Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.

Uitgangspunten risicobeheer

Onderdeel van Treasurystatuut 2025

Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten: 1.. Het college mag leningen of garanties uit hoofde van de “publieke taak” uitsluitend verstrekken aan door de gemeenteraad goedgekeurde derde partijen, waarbij vooraf het advies van het college van burgemeester en wethouders wordt ingewonnen over de financiële positie en de kredietwaardigheid van de betreffende partij; 2.. Het college kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie indien deze uitzettingen een behoedzaam karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. Het behoedzame karakter van deze uitzettingen wordt gewaarborgd middels de richtlijnen en limieten van dit treasurystatuut; 3.. Het college mag conform artikel 2 lid 3 van de herziene Wet fido liquide middelen in de vorm van leningen uitzetten bij andere openbare lichamen in het kader waarvan gebruik kan worden gemaakt van diensten van tussenpersonen als genoemd in art 12 lid 4; 4.. Het beleid betreffende de financiering is gericht op spreiding van toekomstige renterisico’s. Hierdoor wordt voorkomen dat een ongewenst budgettaire belasting kan ontstaan in een jaar waarin voor een substantieel deel van de lening portefeuille hoogrentende leningen c.q. lening conversies moeten worden gesloten c.q. plaatsvinden; 5.. Om renterisico op het aantrekken van financieringsmiddelen te beheersen is het gebruik van derivaten niet toegestaan; 6.. Het uitzetten van geldmiddelen in de vorm van deelnemingen in rechtspersonen, maatschappen en verenigingen uit hoofde van de publieke taak, zoals opgenomen in artikel 160 van de Gemeentewet, is alleen toegestaan op basis van een besluit van de raad.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel