**1..** Het college verleent een vergunning voor het plaatsen van een terras voor een bepaalde duur. Deze periode kan bestaan uit het zomerterrassenseizoen, het winterterrassenseizoen van 1 november tot 1 maart van het daarop volgende kalenderjaar, of een terrasjaar.
**2..** Het college verleent een vergunning voor het plaatsen van een gevelterras op grond van artikel 3.1 als zomer-, winter- of jaarterras voor de duur van maximaal vijf terrasjaren.
**3..** Het college verleent een vergunning voor het plaatsen van een eilandterras op grond van artikel 3.1 als zomer-, winter- of jaarterras voor de duur van maximaal vijf terrasjaren.
**4..** Het college verleent een vergunning voor het plaatsen van terrassen direct aan en voor de gevel voor de duur van maximaal vijf terrasjaren.
**5..** Het college verleent een vergunning voor het plaatsen van terrassen niet direct aan de gevel voor de duur van maximaal één terrasjaar.
**6..** Het college verleent enkel een vergunning voor een parkeerplaatsterras op grond van artikel 3.2 als zomerterras voor de duur van maximaal vijf terrasjaren.
**7..** Het college verleent een vergunning voor het plaatsen van terrassen op pleinen en in straten waar inrichtingsplannen gelden, op grond van de artikelen 3:3, 3:4 en 3:5, voor een terrasjaar, zodat de vergunningsduur binnen het betreffende gebied gelijktijdig eindigt.
**8..** Het college kan gemotiveerd afwijken van het bepaalde in dit artikel en een kortere vergunningsduur vaststellen indien dit gerechtvaardigd is door bijzondere omstandigheden.
Hoofdstuk 2
Artikel 2:2
Vergunningsduur
Onderdeel van Beleidsregel vergunningverlening terrassen Den Haag 2026