**1..** De beoordeling of de budgethouder, al dan niet met hulp vanuit het sociaal netwerk of, indien van toepassing, een budgetbeheerder, beschikt over de kennis en vaardigheden die nodig zijn om een pgb goed te beheren vindt plaats tijdens het gesprek, bedoeld in artikel 11 en 18 van de Verordening en op basis van het pgb-plan.
**2..** De volgende vaardigheden worden in ieder geval vereist:
een duidelijk beeld te hebben van de hulpvraag;
op de hoogte te zijn van de regels en verplichtingen die horen bij het pgb of deze zelf (online) weten te vinden;
in staat te zijn om een overzichtelijke pgb-administratie bij te houden;
voldoende vaardig te zijn om in de Nederlandse taal te communiceren met de gemeente, de SVB en de zorgverleners;
in staat te zijn zelfstandig te handelen en onafhankelijk voor een zorgverlener te kiezen;
in staat te zijn om afspraken te maken en vast te leggen en om dit te verantwoorden aan het college;
in staat te zijn om te beoordelen en te beargumenteren of de geleverde zorg passend en kwalitatief goed is;
in staat te zijn de inzet van zorgverleners te coördineren, waardoor de zorg door kan gaan, ook bij verlof en ziekte;
in staat te zijn om als werk- of opdrachtgever de zorgverleners aan te sturen en aan te spreken op hun functioneren; en
voldoende kennis te hebben over het werk- of opdrachtgeverschap of deze kennis weten te vinden.
**3..** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing bij een heroverweging als bedoeld in artikel 2.3.9 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
HOOFDSTUK 8
Artikel 29.
Beoordeling pgb-vaardigheden
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2026