Naar hoofdinhoud
Levensgedrag De toets of een betrokkene 1 Betrokkene zoals genoemd in de begripsbepalingen. In het beleid wordt soms gesproken van ‘’exploitant/leidinggevende’’ omwille van de leesbaarheid. niet in enig opzicht van slecht levensgedrag is, strekt ertoe het belang van de veiligheid, de openbare orde en het woon- en leefklimaat in de omgeving van de openbare inrichting, het bedrijf of evenement te waarborgen. De uitwerking van de bevoegdheid om levensgedrag te toetsen is in het verleden gedaan op basis van een vaste gedragslijn. Het is echter wenselijk om de toepassing van het criterium slecht levensgedrag nader uit te werken in beleidsregels zodat kenbaar wordt gemaakt hoe het bevoegde bestuursorgaan van zijn bevoegdheid gebruik maakt. Exploitanten en leidinggevenden vervullen een belangrijke rol als het gaat om het woon- en leefklimaat in de omgeving van de onderneming en ook als het gaat om de openbare orde en veiligheid. Ze spelen een belangrijke rol in het creëren van een rustige en veilige omgeving en hebben hierin een voorbeeldfunctie. Ze dienen zorg te dragen voor een goede gang van zaken in en rondom de onderneming. Exploitanten en leidinggevenden dienen een verstoring van de openbare orde, zoals overlast, criminaliteit, geweld en alcoholmisbruik (en misbruik van andersoortige verdovende middelen) te voorkomen en te beperken. Daarnaast zijn zij verantwoordelijk voor (de veiligheid van) hun personeel, bezoekers en de directe omgeving van de onderneming en het signaleren en melden van misstanden, mensenhandel en uitbuiting. Van exploitanten en leidinggevenden wordt verwacht dat zij te allen tijde hun medewerking verlenen aan toezichthouders, informatie proactief delen en eerlijk zijn over de feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan en relevant zijn voor het beoordelen van het levensgedrag en de bedrijfsvoering. Wanneer precies sprake is van slecht levensgedrag, dusdanig dat dit van invloed is op het exploiteren van de openbare inrichting, het bedrijf of evenement, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Wegens de diversiteit in (strafbare) feiten die bij de beoordeling van het levensgedrag een rol kunnen spelen bestaat hiervoor geen standaard criterium. In sommige gevallen is één gedraging voldoende om slecht levensgedrag aan te nemen. In andere gevallen zijn meerdere gedragingen op zichzelf bezien onvoldoende, maar kunnen deze in onderlinge samenhang wel leiden tot de beoordeling slecht levensgedrag. Bedrijfsvoering Net als bij slecht levensgedrag kan een slechte bedrijfsvoering door de exploitant of leidinggevende van bovengenoemde bedrijven uit de Apv een grond zijn om de vergunning te weigeren of in te trekken. Bij het beoordelen van de bedrijfsvoering gaat het om feiten waaruit blijkt of betrokkene het bedrijf op deugdelijke wijze zal exploiteren of exploiteert. Bij het beoordelen van de bedrijfsvoering wordt in ieder geval aspecten zoals het bedrijfsplan, administratieve verplichtingen, andere overtredingen van de Apv, Opiumwet, Omgevingswet, belastingwetgeving, arbeidswetgeving, milieuwetgeving en kansspelwetgeving. Ook factoren die niet direct een overtreding inhouden, kunnen meewegen in de beoordeling, zoals de houding van de exploitant ten opzichte van toezichthouders en personen in de directe omgeving van de onderneming. Als de wijze van bedrijfsvoering niet op orde is, kan er bestuursrechtelijk worden opgetreden door de exploitatievergunning (gedeeltelijk) te weigeren of in te trekken. De toets op levensgedrag en bedrijfsvoering is een noodzakelijke, preventieve toets om de risico’s op inbreuken op de openbare orde en veiligheid en een goed woon- en leefklimaat te beperken.

Rechtspraak bij dit artikel