Naar hoofdinhoud

Beleidsregels Sociaal Domein 2026

179 artikelen

Artikelen

  1. Art. 1.2Onze visie gaat over maatwerk
  2. Art. 1.3De bedoeling van de wet staat centraal
  3. Art. 1.4Wat zijn de geldende wetten?
  4. Art. 1.5Welke beleidsregels vervangen we met dit document?
  5. Art. 1.6Goed om te weten
  6. Art. 2.1Hoe beoordelen we een aanvraag?
  7. Art. 2.2Wie is inwoner?
  8. Art. 2.3Voor welke inwoners gelden deze beleidsregels?
  9. Art. 2.4Wat wordt van een inwoner zelf verwacht?
  10. Art. 2.5Wat is een algemeen gebruikelijke voorziening of dienst?
  11. Art. 2.5.1Wanneer is een algemeen gebruikelijke voorziening een passende oplossing?
  12. Art. 2.6Wat is een algemene voorziening?
  13. Art. 2.6.1Wanneer is een algemene voorziening een passende oplossing?
  14. Art. 2.7Wat is gebruikelijke ondersteuning?
  15. Art. 2.8Wanneer is er geen sprake van gebruikelijke ondersteuning?
  16. Art. 2.9Wordt van kinderen ook gebruikelijke hulp verwacht?
  17. Art. 2.10Worden Wmo-voorzieningen afgeschreven?
  18. Art. 2.11Welke voorzieningen gaan voor?
  19. Art. 2.11.1Inwoners die vermoedelijk recht hebben op een voorziening die voorgaat
  20. Art. 3.2Voorzieningen
  21. Art. 3.2.1Participatieplaats
  22. Art. 3.2.2Beschut werk
  23. Art. 3.3De scholingsbonus
  24. Art. 3.4Zijn er nog andere voorzieningen en vergoedingen?
  25. Art. 3.5Is er een ontheffing van de arbeidsverplichting mogelijk?
  26. Art. 3.6Wmo-ondersteuning op maat in de vorm van begeleiding
  27. Art. 3.7Individuele begeleiding of dagbesteding?
  28. Art. 3.7.1Wanneer is dagbesteding een passende oplossing?
  29. Art. 3.7.2Wanneer is individuele begeleiding een passende oplossing?
  30. Art. 3.7.3Welke vorm van dagbesteding of Individuele begeleiding is een passende oplossing?
  31. Art. 3.7.4Wat zijn de kaders voor de zwaarte, omvang en duur van de begeleiding?
  32. Art. 3.7.5.Wanneer is er vervoer naar de dagbesteding beschikbaar?
  33. Art. 3.8Algemene dagelijkse levensbehoeften
  34. Art. 3.8.1Wanneer is een inwoner zelfredzaam?
  35. Art. 3.8.2Welke begeleiding en persoonlijke verzorging is er vanuit de Wmo?
  36. Art. 4.1Hoe werkt de vraag om ondersteuning?
  37. Art. 4.2Wat is vrij toegankelijke ondersteuning?
  38. Art. 4.3Wat zijn individuele voorzieningen?
  39. Art. 4.3.1.Ambulant Team
  40. Art. 4.3.2Budgetplan persoonsgebonden budget (pgb)
  41. Art. 4.3.3Inzet vrijwillig gesloten jeugdhulp
  42. Art. 4.3.4Inzet jeugdhulp vanuit de Gecertificeerde Instelling (GI)
  43. Art. 4.3.5Afstemming met andere wetgeving
  44. Art. 4.3.6Criteria voor individuele voorzieningen
  45. Art. 4.3.7Kwaliteit van zorg
  46. Art. 4.4Waar staat (boven)gebruikelijke hulp in de Jeugdwet voor?
  47. Art. 4.4.1Boven gebruikelijke hulp
  48. Art. 4.5Tegemoetkoming in vervoerskosten
  49. Art. 5.1Wat is passende woonruimte?
  50. Art. 5.1.1Wanneer is verhuizen een passende oplossing?
  51. Art. 5.1.2Woonvoorzieningen
  52. Art. 5.1.3Hoe maken wij afwegingen over woonvoorzieningen?
  53. Art. 5.1.4Wat zijn hulpmiddelen?
  54. Art. 5.2Welke ondersteuning is er voor de mantelzorger?
  55. Art. 5.2.1Is mantelzorg een passende oplossing?
