en regelmatig te trainen. Daarmee wordt het beheer op zo goed mogelijke wijze uitgevoerd in de praktijk.
Het is daarbij van belang om voldoende scholing en training aan te bieden. In overleg met de medewerkers wordt een trainingsplan opgesteld en starten in 2026 met extra trainingen. Hierbij zijn verplichte certificaten om volgens de gedragscodes te mogen werken natuurlijk een belangrijk onderdeel. Maar de ambitie ligt hoger, namelijk medewerkers die met veel affiniteit en ruime kennis het ecologisch bermbeheer uitvoeren en ook actief uitdragen.
In 2026 wordt een scholings- en trainingsplan opgesteld voor de medewerkers ecologisch bermbeheer. Hierbij hoort ook de certificering die noodzakelijk is voor het kunnen werken met een goedgekeurde gedragscode.
Slootmaaisel en ecologisch bermbeheer
Eén van de belangrijkste basisprincipes van ecologisch bermbeheer is het principe van verschraling, dus het onttrekken van voedingsstoffen aan de bodem.
Verschralen is een direct gevolg van de gekozen methode van maaien en met name het afvoeren van het maaisel. Het heeft als resultaat dat er meer verschillende soorten kruiden in de bermen kunnen groeien en dat de bermen niet overheerst worden door een beperkt aantal concurrentiekrachtige soorten (meest algemene grassen).
Wanneer slootschoonsel of -maaisel in de berm wordt gedeponeerd kan dit snel leiden tot verrijking, maar ook tot andere negatieve ecologische effecten. Het werkelijke negatief effect is van verschillende factoren afhankelijk. Bijvoorbeeld van de tijdsduur dat het maaisel er ligt voordat het opgeruimd wordt, maar ook van de aard van het materiaal en of er bodemslib bij zit.
In veel gevallen is het ontwikkelen van kruidenrijke ecologisch waardevolle bermen in de praktijk erg moeilijk. Zowel de gemeente Berkelland als de waterschappen (Rijn & IJssel en Vechtstromen) deponeren slootschoonsel in bermen. De gemeente heeft namelijk een ontvangstplicht voor het slootschoonsel van de waterschappen.
In 2026 zal interne afstemming plaats vinden op dit onderwerp, maar ook met de waterschappen. Doel is het voorkomen van opslag van maaisel op ecologisch waardevolle bermen.
Zowel intern als met de waterschappen wordt ecologisch bermbeheer en het omgaan met slootmaaisel op elkaar afgestemd.