De gemeente kan een Bibob-onderzoek doen als de gemeente zelf een vastgoedtransactie aan gaat, zoals het aankopen of verkopen van onroerende zaken (waaronder gebouwen en/of percelen grond), het vestigen van zakelijke rechten dan wel het aangaan van huurovereenkomsten. De gemeente moet de betrokkene laten weten wanneer het een Bibob-onderzoek doet en/of het Landelijk Bureau Bibob om advies vraagt. De gemeente zet deze informatie in de verkoopleidraad (selectieleidraad/aanbestedingsleidraad) en/of vertelt dit bij aanvang van de onderhandelingen, teneinde transparantie te waarborgen en de wederpartij in staat te stellen hiermee rekening te houden in het verdere proces.
De gemeente neemt een integriteitsclausule op in de overeenkomst voor de vastgoedtransactie. Hierin staat dat de gemeente onder de overeenkomst kan ontbinden als uit een Bibob-onderzoek blijkt dat de wederpartij niet integer is, zoals bedoeld in artikel 9, lid 3 van de Wet Bibob.
De gemeente zal een eigen onderzoek starten als:
het vastgoedobject, zoals een gebouw of een perceel, gebruikt wordt of gebruikt gaat worden voor één of meerdere activiteiten die vallen onder de risicoactiviteiten (zie bijlage 1).
de gemeente het risico loopt veel geld te verliezen met de transactie.
als er ook een aanvraag voor een vergunning of subsidie is of wordt gedaan (zie hoofdstuk 2 van deze beleidsregel).
de gemeente dit nodig vindt door eigen ambtelijke informatie en/of informatie van één van de partners van het RIEC;
de gemeente een tip heeft ontvangen van het Landelijk Bureau Bibob zoals bedoeld in artikel 11 van de Wet Bibob;
de gemeente een tip heeft ontvangen van de officier van justitie, een ander bestuursorgaan dat de Wet Bibob mag uitvoeren, of een rechtspersoon met een overheidstaak die de Wet Bibob mag uitvoeren, zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob.
Hoofdstuk 3:
Artikel 3.1
Hoe past de gemeente de Wet Bibob toe bij vastgoedtransacties?
Onderdeel van Beleidsregel Bibob gemeente Pijnacker-Nootdorp 2026