Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Aanleg gehandicaptenparkeerplaats

Onderdeel van Beleidsregels inzake aanwijzing en aanleg van gehandicaptenparkeerplaatsen

1. Een algemene gehandicaptenparkeerplaats wordt aangelegd door plaatsing van het bord E6, zoals bedoeld in bijlage 1 van het RVV 1990. 2. Een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats wordt aangelegd door plaatsing van het bord E6, zoals bedoeld in bijlage 1 van het RVV 1990 met een onderbord waarop het kenteken van het motorvoertuig of gehandicaptenvoertuig van de aanvrager staat vermeld. 3. Een gehandicaptenparkeerplaats wordt uitsluitend aangelegd in de openbare ruimte, bij voorkeur binnen een bestaand openbaar parkeervak. 4. Indien binnen 100 meter van het woonadres geen geschikte openbare locatie beschikbaar is, kan het college een alternatieve, verkeerskundig verantwoorde locatie aanwijzen die zo dicht mogelijk bij het woonadres ligt. 5. De maatvoering van de gehandicaptenparkeerplaats dient zo mogelijk te voldoen aan de richtlijnen in het ASVV.

Rechtspraak bij dit artikel