Herstellende handhaving is erop gericht dat een begane overtreding hersteld wordt en structureel hersteld blijft. In beginsel handhaaft het college altijd herstellend. Het doel is om de kwaliteit van de opvang zo snel mogelijk te herstellen zodat de houder kwalitatief goede kinderopvang aanbiedt. En kinderen weer in een veilige en gezonde omgeving opgevangen worden.
Overtredingen met grote consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang moeten in beginsel direct worden beëindigd. Overtredingen met gemiddelde consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang moeten in beginsel binnen maximaal 14 dagen worden hersteld. Voor elke overtreding beoordeelt het college welke hersteltermijn passend en geboden is.
De aanwijzing is doorgaans het meest geschikte instrument als het gaat om herstellende handhaving. Met een aanwijzing zet het college in op structurele verbetering. Dat betekent dat de overtreding niet alleen moet worden opgeheven, maar dat een houder ook maatregelen moet nemen om te voorkomen dat hij de overtreding opnieuw begaat. In de aanwijzing staat welke maatregelen de houder moet nemen, binnen welk termijn, om de wettelijke voorwaarden na te leven. Een aanwijzing kan ook een concretisering van wettelijke regels bevatten voor de specifieke situatie. De aanwijzing blijft geldig, ook nadat de overtreding is hersteld. Het college betrekt deze aanwijzing bij handhavingsbesluiten in de opvolgende drie jaar.
Met de aanwijzing maakt het college aan een overtreder duidelijk dat hij te allen tijde aan het opgenomen voorschrift moet voldoen. Daarmee is de aanwijzing in de eerste plaats ook de minst ingrijpende handhavingsmaatregel waarvan het college gebruik kan maken. De houder moet het college op de hoogte houden van de genomen verbetermaatregelen.
Als de aanwijzing niet leidt tot structureel herstel van de overtreding, legt het college in principe een last onder dwangsom op. Het college kan ook direct een last onder dwangsom opleggen zonder dat eerst een aanwijzing is gegeven. Met een last onder dwangsom verplicht het college de houder om maatregelen uit te voeren binnen een aangegeven termijn. Als een houder binnen de hersteltermijn de overtreding opheft en/of niet herhaalt, hoeft deze de dwangsom niet te betalen. Wordt echter vastgesteld dat een overtreding niet is opgeheven of is herhaald, dan moet de houder de dwangsom betalen. Een last onder dwangsom kent een maximumbedrag. De hoogte van de (maximale) last onder dwangsom per overtreding is terug te vinden in hoofdstuk 8. Het bedrag kan na één opgelegde last meerdere malen worden geint na het opnieuw vaststellen van dezelfde overtreding.
Als er binnen drie jaar sinds de laatste opgelegde aanwijzing een overtreding van dezelfde kwaliteitseis is vastgesteld, dan legt het college doorgaans direct een last onder dwangsom op. Ook als de kwaliteitseis in de tussenliggende periode is beoordeeld en er geen overtreding is vastgesteld.
Als sprake is van een overtreding die tijdens het lopende onderzoek al is opgelost, kan het college ervoor kiezen om alleen een waarschuwing te geven. De waarschuwing kan ook gebruikt worden als middel wanneer andere handhavingsmiddelen niet passend zijn bij de ernst, de verwijtbaarheid en/of de omstandigheden van het geval. Doel van de waarschuwing is het leggen van nadruk op de geconstateerde overtreding, zodat de kans groter wordt dat de houder een volgende keer wel aan de voorwaarde voldoet.
De last onder dwangsom is de meest geschikte handhavingsmaatregel waarvan het college gebruik kan maken na de aanwijzing, als sluiting van de opvang (nog) niet proportioneel is. Wordt de overtreding na het opleggen van een last onder dwangsom toch herhaald, dan heeft dat financiële gevolgen. Daarmee is de last onder dwangsom een handhavingsmaatregel met een gedoseerde financiële prikkel om de overtreding structureel op te heffen.
Het college kan ook een last onder bestuursdwang opleggen. Het college neemt dan bepaalde maatregelen om de overtreding van de kwaliteitseis op te heffen. Dit handhavingsmiddel is bijvoorbeeld geschikt als er maatregelen genomen moeten worden om de veiligheid van ruimtes te waarborgen of om een kinderopvangvoorziening te sluiten en gesloten te houden bij overtreding van een exploitatieverbod. Alle kosten die gemaakt worden bij de last onder bestuursdwang zijn voor rekening van de houder.
Hoofdstuk 7.
Artikel 7.4
Herstellend handhaven: de aanwijzing en de last onder dwangsom
Onderdeel van Beleidsregels gemeentelijke taken uitvoering Wet kinderopvang gemeente Waterland 2026