Dit meet- en rekenprotocol (het protocol) is van toepassing op alle geluidversterkte evenementen die binnen de gemeente Amsterdam gehouden worden. Het protocol is opgesteld om een eenduidige en heldere manier te bieden hoe gemeten en gerekend wordt met evenementengeluid, met de nadruk op muziekgeluid. Dit protocol is een onlosmakelijk onderdeel van de beleidsregel ‘Geluidbeleid voor evenementen in Amsterdam’ van de gemeente Amsterdam. Het protocol zal periodiek worden bijgewerkt op basis van ervaringen en voortschrijdende inzichten.

Voor bepaalde onderdelen in het protocol wordt, net als in de Beleidsregel, een onderscheid gemaakt in de omvang van evenementen, waarbij drie categorieën zijn geformuleerd:

  • - Muziekevenementen met 1.500 of meer bezoekers
  • - Muziekevenementen met minder dan 1.500 bezoekers
  • - Evenementen waarbij muziek een ondergeschikte rol speelt

De basis voor het meten en rekenen voor geluid op en rondom evenementen is de Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999 (HMRI). Het toepassen van de HMRI (en de voorloper de IL-HR-13-01) wordt in Nederland wettelijk voorgeschreven voor alle akoestische onderzoeken en metingen voor onder andere industrielawaai en horecageluid. Ook bij evenementengeluid wordt de HMRI doorgaans gebruikt, ook al is dit niet wettelijk geregeld. De HMRI is echter niet onverkort geschikt voor het rekenen met en meten aan evenementengeluid. Zodoende is een meet- en rekenprotocol opgesteld. De bepalingen in dit protocol zijn leidend. Indien het protocol ergens niet in voorziet dan geldt de HMRI.

Op het moment dat er een opvolger van de HMRI wordt uitgebracht en/of nieuwe (Nederlandse of Europese) wet- en regelgeving hier aanleiding toe geeft, zal dit protocol waar nodig worden bijgewerkt.

Note: De gemeente Amsterdam draagt graag bij aan de ontwikkeling van evenementbeleid in andere steden en stelt dit Meet- en rekenprotocol dan ook beschikbaar als leidraad of voorbeeld. Bedenk daarbij wel dat elke stad en locatie anders is en wellicht een eigen aanpak verlangt.

Algemeen

  • - Beoordelingspunten
  • - De grenswaarden voor evenementengeluid gelden op de gevels van omliggende woningen of andere geluidgevoelige gebouwen (zoals ziekenhuizen, verpleeghuizen en scholen).
  • - Een (blinde) gevel waarin zich geen ramen en deuren bevinden behoeft niet als beoordelingspunt beschouwd te worden.
  • - Een (dove) gevel waarin zich geen te openen delen bevinden wordt wel als beoordelingspunt beschouwd, tenzij dit in een locatieprofiel anders is vastgelegd.
  • - De beoordeling vindt plaats op alle verdiepingen van een gebouw waarop zich geluidgevoelige ruimten bevinden. In het akoestisch onderzoek dienen daarvoor rekenpunten opgenomen te worden op alle relevante verdiepingen. Geluidmetingen kunnen zich beperken tot een aantal maatgevende beoordelingspunten die blijken uit het akoestisch onderzoek.
  • - Indien gewenst kan om praktische redenen beoordeling plaatsvinden op referentiepunten, waarbij berekend moet worden elk geluidniveau aldaar als grenswaarde aangehouden moet worden. Er wordt beoordeeld op een hoogte van 5 meter.
  • - Beoordelingsgrootheid

De grenswaarden voor evenementengeluid worden in Amsterdam gesteld in LCeq (het equivalente C-gewogen invallende geluidniveau). Bij het vaststellen van de beoordelingsgrootheid gelden de volgende correcties, die verderop in het protocol nader worden toegelicht:

  • - een stoorgeluidcorrectie Cstoor tot maximaal 3 dB.
  • - een gevelreflectiecorrectie Cg van 3 dB.
  • - geen bedrijfsduurcorrectie Cb.
  • - geen toeslagen voor muziek-, tonaal- en impulsgeluid (respectievelijk K1, K2 en K3).
  • - in de regel geen meteocorrectie Cm (uitzonderingen zijn per locatie mogelijk).

De beoordelingsgrootheid LCeq wordt bepaald door het over 3 minuten gemeten geluidniveau, indien nodig, te corrigeren met de correctie voor stoorgeluid, gevelreflectie en meteocorrectie.

