Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3:1

Vergunning voor een gevel- of eilandterras

Onderdeel van Beleidsregel vergunningverlening terrassen Den Haag 2026

1.. Het college verleent een vergunning voor gevel- en eilandterrassen die voor de gevel van het bijbehorende bedrijfspand worden geplaatst. 2.. Het college kan in afwijking van het eerste lid een vergunning verlenen voor het plaatsen van een terras voor maximaal één aangrenzende gevel van een naastgelegen bedrijfspand indien: er niet of nauwelijks direct aan en voor de gevel van het bedrijfspand van de vergunningaanvrager een terras kan worden geplaatst; openbare functies, openbare voorzieningen, straatmeubilair en brandweervoorzieningen niet worden gehinderd; het terras niet in groenvoorzieningen ligt; er voldoende ruimte is voor voetgangers, fietsers, laden en lossen en nood- en hulpdiensten; en er geen sprake is van verankerde objecten, die niet voor de eigen gevel liggen, zoals parasols, zonneschermen of terrasafscheidingen. 3.. Het college verleent een vergunning voor het plaatsen van terrasafscheidingen bij een gevelterras indien: de terrasafscheidingen haaks op de gevel in een rechte lijn tegen de gevel van het bijbehorende bedrijfspand worden geplaatst, maximaal 1,80 m hoog zijn gemeten vanaf het maaiveld en vanaf 1,00 m volledig transparant zijn; of de terrasafscheidingen parallel aan de gevel in een rechte lijn van het bijbehorende bedrijfspand worden geplaatst en maximaal de helft van de breedte van het terras zijn, maximaal 1,50 m hoog zijn gemeten vanaf het maaiveld en volledig transparant zijn. 4.. Het college verleent een vergunning voor het plaatsen van terrasafscheidingen bij een solitair eilandterras indien: bij een eilandterras sprake is van een met windhinderrapport aangetoonde ernstige windhinder; de schotten vanaf de grond gemeten maximaal 1,50 m hoog zijn; de schotten volledig transparant zijn en blijven; en de schotten niet in de straat of aan de wegverharding worden bevestigd.

Rechtspraak bij dit artikel