ParagraafNr.DoelstellingIndicator
3.3 Locaties met milieuactiviteiten1De top 10 SBI-codes met slechtste naleefscore in 2024 (zie figuur 5 in bijlage 2), vertonen in 2029 een naleefscore die gemiddeld gezien tenminste 25% verbeterd is ten opzichte van 2024.Opgetelde naleefscore van de top 10 SBI-codes met slechtste naleefscore in 2024 in het rapportagejaar. Bron: data uit Digitalechecklisten.nl en het zaaksysteem van OD Drenthe. De naleefscore wordt bepaald door het aantal (vooraankondigingen van) last onder dwangsom, hercontroles en milieuklachten per SBI-code. Daarbij krijgt iedere vooraankondiging/dwangsom 5 punten, iedere hercontrole 2 punten en iedere milieuklacht 0,5 punt. Per SBI-code worden deze punten bij elkaar opgeteld en gedeeld door het totaal aantal zaken bij bedrijven met deze SBI-code. Deze score is vervolgens geschaald (op basis van de hoogste en laagste waardes) op een getal van 1 (goed naleefgedrag) tot 5 (slecht naleefgedrag).
3.3 Locaties met milieuactiviteiten2De top 10 SBI-codes met grootste risico’s in 2024 op milieueffecten, ondermijning en maatschappelijk/bestuurlijke impact (zie figuur 4) vertonen in 2029 een verbeterd gedrag bij overtredingen ten opzichte van 2024.Percentage van het aantal controles die zijn uitgevoerd in het rapportagejaar met overtredingen bij de SBI-codes in de top 10 met grootste risico’s in 2024 op milieueffecten, ondermijning en maatschappelijk / bestuurlijke impact, waarbij de overtreding met het slechtste gedrag calculerend (C) of bewust en structureel/crimineel (D) is. Bron: Digitalechecklisten.nl.
4.3 Zorgwekkende stoffen3De uitvoerders van asbestsaneringen in risicoklasse 2a vertonen in 2029 minimaal een gelijkblijvend gedrag bij overtredingen ten opzichte van 2025.Percentage van het aantal controles die zijn uitgevoerd in het rapportagejaar met overtredingen bij asbestsaneringen in risicoklasse 2a, waarbij de overtreding met het slechtste gedrag calculerend (C) of bewust en structureel/crimineel (D) is. Bron: Digitalechecklisten.nl.
4.3 Zorgwekkende stoffen4Het aantal asbestsaneringen dat onterecht zonder melding wordt uitgevoerd neemt af; bij ketentoezicht worden in 2029, met gelijkblijvende inspanning als in 2023, minder overtredingen geconstateerd dan in 2023.Percentage van het aantal door ketentoezicht gecontroleerde stortbonnen bij de milieustraat in het rapportagejaar voor het storten van asbest, waarbij het afvalstroomnummer in het LAVS niet gekoppeld kan worden aan een asbestinventarisatierapport. Bron: LAVS in combinatie met registratie van stortbonnen.
5.3 Bodem5Bij alle bouwactiviteiten, omgevingsplanactiviteiten en gemeentelijke werkzaamheden waarvoor een bodemonderzoek nodig is, wordt een bodemonderzoek door OD Drenthe beoordeeld vóórdat de vergunning wordt verleend of melding wordt geaccepteerd.Aantal van een steekproef van 10 aanvragen voor bouwactiviteiten, omgevingsplanactiviteiten en gemeentelijke werkzaamheden per gemeente, waarbij een bodemonderzoek nodig was én dit door OD Drenthe is beoordeeld vóórdat de vergunning door de gemeente is verleend of melding is geaccepteerd. Bron: analyse uit steekproef.
5.3 Bodem6De uitvoerders van activiteiten op of in de bodem vertonen in 2029 minimaal een gelijkblijvend gedrag bij overtredingen ten opzichte van 2025.Percentage van het aantal controles die zijn uitgevoerd in het rapportagejaar met overtredingen bij activiteiten in of op de bodem, waarbij de overtreding met het slechtste gedrag calculerend (C) of bewust en structureel/crimineel (D) is. Bron: Digitalechecklisten.nl.