LCeq,3min - Cstoor - Cg - Cm = beoordelingsniveau LCeq

  • - Afronding getalen

De rekenkundige tussenresultaten worden gepresenteerd tot één cijfer achter de komma. De beoordelingsgrootheden worden opgegeven in hele dB's. Deze getallen worden afgerond conform NEN 1047. Hierbij geldt dat indien het af te ronden getal op een 5 eindigt deze wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele even getal. Dit betekent bijvoorbeeld dat 40,5 dB(C) wordt afgerond naar 40 dB(C) en 45,5 dB(C) naar 46 dB(C).

  • - Apparatuur

Voor het verrichten van metingen dient de organisator, akoestisch adviseur en/of vergunninghouder en handhaver minimaal te beschikken over de volgende apparatuur:

  • - Een precisie geluidniveaumeter volgens de specificaties van IEC-publicatie 651: 1979, type I met een rondomgevoelige microfoon;
  • - Een voorziening voor de bepaling van het equivalente geluidniveau op basis van continue integratie van het signaal (`real time').
  • - Octaafbandfilters (of tertsbandfilters) volgens de specificatie van IEC-publicatie 1260: 1995. De middenfrequenties van de octaafbanden dienen gekozen te worden overeenkomstig ISO 266: 1997 en de banden 31,5 Hz tot en met 8000 Hz te omvatten.
  • - Een windkap of een windbol.
  • - Een microfoonstatief tot 5 meter hoogte
  • - Ook mogen digitale analyse- of monitoringssystemen worden gebruikt die door snelle bemonstering van tijdsignalen geluidsdrukken kunnen meten. De microfoons, voorversterkers en functionaliteit van de software dienen overeenkomstig de eisen van de genoemde IEC-publicatie te zijn. Zie hiervoor ook hoofdstuk 7 ‘Eisen monitoren en/of meten geluidniveaus.
  • - Voor en na iedere serie metingen dient het gehele meetsysteem, inclusief microfoons en kabels, op de voor de apparatuur voorgeschreven wijze te worden gekalibreerd met een akoestische ijkbron, die binnen een marge van 0,5 dB een constant signaal geeft. Indien na afloop van de meetserie bij het kalibreren blijkt dat het meetsysteem niet betrouwbaar is (de afwijking ten opzichte van het constante signaal is groter dan 0,5 dB), dienen de desbetreffende metingen, indien mogelijk opnieuw uitgevoerd te worden.
  • - Bij meerdaagse metingen dient het meetsysteem tevens tussendoor nog eens gekalibreerd te worden.
  • - Bij het gebruik van een verlengkabel wordt de kalibratie voor en na de metingen uitgevoerd inclusief de verlengkabel.
  • - Het gehele meetsysteem, inclusief ijkbron(nen), dient tenminste iedere twee jaar uitgebreid en controleerbaar te worden getest.
  • - Meetsystemen die permanent of een groot deel van de tijd buiten staan opgesteld dienen minimaal 4 keer per jaar gecontroleerd en onderhouden te worden.
  • - Voor metingen die door of namens organisatoren van evenementen in de categorie III en IV worden verricht gelden afwijkende eisen. Zie hiervoor hoofdstuk 7 ‘Eisen monitoren en/of meten geluidniveaus.

Uitvoeren geluidmetingen

  • - Meetmethode

Geluidmetingen tijdens evenementen worden uitgevoerd volgens Methode II.1 van de HMRI, met toevoegingen en/of uitzonderingen zoals in dit protocol beschreven. Dit zijn immissiemetingen die direct nabij de woningen (of andere geluidgevoelige gebouwen) worden verricht. Op sommige locaties zal op een dichterbij gelegen referentiepunt worden gemeten, bijvoorbeeld vanwege de grote afstand tot de meest nabijgelegen woningen. In die gevallen is dit referentiepunt tevens het beoordelingspunt en geldt aldaar de geluidnorm. De geluidoverdracht naar de woningen is dan al in een akoestisch onderzoek bepaald.

  • - Vereist kennisniveau

Van personen die geluidmetingen verrichten namens de gemeente of namens een organisator van een evenement binnen categorie I en II, wordt verwacht dat zij aantoonbaar gedegen kennis en ervaring hebben om deze metingen deugdelijk, betrouwbaar en conform dit meet- en rekenprotocol uit te voeren. Deze kennis en ervaring kan bijvoorbeeld blijken uit een gevolgde relevante opleiding in combinatie met adequate werkervaring (PHB Milieugeluid / Akoestiek, Specifieke gemeentelijke cursussen meten evenementengeluid, werkzame jaren bij een Omgevingsdienst of akoestisch adviesbureau).