  56. Art. 5.2.2Wat kunnen we doen bij (dreigende) overbelasting van de mantelzorger?
  57. Art. 5.2.3Wat is een mantelzorgwoning?
  58. Art. 5.2.4Kan het sociaal netwerk een oplossing zijn?
  59. Art. 5.2.5Mantelzorgcompliment
  60. Art. 5.3Wanneer is er huishoudelijke ondersteuning beschikbaar?
  61. Art. 5.3.1Wat zijn de taken binnen de huishoudelijke ondersteuning?
  62. Art. 5.3.2Welke keuzes worden bij huishoudelijke ondersteuning gemaakt?
  63. Art. 5.3.3Welke ondersteuning is er nog meer?
  64. Art. 5.3.4Hoe bepalen we de omvang van de maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp?
  65. Art. 5.4Kan een rolstoel een passende oplossing zijn?
  66. Art. 5.4.1Welke keuzes maken we bij rolstoelen?
  67. Art. 5.4.2Wat is een rolstoel op maat?
  68. Art. 5.5Wat is respijtzorg en wanneer is dat beschikbaar?
  69. Art. 5.5.1Wat is kortdurend verblijf als respijtzorg?
  70. Art. 5.5.2Wanneer is spoedzorg nodig?
  71. Art. 5.6Wmo voorzieningen voor een inwoner met een Wlz-indicatie woonachtig in een instelling
  72. Art. 5.7Regels voor maatschappelijke opvang en beschermd wonen
  73. Art. 6.1Welke oplossingen zijn er voor Wmo-vervoer?
  74. Art. 6.1.1Wat is collectief vervoer en wat valt daar onder?
  75. Art. 6.1.2Wat zijn alternatieven voor collectief vervoer?
  76. Art. 6.2Wanneer zet de gemeente sportvoorzieningen in?
  77. Art. 6.2.1Keuzes rondom sportvoorzieningen
  78. Art. 6.3Wat valt er onder leerlingenvervoer?
  79. Art. 6.3.1Welke soorten voorzieningen zijn er?
  80. Art. 6.3.2Wat is de ‘vervoer van de begeleider-vergoeding’?
  81. Art. 6.3.3Waar staat de ‘goedkoopste passende voorziening’ voor?
  82. Art. 6.3.4Wanneer is er begeleiding in aangepast vervoer beschikbaar?
  83. Art. 6.3.5Hoe werken we samen aan meer zelfstandig reizen?
  84. Art. 6.3.6Zijn er combinaties van vervoer mogelijk?
  85. Art. 6.3.7Wat is de ingangsdatum van de vervoersvoorziening?
  86. Art. 6.3.8Wat is de duur van een beschikking?
  87. Art. 6.3.9Wat zijn de afspraken rondom tijd en kwaliteit van taxivervoer?
  88. Art. 6.3.10Wat zijn opstapplaatsen en hoe bepalen we die?
  89. Art. 6.3.11Dichtstbijzijnde basisschool voor speciaal onderwijs
  90. Art. 6.4Wat zijn de spelregels rondom het leerlingenvervoer? 6.4.1 De ouders
  91. Art. 6.4.2Leerling met twee adressen
  92. Art. 6.4.3Tijdelijk verblijf buiten gemeente
  93. Art. 6.4.4Crisissituatie
  94. Art. 6.4.5Opvangadres
  95. Art. 6.4.6Vervoer naar Internationale schakelklas (NT2/ISK)
  96. Art. 6.4.7Afstand tot school
  97. Art. 6.4.8Reistijd
  98. Art. 6.4.9Maximale reistijden openbaar vervoer
  99. Art. 6.4.10Reisdoelen
  100. Art. 6.4.11Fietsen (inclusief bakfiets en elektrisch)
  101. Art. 6.4.12Vergoeding kosten auto
  102. Art. 6.4.13Taxi (aangepast vervoer)
  103. Art. 6.4.14Uitzondering voor individuele leerling
  104. Art. 6.4.15Touringcar (aangepast vervoer)
  105. Art. 6.5Hoe werkt de aanvraag en onderzoek leerlingenvervoer?
  106. Art. 6.5.1Beslistermijnen
  107. Art. 6.5.2Ouders zijn verantwoordelijk voor de aanvraag van het leerlingenvervoer
  108. Art. 6.5.3Gemeente mag toetsen bij een deskundige
  109. Art. 6.5.4De leerling heeft individueel taxivervoer nodig
