De afbakening tussen aanspraken op een voorziening op basis van de Jeugdwet en op basis van de Wet langdurige zorg is als volgt geregeld:
Ondersteuning valt niet onder de jeugdhulpplicht van de Jeugdwet als een jeugdige vanwege een somatische aandoening of beperking of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap een blijvende behoefte heeft aan zorg én als de jeugdige blijvend 24 uur per dag zorg in de nabijheid of permanent toezicht nodig heeft:
Ter voorkoming van escalatie of ernstig nadeel voor de jeugdige of;
Omdat jeugdige zelf niet in staat is om op relevante momenten hulp in te roepen om ernstig nadeel voor zichzelf te voorkomen door fysieke problemen of door zware regieproblemen.
Ondersteuning die gezien het voorgaande in ieder geval niet onder de jeugdhulpplicht van de jeugdwet valt, betreft:
Logeeropvang voor jeugdigen met een indicatiebesluit Wet langdurige zorg;
Verblijf in een instelling op basis van een indicatiebesluit Wet langdurige zorg;
Vervoer naar en van een locatie voor Wet langdurige zorg.
Als jeugdige of zijn ouder(s) weigeren mee te werken aan het verkrijgen van een besluit op basis van de Wet langdurige zorg, terwijl er gegronde redenen zijn die aannemelijk maken dat de jeugdige recht heeft op een dergelijk besluit, dan verleent het college geen voorziening op grond van de Jeugdwet.
Als een jeugdige met een besluit op basis van de Wet langdurige zorg een aanvraag indient voor behandeling voor een psychische stoornis, verleent het college een voorziening voor jeugdhulp, mits de behandeling integraal onderdeel uitmaakt van de geboden behandeling vanuit de Wet langdurige zorg.
Hoofdstuk 3: › Paragraaf 3.1
Artikel 17.
Afbakening Jeugdwet en de Wet langdurige zorg
Onderdeel van Integrale Verordening Sociaal Domein Zuidplas 2026