  • - Beoordelings- en meethoogte
  • - De beoordeling van het invallende LCeq vindt plaats op de gevels van woningen op de hoogte alwaar zich geluidgevoelige ruimten bevinden.
  • - Er wordt zoveel mogelijk gemeten op de beoordelingspunten, waarbij uit praktische overwegingen in eerste instantie gemeten wordt op 5 meter hoogte.
  • - Als gemeten wordt op een referentiepunt, vindt de beoordeling plaats op 5 meter hoogte.
  • - Indien een meethoogte van 5 meter praktisch niet uitvoerbaar is, kan hiervan worden afgeweken.
  • - Meettijd en aantal metingen
  • - Het gemiddelde C-gewogen geluidniveau (LCeq) wordt bepaald over een (zuivere meet)tijd van 3 minuten (ondanks het feit dat evenementengeluid een fluctuerende bron is en volgens de HMRI net zo lang gemeten moet worden dat de meettijd geen invloed meer heeft op de meetwaarde).
  • - Bij het monitoren van het geluid wordt het voortschrijdende gemiddelde (lopend gemiddelde) bepaald, tekens over de laatste 3 minuten.
  • - Bij handmatige metingen ter controle van monitorstations of ten behoeve van een constatering, dienen ten minste 2 metingen verricht te worden van elk 3 minuten, waarbij tussen de metingen een tijdsperiode van 5 minuten wordt aangehouden.
  • - Stoorgeluid

Stoorgeluiden kunnen de geluidmetingen sterk beïnvloeden. Tijdens het uitvoeren van geluidmetingen dient hier dan ook aandacht aan besteed te worden. Het beoordelen van stoorgeluid kan door gebruik te maken van stille(re)momenten tijdens het evenementen en/of door tegelijkertijd onder identieke omstandigheden het stoorgeluid te meten op een punt, dat verder van de bron verwijderd is (bijvoorbeeld verder langs de storende verkeersweg).

  • - De beoordeling van stoorgeluid dient bij voorkeur spectraal uitgevoerd te worden.
  • - Indien het stoorgeluidniveau 10 dB of meer onder het signaalniveau ligt, mag ervan worden uitgegaan dat het stoorgeluid de meting niet beïnvloedt en is Cstoor gelijk aan 0.
  • - Indien het stoorgeluid minder dan 3 dB onder het signaalniveau ligt, dient de meting als niet betrouwbaar geacht te worden.
  • - Indien het stoorgeluidniveau tussen de 3 en 10 dB onder het signaalniveau ligt, dient een stoorgeluidcorrectie (Cstoor) te worden toegepast, door het stoorgeluid energetisch af te trekken van het gemeten geluidniveau.
  • - De stoorgeluidcorrectie is beperkt tot 3 dB op het totale geluidniveau of 7 dB in een octaafband. In het laatste geval mag door deze correctie het totale niveau niet met meer dan 3 dB gecorrigeerd worden.
  • - In het meetverslag (zie paragraaf 3.7) dient te allen tijde omschreven te worden in welke mate stoorgeluiden zijn waargenomen en hoe hiermee om is gegaan.
Verschil tussen signaal- en stoorgeluid [dB]345678910
Toe te passen correctie [dB]32211110
  • - Gevelreflectie

Een deel van het geluid dat op een gevel terechtkomt reflecteert. Hierdoor kan er een verhoging van het geluidniveau optreden voor de gevel. De mate van reflectie is onder andere afhankelijk van de hoek van inval, de materialisatie van de gevel en het spectrum van het geluid. De geluidnormen zijn gerelateerd aan het invallende geluidniveau op de gevel. Dit betekent dat als er in de praktijk gemeten wordt inclusief reflectie van de gevel, er gecorrigeerd moet worden voor deze reflectie. Ondanks dat de mate van reflectie kan variëren is gekozen voor één correctiewaarde van 3 dB.

  • - Bij voorkeur wordt het invallende geluidniveau gemeten zonder reflectie, bijvoorbeeld op een punt direct naast een woongebouw, op gelijkwaardige afstand van de bron. Er wordt dan geen correctie toegepast.
  • - Indien nodig wordt het invallende geluidniveau direct voor de gevel van de betreffende woning gemeten.
  • - Als het geluidniveau voor een gevel moet worden bepaald, wordt op een afstand van 2 meter voor het verticale vlak gemeten.
  • - Indien dit niet mogelijk is, bijvoorbeeld bij een vaste monitorstation, dan wordt gemeten op een afstand die praktisch haalbaar is.
  • - Alle vlakken met een elevatie van = 70 graden of meer worden als verticaal beschouwd. Indien de elevatie minder dan 70 graden is, wordt er procedureel van uitgegaan dat er geen reflectie plaatsvindt en wordt geen gevelcorrectieterm toegepast.
  • - Waar gemeten wordt met reflectie, wordt een correctie van -3 dB toegepast op de meetwaarde.
  • - Situaties waar meerdere reflecties optreden zo veel mogelijk vermijden.
  • - Voor het meten van het C-gewogen geluidniveau wordt bij handmatige metingen het statief rustig heen en weer gezwaaid over een afstand van circa 1,5 meter.
  • - Meteocondities

Door meteorologische omstandigheden kan de geluidoverdracht sterk variëren, met name over grotere afstanden (> 50 meter). Gezien het kortdurende karakter van evenementen kan met deze weersomstandigheden slechts zeer beperkt rekening worden gehouden.

  • - De weersomstandigheden kunnen een betrouwbare werking van de apparatuur belemmeren. Metingen die verricht worden bij (zware) regenval, sneeuw, ijs of onder hoge temperaturen dienen extra goed beoordeeld te worden op de nauwkeurigheid. De handleiding en specificaties van de betreffende apparatuur dient hiervoor geraadpleegd te worden.
  • - Windgeruis moet ten minste 5 dB onder het signaal liggen. Bij gebruik van het C-filter is de geluidmeting extra gevoelig voor windgeruis op de microfoon. Zodoende moet te allen tijde een windbol gebruikt worden. Tabel 3.2 geeft de geluidniveaus die minimaal gemeten moeten worden in relatie tot de windsnelheid om nog betrouwbaar geacht te worden.

Tabel 3.2 Maximaal toegestane windsnelheid op microfoonhoogte

Windsnelheid tijdens de meting kleiner dan[m/s]2468101214
Geluidniveau hoger dan[dB(A)]13040506070--
[dB(C)]2405060708090100

1 Conform tabel A. 6.1 uit de HMRI

2 Op basis van praktijkmetingen (nu nog ongefundeerde inschatting)

  • - Tijdens evenementen hoeft niet onder ‘meteoraamcondities’ zoals in de HMRI vermeld gemeten te worden, ook niet bij metingen op grotere afstanden dan 50 meter.
  • - In de regel wordt bij de beoordeling van het geluid geen meteocorrectie toegepast.
  • - Voor locaties waar in het locatieprofiel is vastgelegd dat er wel een meteocorrectie mag worden toegepast geldt het volgende:
    • - Bij metingen op een afstand van meer dan 50 meter vanaf de grens van het evenemententerrein, wordt een correctie van 3 dB toegepast, indien onder meewindconditie (bij windsnelheden vanaf 0,3 m/s in een hoek van +/- 60o ) gemeten wordt.
    • - Bij metingen die onder tegenwindcondities of bij windstilcondities verricht worden, wordt geen correctie toegepast.
  • - Voor de situaties waarin een meteocorrectie mag worden toegepast, dient bij voorkeur tijdens het evenement continue de windrichting gemeten te worden.
    • - Deze metingen vinden plaats op de meest geschikte locatie, bij voorkeur in het open veld op een hoogte van 10 meter, met een minimale hoogte van 5 meter.
    • - De gemiddelde windrichting wordt bepaald uit een gemiddelde van 10 minuten.
  • - Indien er geen windmeter op locatie is geldt de actuele weersinformatie van het KNMI.

Onvoorziene en zeldzame weersomstandigheden die de geluidoverdracht in extreme mate beïnvloeden, zoals inversie in bepaalde luchtlagen kunnen de geluidbelasting significant meer verhogen dan de hierboven genoemde 3 dB meteocorrectie. Inversie kan in de zomer in de avond of nacht optreden op heldere dagen. De overdracht is dan naar alle beoordelingspunten in de omgeving hoger. De geluidbelasting wordt hoger bij een gelijkblijvend bronniveau.

De organisatie zal in deze omstandigheden het geluidniveau op het terrein zo ver als verantwoord is reduceren om toch aan de geluidnorm te kunnen voldoen. Het handhavingsprotocol van de gemeente bevat een bepaling hoe omgegaan wordt met een normoverschrijding in deze zeldzame situatie.

Ter informatie is onderstaande tabel opgenomen met een overzicht van windkracht, windsnelheid en de benaming.