  110. Art. 6.5.5Een VSO-leerling kan niet zelfstandig reizen
  111. Art. 6.5.6Tijdelijke beperking
  112. Art. 6.5.7Belemmeringen van de ouders
  113. Art. 6.5.8Ontzegging
  114. Art. 7.1Vaststelling inkomen
  115. Art. 7.2Vaststelling vermogen
  116. Art. 7.3Bijzondere bepalingen uitkering
  117. Art. 7.3.1Zoektermijn van 4 weken voor jongeren
  118. Art. 7.3.2Het volgen van de vereenvoudigde aanvraagprocedure
  119. Art. 7.3.3.Terugwerkende kracht bij aanvragen
  120. Art. 7.3.4Geen of weinig woonlasten
  121. Art. 7.3.5Opname in een inrichting
  122. Art. 7.3.6Vrijlaten van giften
  123. Art. 7.3.7Parttime zelfstandigen
  124. Art. 7.3.8Uitbetaling bijstand
  125. Art. 7.4Bijzondere bijstand
  126. Art. 7.4.1Aanvragen
  127. Art. 7.4.2Draagkracht
  128. Art. 7.4.3Manier van verstrekken
  129. Art. 7.4.4Woonkostentoeslag
  130. Art. 7.4.5Waarborgsom en administratiekosten
  131. Art. 7.4.6Eerste huurkosten
  132. Art. 7.4.7Kosten in verband met ziekte en ondersteuning
  133. Art. 7.4.8Juridische kosten
  134. Art. 7.4.9Reis- en verwervingskosten
  135. Art. 7.4.10Kosten voor duurzame gebruiksgoederen
  136. Art. 7.4.11Kosten voor woninginrichting en verhuizing
  137. Art. 7.4.12Regelingen voor kinderen
  138. Art. 7.4.13Individuele Inkomenstoeslag
  139. Art. 7.4.14Meedoenregeling
  140. Art. 7.4.15Indexering
  141. Art. 7.5Studietoeslag
  142. Art. 7.5.1Voorwaarden
  143. Art. 7.5.2Structurele medische beperking
  144. Art. 7.5.3Aanvraag
  145. Art. 7.5.4Toekennen en uitbetalen
  146. Art. 7.5.5Hoogte studietoeslag
  147. Art. 7.5.6Medisch advies
  148. Art. 7.6Terugvordering en verhaal
  149. Art. 7.6.1Uitzonderingen terugvordering
  150. Art. 7.6.2Terugbetaling vordering
  151. Art. 7.6.3Kwijtschelding terugvordering
  152. Art. 7.6.4Volgorde terugbetalen
  153. Art. 7.6.5Verhaal
  154. Art. 7.6.6Schuldhulpverlening
  155. Art. 8.1Brede intake
  156. Art. 8.2Persoonlijk plan Inburgering en Participatie (PIP)
  157. Art. 8.3Passende leerroute
  158. Art. 8.4Veranderen van leerroute
  159. Art. 8.5Afschalen van taalniveau
  160. Art. 8.6Maatschappelijke begeleiding voor asielstatushouders
  161. Art. 8.7Participatieverklaringstraject (PVT)
  162. Art. 8.8Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP)
  163. Art. 8.9Voortgangsgesprekken
  164. Art. 8.10Reiskosten
  165. Art. 8.11Financiële begeleiding
  166. Art. 8.12Afspraken en handhaving
  167. Art. 8.13Samenhang met handhaving op grond van de Participatiewet
  168. Art. 9.1Maatwerkvoorziening via zorg in natura (ZIN)
  169. Art. 9.2Maatwerkvoorziening via persoonsgebonden budget (pgb)
  170. Art. 9.3Ongeval waarvoor een derde aansprakelijk is en Regresrecht
  171. Art. 9.4Persoonsgebonden budget (pgb)
  172. Art. 9.4.1Pgb vaardigheid
  173. Art. 9.4.2Inzet van het sociaal netwerk bij een persoonsgebonden budget
  174. Art. 9.4.3Het tarief van een persoonsgebonden budget
  175. Art. 9.4.4Proceskeuzes en betalingen van pgb’s
  176. Art. 9.4.5Eisen aan de invulling van het pgb
  177. Art. 9.5Financiële tegemoetkoming
  178. Art. 10.1Afwijken van de beleidsregels (Hardheidsclausule)
  179. Art. 10.2Ingangsdatum en naam