1. De aanvrager beschikt over een geldige gehandicaptenparkeerkaart voor een bestuurder, waarvan de geldigheidsduur nog ten minste zes maanden bedraagt.
2. De aanvrager is in het bezit van een geldig rijbewijs.
3. De aanvraag heeft betrekking op gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats nabij het woon- of werkadres.
4. De aanvrager heeft niet de beschikking over parkeergelegenheid op eigen terrein.
5. Binnen een loopafstand van maximaal 100 meter van het woon- of werkadres bestaat de mogelijkheid tot het realiseren van een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats.
6. De aanwijzing van een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats mag niet leiden tot:
a. een verkeersonveilige situatie;
b. belemmering van de doorstroming van het overige verkeer.
7. Een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats wordt uitsluitend aangewezen indien ter plaatse sprake is van een aantoonbaar hoge parkeerdruk, waardoor het voor de aanvrager structureel niet mogelijk is binnen redelijke afstand van het woon- of werkadres te parkeren.
8. Het college kan na overweging een aanvraag voor een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats afwijzen, wanneer dit naar het oordeel van het college wegens de omstandigheden wenselijk is.
Artikel 4
Beoordeling aanvraag gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats bestuurder
Onderdeel van Beleidsregels inzake aanwijzing en aanleg van gehandicaptenparkeerplaatsen