Tabel 3.3 Windkracht en windsnelheid

KrachtBenamingWindgemiddelde snelheid over 10 minuten [km/uur]Windgemiddelde snelheid over 10 minuten [m/s]Uitwerking boven land en bij de mens
0stil0-10-0,2rook stijgt recht of bijna recht omhoog
1zwak1-50,3-1,5windrichting goed af te leiden uit rookpluimen
2zwak6-111,6-3,3wind merkbaar in gezicht
3matig12-193,4-5,4stof waait op
4matig20-285,5-7,9haar in de war, kleding flappert
5vrij krachtig29-388,0-10,7opwaaiend stof hinderlijk voor de ogen, gekuifde golven op meren en kanalen en vuilcontainers waaien om
6krachtig39-4910,8-13,8paraplu's met moeite vast te houden
7hard50-6113,9-17,1lastig tegen de wind in te lopen of fietsen
8stormachtig62-7417,2-20,7voortbewegen zeer moeilijk
9storm75-8820,8-24,4schoorsteenkappen en dakpannen waaien weg, kinderen waaien om
10zware storm89-10224,5-28,4grote schade aan gebouwen, volwassenen waaien om
11zeer zware storm103-11728,5-32,6enorme schade aan bossen
12orkaan>117>32,6verwoestingen

Bron: Weergaloos Nederland. Uitgeverij Kosmos/Z&K, Utrecht, 1997/2004

  • - Metingen preventie gehoorschade

Voor metingen in het kader van preventie gehoorschade gelden de volgende regels:

  • - Het gemiddelde A-gewogen geluidniveau (LAeq) wordt bepaald over een (zuivere meet)tijd van 15 minuten.
  • - Bij het meten van het geluid wordt het voortschrijdende gemiddelde (lopend gemiddelde) bepaald, tekens over de laatste 15 minuten.
  • - Metingen worden uitgevoerd ter plaatse van de mengtafel, op een hoogte van 2 meter boven het vloerveld.
  • - Met ‘ter plaatse van de mengtafel’ wordt hier bedoeld een punt in het FoH-gebied, recht tegenover het podium, op maximaal 25 meter uit het podium (of het FoH-systeem), ongeacht waar de mengtafel zich feitelijk bevindt. Als een FoH-gebied kleiner is dan 25 meter, bijvoorbeeld bij kleinere festivals of in tenten, dan wordt het einde van het FoH-gebied aangehouden als meetpunt.
  • - Meetverslag

In het meetverslag dat wordt opgesteld moeten in ieder geval de volgende onderdelen worden opgenomen:

  • - Naam, datum en omschrijving van het evenement
  • - Verwijzing naar de vergunning en dit protocol
  • - Situatieschets of luchtfoto met de ligging van het evenement en de meetpunten
  • - Overzicht meetposities, adressen en meethoogtes
  • - Omschrijving stoorbronnen per meetpositie / meting
  • - Omschrijving weersomstandigheden
  • - Toegepaste correcties met onderbouwing
  • - Overzicht meetresultaten, afgerond in hele getallen, per meetpositie
  • - Overzicht metingen ten behoeve van preventie gehoorschade
  • - Bij verslagen van monitoring:
    • - grafieken van het verloop per meetlocatie, per drie minuten (leesbaar) o grafieken van het verloop van de windsnelheid en -richting (indien van toepassing)
    • - Overzicht gebruikte apparatuur
  • - Directe uitdraaien geluidmeter / monitorstation(s) als bijlage
  • - Uitvoeren berekeningen

Dit gedeelte van het protocol geeft een handleiding op welke wijze de geluidbelasting in de omgeving geprognotiseerd kan worden in een akoestisch onderzoek (categorie I evenementen). De meest recente BBTLijst van de gemeente Amsterdam dient daar eveneens bij betrokken te worden.

Het doel van de berekeningen is het inzichtelijk maken of het evenement passend is bij de betreffende locatie en of de best beschikbare technieken worden toegepast.

Erkend wordt dat evenementengeluid niet op de 1 dB nauwkeurig is te prognosticeren. Het modelleren van evenementengeluid is zeer complex en geeft slechts een grove benadering van de werkelijkheid. Geen van de gangbare rekensoftware wordt als uitermate geschikt geacht. Innovaties op dit gebied zijn dan ook welkom.

Het uitgangspunt van het akoestisch onderzoek moet zijn dat het geluidniveau ter plaatse van het publiek niet harder gaat dan nodig (en nooit harder dan 100 dB(A) op 25 meter FoH) maar ook niet dusdanig zacht waardoor de geluidbeleving ernstig aangetast wordt.

De onderstaande uitwerking moet gezien worden als een voorbeeld hoe met een van de gangbare rekenpakketten (GeoMileu, module IL) een zo goed mogelijke inschatting gemaakt kan worden van de geluidbelasting tijdens een evenement.

