De verantwoordelijkheid voor het organiseren van vervoer ligt primair bij ouder(s), conform het uitgangspunt van zelfredzaamheid en eigen kracht.
Van ouder(s) wordt verwacht dat zij de jeugdige in beginsel ten minste twee keer per week zelf brengen en halen.
Van ouder(s) wordt verwacht dat zij de jeugdige in beginsel bij een afstand van 6 kilometer of minder de jeugdige zelf brengen of halen. Uitgangspunt is Google Maps.
Een vervoersvoorziening wordt uitsluitend toegekend wanneer:
ouder(s) aantoonbaar niet in staat zijn het vervoer zelf uit te voeren of te organiseren;
er geen mogelijkheden zijn binnen het netwerk of voorliggende voorzieningen, zoals Leerlingenvervoer, Wmo-vervoer of vervoer op grond van de Wlz.
Vanaf de leeftijd van 12 jaar wordt van de jeugdige, afhankelijk van het ontwikkelingsniveau en mogelijkheden, een toenemende mate van zelfstandigheid verwacht. Dit kan betekenen dat de jeugdige (al dan niet onder begeleiding) zelfstandig kan reizen met het openbaar vervoer of de fiets, indien dit verantwoord en haalbaar is.
Het Centrum voor Elkaar beoordeelt per individueel geval of van de jeugdige verwacht mag worden dat hij/zij (gedeeltelijk) zelfstandig reist. Hierbij wordt gekeken naar:
de afstand en bereikbaarheid van de locatie;
de fysieke en mentale mogelijkheden van de jeugdige;
de veiligheid van de route;
eventuele begeleiding die nodig is.
Artikel 2.3.2 Vervoersvoorziening jeugdhulp (nadere regel artikel 3.4 verordening)
Een vervoersvoorziening op grond van de Jeugdwet wordt uitsluitend toegekend wanneer:
De jeugdige beschikt over een geldige beschikking voor een individuele jeugdhulpvoorziening die plaatsvindt op een vaste locatie buiten de eigen woning;
Het vervoer aantoonbaar noodzakelijk is voor deelname aan deze voorziening;
Alternatieven, zoals zelfstandig reizen of vervoer door ouder(s) of het sociaal netwerk, onvoldoende passend of verantwoord zijn.
De afstand tussen de verblijfsplaats van de jeugdige en de locatie van de jeugdhulpvoorziening is een relevante wegingsfactor:
Bij een afstand van minder dan 6 kilometer wordt dit in beginsel beschouwd als gebruikelijke zorg. Van ouder(s) wordt verwacht dat zij dit vervoer zelf organiseren;
Een afstand van meer dan 6 kilometer kan aanleiding zijn voor een vervoersvoorziening, maar leidt niet automatisch tot toekenning. Ook dan wordt beoordeeld of ouder(s) of het netwerk het vervoer kunnen organiseren.
Het vervoer dient betrekking te hebben op de kortste of meest doelmatige route tussen het woonadres van de jeugdige en de zorglocatie, zoals vastgesteld via Google Maps.
De volgende vervoersvoorzieningen kunnen, indien passend, worden toegekend:
(gedeeltelijke) kilometervergoeding voor eigen vervoer;
(gedeeltelijke) OV-vergoeding voor de jeugdige en, indien noodzakelijk een begeleider;
OV-training ter bevordering van zelfstandig reizen;
aansluiting bij bestaande vervoersstromen, zoals Wmo-vervoer of Leerlingenvervoer;
vervoer via de zorgaanbieder (bij zorg in natura);
aangepast vervoer, zoals individueel of groepsvervoer per taxi.
De verstrekking van vervoersvoorzieningen volgt het principe van licht naar zwaar:
Er wordt eerst gekeken naar eigen kracht, gebruik van openbaar vervoer en bestaande netwerken;
Pas wanneer deze opties aantoonbaar niet passend of haalbaar zijn, wordt zwaardere ondersteuning overwogen.
Hoofdstuk
Artikel 2.3.1
Uitgangspunten vervoersvoorziening jeugdhulp
Onderdeel van Nadere regels en beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Bunnik