Vanuit de eigen taak en verantwoordelijkheid besluit het college welke handhavingsmaatregel passend en noodzakelijk is. Dit wordt per overtreding, locatie en houder afgewogen. Het college stelt handhavingsbesluiten zo duidelijk en eenvoudig mogelijk op. Waar mogelijk combineert het college zoveel mogelijk handhavingsbesluiten, zoals meerdere aanwijzingen, in één brief. Deze brief aan de houder bevat een duidelijke toelichting, zodat het voor de ontvanger helder is wat het college verwacht van de houder. Het college heeft de mogelijkheid om herstellend en/of bestraffend te handhaven.
Bij de inzet van handhaving richt het college zich in alle fasen van toezicht en handhaving op het beoogde effect. Dat betekent dat het college kiest voor kiest voor de handhavingsinstrumenten die het snelt en meest effect hebben. Als de kwaliteit niet op orde is, spoort het college de houder aan om deze tekortkomingen snel en structureel te herstellen. Het herstelaanbod heeft hier ook een rol in (zie hoofdstuk 4.3).
Voordat het college een besluit neemt, kijkt zij naar alle feiten en belangen. Daarna beoordeelt zij welke handhavingsmaatregel geschikt en noodzakelijk is om het doel te bereiken; kwalitatief goede kinderopvang. In iedere casus beoordeelt het college of evenredigheid bestaat tussen de ernst van een vastgestelde overtreding en de zwaarte van de op te leggen sanctie.
Ook wordt meegewogen in hoeverre de kwaliteit van opvang is beïnvloed door een tekortkoming. Bij het ontstaan van overtredingen kunnen specifieke omstandigheden een rol spelen. Bij het opstellen van een besluit houdt het college rekening met deze omstandigheden. Het college hecht daarbij grote waarde aan het oordeel van de toezichthouder en betrekt dit in de besluitvorming. Ook een reactie van de houder op een inspectierapport betrekt het college bij de beoordeling.
In beginsel beoordeelt het college iedere overtreding afzonderlijk en wordt handhaving per overtreding ingezet. Wanneer de toezichthouder vaststelt dat een houder voldoende maatregelen heeft getroffen om een overtreding blijvend te herstellen, kan het college afzien van op herstelgerichte handhaving. Maar blijkt uit een inspectieonderzoek dat een voorschrift meerdere keren is overtreden, dan weegt dit mee in de ernst van de overtreding. Dit uit zich in een kortere hersteltermijn of een hoger sanctiebedrag. Zodra een handhavingsbesluit wordt verstuurd, is het college van oordeel dat het onderzoek van de toezichthouder zorgvuldig is uitgevoerd.
Bij de besluitvorming betrekt het college in elk geval:
het inspectierapport, met daarin: gerapporteerde overtreding(en); bevindingen en conclusies van de toezichthouder; indien van toepassing, de beschrijving van de omstandigheden; het advies van de toezichthouder; de reactie van de houder (in het inspectierapport);
reacties van de houder aan het college;
de handhavingsgeschiedenis op locatieniveau en organisatieniveau;
de inspectiegeschiedenis op locatieniveau en organisatieniveau;
alle betrokken belangen waaronder het zwaarwegende belang van ouders en kinderen.
Het college voert handhaving in beginsel op locatieniveau uit, waarbij het college wel rekening houdt met overtredingen bij andere locaties van de houder. Het doel is om de houder te stimuleren zijn brede verantwoordelijkheid te nemen. Bij constateringen op één locatie verwacht het college van de houder dat die organisatiebreed verbeteringen doorvoert. Tekortkomingen moeten voor de gehele organisatie worden hersteld en niet slechts op de locatie waar de overtreding vastgesteld is. Dit heeft een positieve weerslag op de kwaliteit en draagt bij aan efficiëntie, omdat dit sneller leidt tot herstel van overtredingen op andere locaties en handhaving bij andere vestigingen kan worden voorkomen. Ouders en kinderen kunnen er op die manier eerder op vertrouwen dat de houder de vastgestelde overtredingen herstelt, maar ook dat de houder voorkomt op andere locaties dezelfde overtreding te maken.
Hoofdstuk 7.
Artikel 7.3
Het college weegt af welke handhaving passend is
Onderdeel van Beleidsregels gemeentelijke taken uitvoering Wet kinderopvang gemeente Waterland 2026