  • - Rekenmethode

Voor de prognose van de geluidbelasting die tijdens een gepland evenement zal optreden wordt een akoestisch rekenmodel opgesteld. Dit model berekent de geluidoverdracht van een bron naar de ontvanger. De berekeningen dienen uitgevoerd te worden overeenkomstig methode II.8 van de HMRI, met inachtneming van de toevoegingen en uitzonderingen van dit protocol.

  • - Vereist kennisniveau

Van personen die berekeningen uitvoeren namens een organisator van een evenement binnen categorie I en II, wordt verwacht dat zij aantoonbaar gedegen kennis en ervaring hebben om deze berekeningen deugdelijk, betrouwbaar en conform dit meet- en rekenprotocol uit te voeren. Deze kennis en ervaring kan bijvoorbeeld blijken uit een gevolgde relevante opleiding in combinatie met adequate werkervaring (PHB Milieugeluid / Akoestiek en werkzame jaren bij een akoestisch adviesbureau).

  • - Rekensoftware

Er zijn verschillende softwarepakketten die gebruikt worden voor het rekenen met geluid. Hierbij is er vrijwel altijd een onderscheid tussen software voor het berekenen van elektro-akoestische parameters en voor het berekenen van de geluidoverdracht. Eenvoudig gezegd is het ene pakket bedoelt voor hoe het FoH-systeem kan worden geconfigureerd voor het beste geluid en het andere voor het prognosticeren van de geluidbelasting in de omgeving. Helaas zijn de functionaliteiten van de diverse beschikbare pakketten nog niet optimaal voor het rekenen aan evenementengeluid.

Ten tijde van het opstellen van het Meet- en rekenprotocol wordt het rekenprogramma GeoMilieu, module IL van DGMR als het meest toegepaste programma gezien voor het berekenen van de geluidoverdracht van evenementengeluid. Om praktische overwegingen wordt het rekenprogramma GeoMilieu aangehouden als de ‘standaard’ om prognoseberekeningen mee uit te voeren.

Indien een ander rekenprogramma gebruikt wordt, dan dient aangetoond te worden dat dit programma minimaal gelijkwaardig is aan GeoMilieu, c.q. dat de berekeningen zijn uitgevoerd overeenkomstig het protocol. Projecten die berekend worden met alternatieve pakketten worden beoordeeld door de Stedelijke Expertgroep Geluid. Na goedkeuring kan het pakket eventueel met toelichting toegepast worden.

  • - Voorbeeldberekening

Opzet en terminologie

Het gebied voor het podium, voor de speakers, wordt Front of House (FoH) genoemd. De mengtafel staat meestal recht voor het podium. De afstand tussen het podium en de mengtafel kan variëren, afhankelijk van de grootte van het FoH-gebied of de area. Vaak wordt 25 meter FoH aangehouden als afstand waarop de mengtafel staat, of als referentiepunt voor metingen.

De grootte van het FoH-gebied is weer afhankelijk van de hoeveelheid bezoekers die voorzien moeten worden van muziekgeluid met een bepaald volume (luidheid). Het FoH-gebied kan opgedeeld worden in zones, zoals weergegeven in onderstaande figuur.

Afbeelding bij dit artikel

Figuur 4.1 Uitgangspunten FOH-gebied

Voor de bezoekers in de eerste zone wordt gemiddeld het hoogste geluidniveau geproduceerd, passend bij het evenement. In Amsterdam is dit maximaal 100 dB(A). Het geluid wordt zo goed mogelijk verdeeld, maar verloopt in de zone doordat de afstand tot de speakers overal anders is. De hoeveelheid bezoekers is per vierkante meter in de eerste zone het hoogst, met gemiddeld circa 2,5 bezoeker per vierkante meter. In de tweede zone is het geluidniveau circa 5 dB afgenomen. Hier bevinden zich gemiddeld 1,5 bezoekers p/m2. De derde zone ligt buiten het FoH-gebied. Hier is het geluidniveau weer circa 5 dB afgenomen. Uiteraard bevinden zich in deze zone en op de rest van het evenemententerrein ook bezoekers.

Hoe groter het FoH-gebied(en) of de area(s), hoe meer bezoekers en dus ook hoe meer bronvermogen nodig is om deze bezoekers te voorzien van de juiste hoeveelheid geluid.

Bronvermogens

De speakers van het FOH-systeem kunnen worden beschouwd als een verzameling puntbronnen met een maximale geluiduitstraling richting het publiek. De bronsterkte LW wordt per frequentie bepaald op basis van de volgende formule voor een puntbron in het vrije veld:

LW = LI + 20*log(R) + 11

Hierbij stelt LI de geluidintensiteit op een bepaalde afstand ‘R’ tot de bron voor. De afstand tussen het centrum van de speakers van het midden van de voorste zone van het FOH-systeem (zone 1) wordt aangehouden.

