Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2: › Paragraaf 2.2:

Artikel 2.6

Proefplaats

Onderdeel van Verzamelverordening Werk en Inkomen gemeente Rozendaal 2026

1.. Het college kan, als dit door hem noodzakelijk wordt geacht, een inwoner als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet die algemene bijstand ontvangt, toestemming verlenen om op een proefplaats bij een werkgever onbeloonde werkzaamheden te verrichten met behoud van uitkering. 2.. De duur van de proefplaats is in beginsel maximaal twee maanden. Indien in deze periode een loonwaardemeting uitgevoerd moet worden, kan de proefplaats 3 maanden duren. In uitzonderlijke gevallen kan een proefplaats verlengd worden tot in totaal maximaal zes maanden als dat in het belang van de re-integratie van de individuele uitkeringsgerechtigde is en naar het oordeel van het college noodzakelijk is op grond van de aard van de beperkingen, de afstand tot de arbeidsmarkt en/of de mate van complexiteit van het werk. Bij verlenging in het belang van de re-integratie van de uitkeringsgerechtigde is een loonwaardemeting geen noodzakelijke voorwaarde. 3.. Het doel van een proefplaats is de inschakeling van de inwoner in arbeid bij een werkgever te bevorderen, waarbij de proefplaats voor een zo beperkt mogelijke duur wordt ingezet. 4.. Voor een proefplaats wordt uitsluitend toestemming verleend als: het college verwacht dat de proefplaats bijdraagt aan het vergroten van de kans op arbeidsinschakeling; de werkzaamheden van de inwoner niet al eerder onbeloond door hem bij die werkgever, of diens rechtsvoorganger, zijn verricht tenzij sprake is van veranderde omstandigheden die naar het oordeel van het college een herhaalde proefplaats rechtvaardigen; de werkgever bij aanvang van de proefplaats schriftelijk de intentie heeft uitgesproken dat hij de inwoner, bij gebleken geschiktheid, direct aansluitend aan zijn proefplaats, voor minimaal zes maanden, zonder proeftijd, in dienst zal nemen voor minimaal het aantal uren gedurende de proefplaats. 5.. Het college weigert de toestemming, bedoeld in het eerste lid, als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de inwoner ook zonder proefplaats kan worden aangenomen voor dat werk; in situaties dat het college gegronde vermoedens heeft dat de werkgever de proefplaats oneigenlijk gebruikt of misbruikt. 6.. Als de werkzaamheden op de proefplaats wegens ziekte worden onderbroken, dan wordt deze periode voor de toepassing van de maximale periode, bedoeld in het eerste lid, buiten beschouwing gelaten. 7.. Het college kan een inwoner op een proefplaats persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen toekennen overeenkomstig de bepalingen van artikel 2.8 t/m 2.14.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel