Er is sprake van een sociale huurwoning als de woning een aanvangshuur heeft die niet hoger is dan de jaarlijks door het Rijk vastgestelde liberalisatiegrens en deze door een toegelaten instelling conform artikel 19 Woningwet wordt verhuurd. Met de corporaties worden jaarlijks nieuwe prijzen of een indexering afgesproken.
Voor grondgebonden woningen geldt de prijs per m² kavel. Stedenbouwkundig uitgangspunt voor grondgebonden woningen is een standaardkavel van ten hoogste 100 m².
Voor appartementen in het sociale segment is er een vaste prijs per eenheid. Hierbij wordt een onderverdeling aangebracht tussen ‘appartement eenpersoons’ (studio of één slaapkamer) en ‘appartement gezin” (twee slaapkamers of meer).
De corporatie moet op deze kavels sociale huurwoningen bouwen en deze gebruiken volgens de prestatieafspraken met de gemeente. In deze prestatieafspraken tussen gemeente en corporaties is onder andere opgenomen dat de corporatie de woningen binnen 25 jaar na realisatie alleen met toestemming van het college voor een ander doel mag gaan gebruiken. Bij eerdere doorverkoop (uitponding) van een sociale huurwoning zonder toestemming volgt er een nabetaling ter hoogte van de dan geldende grondprijs voor projectmatige bouw minus de op dat moment geldende prijs voor sociale huur.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.4
Artikel 4.4.2
Sociale woningbouw (huur)
Onderdeel van Nota Grondprijsbeleid gemeente Oss 2026-2030