Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4:

Artikel 15.

Inzet en vergoeding tolkkosten Jeugdhulp

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2026

1.. Indien bij de inzet van jeugdhulp sprake is van een onoverbrugbare taalbarrière, wordt in eerste instantie van de jeugdige en diens ouder(s) verwacht dat zij zelf zorgen voor adequate communicatie, bijvoorbeeld door inzet van personen uit het eigen netwerk, zoals familieleden, vrienden of andere bekenden die kunnen tolken. 2.. Alleen indien aantoonbaar geen tolk uit het eigen netwerk beschikbaar is, er geen (gratis) online vertaalmiddelen beschikbaar zijn én de inzet van een professionele tolk noodzakelijk is voor het kunnen verlenen van passende jeugdhulp, kan het college besluiten de kosten van een tolk te vergoeden. Hiervoor is vooraf toestemming van het college vereist. 3.. Vergoeding van tolkkosten is in principe beperkt tot: Intakegesprekken; Diagnostiek; Crisissituaties waarin directe inzet van een tolk noodzakelijk is. 4.. Structurele inzet van een professionele tolk gedurende de hulpverlening komt uitsluitend voor vergoeding in aanmerking indien het college vooraf schriftelijk heeft ingestemd op grond van bijzondere omstandigheden. Onder bijzondere omstandigheden wordt verstaan: langdurige en intensieve hulpverlening voor meervoudig complexe situaties waarbij communicatie zonder professionele tolk aantoonbaar niet mogelijk is, én situaties waarin het ontbreken van een tolk leidt tot aantoonbare risico’s voor de veiligheid of effectiviteit van de hulpverlening. 5.. Indien de jeugdige verblijft in een opvanglocatie van het COA en beschikt over een geldig zorgnummer, worden tolkkosten niet door het college vergoed, maar via het COA.

Rechtspraak bij dit artikel