Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende specifieke richtlijnen:
Het college streeft naar concentratie van de liquiditeiten binnen één rentecompensatie-circuit bij de bank met de gunstigste condities;
Indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat kan het college kortlopende middelen aantrekken. Hierbij wordt – conform artikel 4 lid 1 – de kasgeldlimiet niet overschreden;
Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en kredietlimiet op rekening-courant;
Toegestane instrumenten bij het uitzetten van gelden voor een periode korter dan één jaar zijn rekening-courant, daggeld, spaarrekeningen en deposito’s;
Het aantrekken en uitzetten van kort vermogen tot en met een bedrag van € 10.000.000,-- kan zonder goedkeuring van het college van burgemeester en wethouders door de treasurer worden uitgevoerd. Waarbij artikel 4, lid 1 van toepassing is;
Het aantrekken en uitzetten van kort vermogen boven een bedrag van € 10.000.000,-- dient ter goedkeuring te worden voorgelegd aan het college van burgemeester en wethouders. Hierbij wordt – conform artikel 4 lid 1 – de kasgeldlimiet niet overschreden;
Jaarlijks wordt in de paragraaf financiering van de jaarrekening gerapporteerd over het saldo- en liquiditeitenbeheer.