1.. De ontheemde geeft in de eerste week van elke maand aan wanneer er een wijziging in de woon- leefsituatie heeft plaatsgevonden die van invloed is op de verplichting tot het betalen van de eigen bijdrage of ontvangen van het leefgeld.

2.. De eigen bijdrage wordt alleen geïnd als het college heeft bepaald dat de ontheemde geen recht heeft op leefgeld.

3.. De eigen bijdrage wordt naar rato geïnd. Dat betekent dat afhankelijk van de hoogte van het maandinkomen een ander bedrag wordt geïnd. De hoogte van de eigen bijdrage is het bedrag wat overblijft wanneer het maandinkomen min 115% van het ingetrokken leefgeld wordt gedeeld door 1,15, met een maximale hoogte van €244,22 per volwassene tot maximaal €488,44. Een rekenvoorbeeld staat in bijlage 2.

4.. De eigen bijdrage wordt volledig geïnd vanaf het moment dat een gezin of individu netto meer dan 115% van het op de situatie van toepassing zijnde normbedrag verdient.

5.. Indien er geen aanvraag voor leefgeld wordt gedaan door de ontheemde gaat het college uit van het hebben van eigen inkomen ten minste hoger dan 115% van het normbedrag en wordt de eigen bijdrage geïnd.

6.. De eigen bijdrage wordt maandelijks over de voorafgaande kalendermaand voldaan. De eigen bijdrage van oktober wordt dus in november voldaan.

7.. Indien de ontheemde een opgelegde eigen bijdrage niet (meer) betaalt, wordt een betalingsherinnering gestuurd en zo nodig nog een aanmaning.

8.. Als er na de verstuurde betalingsherinnering of aanmaning nog geen betaling wordt ontvangen, zal een incassobureau worden ingeschakeld om de vordering bij de ontheemde te incasseren.