Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Aanwijzing gehandicaptenparkeerplaats

Onderdeel van Beleidsregels inzake aanwijzing en aanleg van gehandicaptenparkeerplaatsen

1. Het college kan krachtens een verkeersbesluit, zoals bedoeld BABW en met inachtneming van de Wegenverkeerswet en de AWB op eigen initiatief of op een daartoe strekkend verzoek een gehandicaptenparkeerplaats aanwijzen. 2. Algemene gehandicaptenparkeerplaatsen worden doorgaans aangewezen bij openbare voorzieningen die veel publiek trekken, zoals winkels, kerken, het gemeentehuis, de bibliotheek en andere openbare instellingen die regelmatig worden bezocht door gehandicapten. Ze worden zo dicht mogelijk bij de voorziening, waarvoor ze zijn bestemd, aangelegd met zo weinig mogelijk obstakels op de weg naar deze voorziening. 3. Gereserveerde gehandicaptenparkeerplaatsen worden aangewezen binnen een loopafstand van maximaal 100 meter van het woonadres of werkadres van de aanvrager. 4. Een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats wordt uitsluitend aangewezen indien ter plaatse sprake is van een aantoonbaar hoge parkeerdruk, zodanig dat het voor de aanvrager structureel niet mogelijk is binnen redelijke afstand van het woonadres of werkadres te parkeren.

Rechtspraak bij dit artikel