De ontheffing wordt verleend aan de exploitant van de openbare inrichting. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen openbare inrichtingen (waar geen alcohol wordt verstrekt) en horecabedrijven (waarvoor een alcoholvergunning is verleend). De ontheffing wordt slechts verleend als er door de burgemeester een geldige vergunning is verleend en de openingstijden (die worden aangevraagd in de ontheffing) aansluiten op de reeds vergunde sluitingstijd. De exploitant vult op het aanvraagformulier zelf de gewenste sluitingstijd in. De burgemeester beoordeelt vervolgens, aan de hand van de weigeringsgronden uit artikel 2:29, zesde lid, van de APV, of er een ontheffing kan worden verleend. De ontheffing wordt tijdelijk verleend: uitsluitend voor de duur van de bijzondere gelegenheid. Dit betreft doorgaans één avond/nacht of één weekend. De ontheffing vervalt automatisch als de duur is verstreken.