Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3: › Paragraaf 3.1

Artikel 18.

Afbakening Jeugdwet en Zorgverzekeringswet

Onderdeel van Integrale Verordening Sociaal Domein Zuidplas 2026

De afbakening tussen aanspraken op een voorziening op basis van de Jeugdwet en op basis van de Zorgverzekeringswet is als volgt geregeld: Indien jeugdige medisch noodzakelijke zorg nodig heeft, dan valt dit niet onder de jeugdhulpplicht van de Jeugdwet en is er in dat kader geen recht op een voorziening op basis van de Jeugdwet. Voorbeelden van zorg op basis van de Zorgverzekeringswet zijn: Hulpmiddelenzorg; Ziekenvervoer; Zintuiglijke gehandicaptenzorg. Als er meerdere oorzaken ten grondslag liggen aan de problematiek van de jeugdige en daardoor zowel een vorm van zorg, op grond van een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, als een soortgelijke voorziening op grond van de Jeugdwet kan worden verkregen, kent het college een maatwerkvoorziening toe. Persoonlijke verzorging voor jeugdigen die nodig is in verband met een behoefte aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop valt niet onder de jeugdhulpplicht van de Jeugdwet. Persoonlijke verzorging die gericht is op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid bij algemene dagelijkse levensverrichtingen valt wel onder de jeugdhulpplicht van de Jeugdwet. Jeugdhulp met verblijf valt niet onder de Jeugdwet als het een medisch noodzakelijk verblijf betreft vanwege geneeskundige zorg of als het gaat om tijdelijk, kortdurend geneeskundig verblijf buiten de thuissituatie. Vaktherapie kan alleen worden ingezet vanuit de Jeugdwet als het onderdeel is van een integraal behandelplan en het een bewezen effectieve methodiek betreft.

Rechtspraak bij dit artikel