Als u met een Wlz-indicatie in een instelling verblijft komt u in aanmerking voor de volgende voorzieningen:
Sociaal vervoer (de regiotaxi) zolang dat een algemene voorziening is onder de Wmo 2015,
Hulpmiddelen die thuis blijven staan als u minstens 18 dagen per jaar thuis wilt logeren. We volgen hierin de bestuurlijke afspraken die gemaakt zijn met de VNG.
Het gaat alleen om Wmo-hulpmiddelen die:
al aanwezig zijn op het moment van verhuizen;
u niet vanuit de zorginstelling kan meenemen naar huis. De zorginstelling bepaalt wat u mag meenemen.
Uitzonderingen/afspraken:
We verstrekken mobiliteitshulpmiddelen zoals een rolstoel en aangepaste fiets niet tweemaal. Deze vallen dus niet onder de afspraken.
Een traplift is geen hulpmiddel, maar een woningaanpassing. Deze valt toch onder de afspraken.
Hulpmiddelen die moeten worden onderhouden, gerepareerd of vervangen vallen onder de afspraken.
Als afspraken niet voorzien in een specifieke oplossing, dan werken partijen samen in de geest van de afspraken.
De werkwijze en de verantwoordelijkheid van de verschillende partijen staan in de bestuurlijke afspraken beschreven.
Als u met een Wlz-indicatie thuis woont met een pgb, VPT (Volledig Pakket Thuis) of MPT (Modulair Pakket Thuis) mag u voor bepaalde voorzieningen een beroep blijven doen op de Wmo. Het gaat dan om ondersteuning die helpt bij zelfstandig wonen en meedoen in de samenleving, zoals sociaal vervoer, een rolstoel of ander vervoermiddel, noodzakelijke woningaanpassingen en losse woonvoorzieningen.
Ook als u met een VPT bent verhuisd naar een geschikte zelfstandige woning, zoals een aanleunwoning, kunt u deze Wmo-voorzieningen aanvragen, zolang u zelfstandig woont en deze ondersteuning nodig heeft.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.6
Wmo voorzieningen voor een inwoner met een Wlz-indicatie woonachtig in een instelling
Onderdeel van Beleidsregels Sociaal Domein 2026