De toetsing van het levensgedrag en de bedrijfsvoering vindt plaats bij:
De vergunningsaanvraag;
Een bijschrijving van exploitanten, beheerders, leidinggevenden of vergunninghouders op de vergunning;
Een wijziging van exploitanten, beheerders, leidinggevenden of vergunninghouders; en
Gedurende de looptijd van een vergunning indien er aanleiding is om het levensgedrag opnieuw te beoordelen.
Aanleiding om opnieuw te beoordelen kan bijvoorbeeld bestaan bij nieuw geconstateerde (strafbare) feiten, feiten en omstandigheden die op een later moment bekend worden, of naar aanleiding van signalen over de openbare inrichting, het bedrijf of evenement van dezelfde betrokkene.
Hoofdstuk 2.
Artikel 4.