1. Het verbod op grond van 2.12, eerste lid, onder a van de APV in samenhang met paragraaf 7.3 van het Plaatsingsbeleid voor publieke laadpalen voor elektrische vervoer Gemeente Bergen op Zoom geldt niet voor een VPA als wordt voldaan aan de volgende voorschriften en eisen voor het aanwezig hebben en het gebruik daarvan.

2. Voorschriften voor het aanwezig hebben en gebruik van een VPA:

A. Toetsingscriteria

1) de eigenaar van de VPA beschikt niet over een parkeergelegenheid op eigen terrein;

2) het oplaadpunt dat wordt gebruikt voor het opladen van een elektrisch voertuig op een openbare parkeerplaats, bevindt zich op het eigen, particuliere terrein van de gebruiker/bezitter van het elektrische voertuig.

B. Voorschriften voor het aanwezig hebben en het gebruik van de verlengde private aansluiting

1) de laadkabel wordt over de volledige lengte waar deze het trottoir raakt afgedekt door een kabelmat die voldoet aan het bepaalde onder D;

2) de laadkabel en kabelmat veroorzaken geen hinder of gevaar voor andere weggebruikers. De eigenaar is verantwoordelijk voor de juiste plaatsing van de laadkabel in overeenstemming met deze nadere regels;

3) de laadkabel en kabelmat liggen niet over een rijbaan of fietspad of door of over openbaar groen. Het gebruik van een kabelgoot of kabelarm is niet toegestaan;

4) de laadkabel wordt in de kortste lijn van het oplaadpunt naar het elektrische voertuig over het trottoir gelegd;

5) eventuele extra kabellengte wordt op eigen terrein opgeborgen;

6) de laadkabel en de kabelmat worden zo snel als mogelijk na het opladen van het voertuig verwijderd uit de openbare ruimte;

7) laadkabels worden niet over elkaar heen gelegd, ook niet als er een kabelmat overheen wordt geplaatst;

8) de parkeerregels gelden onverkort en de openbare parkeerplaats blijft toegankelijk voor anderen;

9) de eigenaar draagt het risico in het geval als gevolg van onderhoud aan of herinrichting van de openbare weg de laadkabel en kabelmat tijdelijk of geheel onbruikbaar is.

C. Eisen aan de laadkabel

1) de laadkabel heeft een CE-markering, verkeert in goede staat en heeft een maximale totale lengte van tien meter;

2) het gedeelte van de laadkabel dat zich in de openbare ruimte bevindt, bestaat uit één ononderbroken deel.

D. Eisen aan de kabelmat

1) de kabelmat heeft een antislipprofiel;

2) de kabelmat heeft een maximale dikte van vijf millimeter;

3) de kabelmat heeft geelzwarte strepen als markering van de langste zijden van de mat.