De gemeente kan een Bibob-onderzoek doen bij overheidsopdrachten zoals bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 en bij zorgovereenkomsten vanuit de Jeugdwet en/of de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo).
De gemeente moet de partijen die meedoen aan een aanbesteding of die een zorgovereenkomst aan willen gaan met de gemeente, laten weten wanneer het een eigen onderzoek doet en/of het Landelijk Bureau Bibob om advies vraagt. De gemeente zet deze informatie in de (aanbestedings)documenten. De gemeente neemt een integriteitsclausule op in de overeenkomst. Daarin staat dat de gemeente de overeenkomst kan ontbinden als uit een Bibob-onderzoek blijkt dat de uitvoerder van de opdracht niet integer is, zoals bedoeld in artikel 9, lid 2 van de Wet Bibob.
De gemeente zal voor het aangaan van de overeenkomst een eigen onderzoek starten als:
één of meerdere activiteiten van de overheidsopdracht onder de risicoactiviteiten vallen (zie bijlage 1).
de gemeente dit nodig vindt door eigen ambtelijke informatie en/of informatie van een van de partners van het samenwerkingsverband RIEC.
de gemeente een tip heeft ontvangen van het Landelijk Bureau Bibob, zoals bedoeld in artikel 11 van de Wet Bibob.
de gemeente een tip heeft ontvangen van de officier van justitie, of een ander bestuursorgaan dat de Wet Bibob mag uitvoeren, of een rechtspersoon met een overheidstaak die de Wet Bibob mag uitvoeren, zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob.
de gemeente informatie of een tip (zie onderdeel b tot en met d) heeft ontvangen over een onderaannemer.
Als één of meer van de situaties onder 1 b t/m e voorkomen tijdens het uitvoeren van de overeenkomst zal de gemeente ook een eigen onderzoek starten.
Hoofdstuk 3:
Artikel 3.2
Hoe past de gemeente de Wet Bibob toe bij overheidsopdrachten?
Onderdeel van Beleidsregel Bibob gemeente Pijnacker-Nootdorp 2026