Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden.
Deze onderzoekt of de benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet.
De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. (was (1) en onder 1,2 en 3 opgenomen)
De raad kan een wethouder expliciet uitnodigen om in de vergadering aanwezig te zijn. (was (2))
5. De burgemeester geeft voor de aanvang van iedere ambtstermijn dan wel bij de invulling van een vacature van wethouder opdracht geven om de kandidaat-wethouder(s) aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad. (was (3))
Hoofdstuk 3
Artikel 10.