6.3 Energie7Bedrijven en instellingen met een zeer groot (Z) energieverbruik voldoen in 2027 allen aan de Onderzoeksplicht.Percentage van het aantal bedrijven en instellingen waarvan OD Drenthe vermoedt dat ze een zeer groot (Z) energieverbruik hebben, dat in het rapportagejaar of vier jaar hieraan voorafgaand voldoet aan de Onderzoeksplicht. Bron: IPWM database en overzicht van bedrijven met een zeer groot (Z) energieverbruik.
6.3 Energie8Alle bedrijven en instellingen met een groot (G) of zeer groot (Z) energieverbruik voldoen in 2029 aan de Informatieplicht.Percentage van het aantal bedrijven en instellingen waarvan OD Drenthe weet of vermoedt dat ze een groot (G) of zeer groot (Z) energieverbruik hebben, dat zich in het rapportagejaar of vier jaar hieraan voorafgaand heeft gemeld in het kader van de energiebesparingsplicht. Bron: IPWM database en overzicht van bedrijven met een groot (G) of zeer groot (Z) energieverbruik.
6.3 Energie9Bedrijven en instellingen met een groot (G) of zeer groot (Z) energieverbruik, hebben bij een 2e controle op energiebesparing minimaal 90% van de verplichte energiebesparingsmaatregelen genomen.Gemiddeld percentage van de verplichte energiebesparingsmaatregelen dat bedrijven en instellingen met een groot (G) of zeer groot (Z) energieverbruik bij 2e controles (die zijn uitgevoerd in het rapportagejaar) hebben genomen. Bron: IPWM en Digitalechecklisten.nl. Toelichting: na een 1e controle is bij OD Drenthe bekend welke energiebesparingsmaatregelen door het bedrijf/de instelling genomen moeten worden. Zodra het bedrijf/de instelling een 2e keer gecontroleerd wordt (bijv. naar aanleiding van een nieuw ingediende rapportage door het bedrijf/de instelling) kan OD Drenthe bepalen welk percentage van de verplichte energiebesparingsmaatregelen daadwerkelijk gerealiseerd is. Voor deze indicator wordt alleen gekeken naar bedrijven/instellingen met een groot (G) of zeer groot (Z) energieverbruik die in het betreffende rapportagejaar hun 2e controle energiebesparing hebben gehad en wordt hiervan het gemiddelde genomen van alle percentages die deze bedrijven/instellingen hebben gerealiseerd.
7.1 Kwaliteitsborging10Behoud van de juridische kwaliteit van besluiten op aanvragen en handhavingszaken door OD Drenthe ten opzichte van 2023.Percentage van het aantal beroepszaken dat in het rapportagejaar is afgerond, waarbij de zaak het resultaat heeft ‘beroep gegrond’. Bron: zaaksysteem van OD Drenthe.
7.1 Kwaliteitsborging11Het jaarprogramma van de OD is voor 100% gerealiseerd.Percentage van de geprogrammeerde productie in het jaarprogramma van de OD, dat daadwerkelijk in het rapportagejaar is gerealiseerd. Bron: jaarverslag van OD Drenthe.
7.1 Kwaliteitsborging12Beschikbaarheid van voldoende middelen ieder jaar om (1) de geconstateerde risico’s aan te pakken én (2) beleidsdoelen te realiseren.Percentage van de geprogrammeerde uren in het jaarprogramma van de OD, dat daadwerkelijk in het rapportagejaar is gerealiseerd. Bron: jaarverslag van OD Drenthe.

Figuur 6. Doelstellingen en indicatoren met hun bron. Onder het rapportagejaar verstaan we het jaar waarop het jaarverslag van OD Drenthe betrekking heeft.