1.. Een jeugdige of ouders kunnen binnen de kaders van de Jeugdwet en deze verordening in aanmerking komen voor een individuele voorziening wanneer door het college of een andere wettelijke verwijzer is vastgesteld dat:

  • - een individuele voorziening aangewezen is gezien de aard en ernst van de hulpvraag;
  • - de jeugdige zelf, of met zijn ouders of andere personen uit zijn sociaal netwerk, geen afdoende oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden;
  • - een algemene voorziening niet adequaat is voor de oplossing van de hulpvraag;
  • - de jeugdige of de ouders geen aanspraak kunnen maken op een andere voorziening om de hulpvraag volledig te beantwoorden.

2.. De inzet van een individuele voorziening is in beginsel tijdelijk en gericht op herstel en versterking van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige of diens ouders.

3.. Het college kan daarnaast zorgdragen voor een individuele voorziening in de vorm van een vervoersvoorziening voor het vervoer van een jeugdige van en naar de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden, indien deze voorziening noodzakelijk is in verband met een medische noodzaak of beperking in de zelfredzaamheid.

4.. Een individuele voorziening voor jeugdhulp wordt alleen toegekend als de inzet van de voorziening naar oordeel van het college doeltreffend geacht kan worden. Om doeltreffend te zijn geldt in ieder geval dat:

  • - de in te zetten voorziening bijdraagt aan het oplossen van de hulpvraag;
  • - de in te zetten voorziening behoudens het bepaalde in artikel 2.4 tweede lid sub b van de wet – waar beschikbaar – een bewezen effectieve interventie is;
  • - de in te zetten voorziening nooit een bewezen niet effectieve interventie is.

5.. Er is sprake van bewezen effectieve voorzieningen als de interventies zijn opgenomen als zijnde ‘erkend’ in:

  • - de Databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut;
  • - de zorgstandaarden van de GGZ Standaarden;
  • - de databank voor interventies gericht op jeugdigen met een beperking (databank interventies gehandicaptenzorg).

6.. Indien er meerdere adequate voorzieningen zijn, verstrekt het college de goedkoopst en tijdig beschikbare voorziening.