Voor de 63 Hz octaafband wordt ervan uitgegaan dat het geluidniveau op het FOH-gebied 3 dB hoger uitvalt als gevolg van bodemreflecties. Voor de hogere octaven (125 Hz t/m 4000 Hz) wordt geen rekening gehouden met toe- / afname vanwege reflecties (of andere overdrachtseffecten).

Uitgaande van een gewenst geluidniveau met een specifiek muziekspectrum in het midden van het FOH-gebied kan het benodigde bronvermogen met de volgende formules worden teruggerekend:

LW = LP + 20*log(R) + 8 (63 Hz octaafband)

LW = LP + 20*log(R) + 11 (125 Hz t/m 4000 Hz octaafbanden)

Bij het berekende bronvermogen is dan nog geen rekening gehouden met een lagere geluiduitstraling in alle overige richtingen (anders dan het publiek / het FOH-gebied). Voor de geluiduitstraling naar de omgeving zal de immisierelevante bronsterktes LWr moeten worden verlaagd met de reductie van het FoH-systeem in die specifieke richting. Zie paragraaf BBT.

De bronvermogens die ingevoerd worden dienen passend te zijn voor het betreffende evenement en de omvang van het FoH-gebied. Het vermogen wordt bepaald op basis van het gewenst/benodigd aantal dB’s op een bepaald oppervlak van het FoH-gebied.

Hierbij dient tevens rekening gehouden te worden met het maximaal toegestane geluidniveau van 100 dB(A) ter plaatse van de mengtafel (beleidsregel 2.3 Preventie gehoorschade). Met ‘ter plaatse van de mengtafel’ wordt hier bedoeld een punt in het FoH-gebied, recht tegenover het podium, op maximaal 25 meter uit het podium (of het FoH-systeem), ongeacht waar de mengtafel zich feitelijk bevindt. Als een FoH-gebied kleiner is dan 25 meter, bijvoorbeeld bij kleinere festivals of in tenten, dan wordt het einde van het FoH-gebied aangehouden als meetpunt.

Onderstaande tabel geeft een overzicht van bronvermogens die toegepast kunnen worden, waarbij een marge mogelijk is van plus of min 3 dB, afhankelijk van de situatie. Op deze bronvermogens worden in de berekening vervolgens reducties ingevoerd die overeenkomen met de uitstralingskarakteristieken van de betreffende speakers.

Tabel 4.1 Richtlijn samengestelde bronvermogens

Categorie en type FoH-systeem 1FoH-gebied / area 2Bronsterkte LW 3
IGroot FoH-systeem met delay-speakers10.000 m2 / 20.000 personen157 dB(C)
5.000 m2 / 10.000 personen154 dB(C)
I - IIMiddelgroot FoH-systeem2.500 m2 / 5000 personen151 dB(C)
1.000 m2 / 2000 personen147 dB(C)
II - III - IVKlein FoH-systeem500 m2 / 1000 personen144 dB(C)
250 m2 / 500 personen141 dB(C)

1 Omvang FoH-systeem gerelateerd aan categorieën

2 Omvang FoH-gebied of area direct voor het podium. Bij evenementen met meerdere area’s kunnen de oppervlaktes en vermogens worden verdeeld.

3 Totale bronsterkte gebaseerd op de geluidafstraling richting het publiek (exclusief reducties zij- en achterkant), waarbij de verdeling van de energie over de verschillende frequenties verschilt, per type evenement.

Er zijn evenementen die niet eenduidig in deze verdeling passen zoals bijvoorbeeld de Parade, de Pride Amsterdam, Koningsdag of de Uitmarkt. In die situaties kan onderbouwd worden afgeweken.

Muziekspectra

De verdeling van het geluid over de verschillende octaafband middenfrequenties dient dusdanig te zijn dat ter plaatse van het publieksveld (25 meter Front of House) een bij het evenement passend spectrum optreedt. Hierbij dient een keuze gemaakt te worden uit het spectrum Pop, Dance, House of Ultra bass uit de NSG Richtlijn muziekspectra in horecabedrijven.

Afbeelding bij dit artikel

Figuur 4.2 Relevante spectra uit de NSG Richtlijn muziekspectra in horecabedrijven

Van A naar C

Niet alle rekenpakketten (zoals GeoMilieu) zijn in staat de geluidbelasting in dB(C) te berekenen. Om niet alle rekenresultaten spectraal te hoeven omrekenen van dB(A) naar dB(C), is het mogelijk hiermee bij het invoeren van de bronvermogens reeds rekening te houden. Onderstaande correctiewaarden kunnen hiervoor gebruikt worden.

Tabel 4.2 Correctiewaarden van een A- naar een C-gewogen spectrum

Octaafband middenfrequentie [Hz]63125250500100020004000
Toe te passen correctie van A naar C [dB]-25,4-15,9-8,6-3,201,41,8

Opdelen bronnen

De geluidbronnen dienen dusdanig opgedeeld te worden dat deze representatief zijn voor de toegepaste speakers. Zo dienen subwoofers en sub-arrays separaat gemodelleerd te worden van topkasten of line-array speakers. Dit geldt voor zowel voor de hoogte, als voor links en rechts en delay-speakers.

Meerdere bronnen (speakers) met gelijkwaardige specificaties kunnen geclusterd worden, zolang dit geen effect heeft op de geluidbelasting.

Reducties verwerken

De richtingswerking van het FoH-systeem wordt benaderd door reducties in te voeren zodat beoogde effecten inzichtelijk zijn. Zie ook de meest recente BBT-Lijst.

  • - Meteocorrecties

Er wordt gerekend onder gunstige overdrachtsomstandigheden, zonder meteo-invloed. In het rekenprogramma GeoMilieu, module IL dient hiervoor de Li waarde aangehouden te worden. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de berekende overdracht gelijk is aan de overdracht in de praktijk bij een zwakke tot matige meewind van circa 3 m/s.

Zoals in paragraaf 2.2 en 3.6 benoemd wordt er geen meteocorrectie toegepast, tenzij uitdrukkelijk anders is omschreven in het locatieprofiel van een evenementenlocatie. In dat laatste geval is in het locatieprofiel tevens omschreven welke correctie maximaal mag worden toegepast.

Het is dus mogelijk dat bij hogere windsnelheden tijdens een evenement hogere geluidniveaus worden geproduceerd in de omgeving dan berekend. De organisator zal het (de) geluidniveau(s) op het evenemententerrein moeten reduceren ten einde aan de grenswaarde te kunnen voldoen.

  • - Best Beschikbare Techniek

Bij prognoseberekeningen in een akoestisch onderzoek moeten voorzieningen worden betrokken om de geluidoverdracht naar de omgeving zo veel mogelijk te beperken. Hiervoor moet gebruik gemaakt worden van de Best Beschikbare Technieken, zoals vastgelegd in de meest recente BBT-Lijst van de gemeente Amsterdam. Deze BBT-Lijst wordt jaarlijks samengesteld door de Stedelijke Expertgroep Geluid.

Eisen akoestisch onderzoek

  • - Categorie I (≥1.500 bezoekers)

Voor evenementen binnen categorie I dient voorafgaand een akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden, dat bij de vergunningsaanvraag wordt ingediend. Het onderzoek dient te voldoen aan het Meet- en rekenprotocol van de gemeente Amsterdam en de HMRI voor de onderdelen waar naar de HMRI verwezen wordt of waarin het protocol niet in voorziet. Het onderzoeksrapport dient helder en doelmatig opgesteld te zijn, waarbij de volgende indeling wordt gevolgd:

Inleiding

  • - Korte en bondige inleiding van het onderzoek

Activiteiten evenement

  • - Omschrijving (type) evenement, aantal bezoekers, tijden, type muziek, et cetera
  • - Overzichtstekening inrichting en grens van het terrein
  • - Opgaaf aantal podia, omschrijving en specificaties geluidsystemen

Omschrijving omgeving

  • - Luchtfoto met bebouwing uit het BAG-register en hierin aangeduid de ligging van het evenement en de woningen en andere geluidgevoelige gebouwen
  • - Bondige omschrijving van de meest relevante omgevingskenmerken

Akoestisch rekenmodel

  • - Omschrijving toegepaste rekenmethodiek en software
  • - Verwijzing naar het Meet- en rekenprotocol
  • - Overzicht ingevoerde geluidbronnen met bronvermogens en spectrale verdeling
  • - Varianten podia-opstellingen voor de meest gunstige speelrichtingen
  • - Overzicht toegepaste maatregelen en beoogde reducties op basis van de BBT-Lijst
  • - Indien bepaalde maatregelen niet doelmatig of mogelijk worden geacht, dient dit onderbouwd te worden.

Rekenresultaten

  • - Overzicht geluidbelasting op de beoordelingspunten in dB(C) inclusief gehanteerde correcties
  • - Altijd een rekenpunt op het Front of House in dB(A) en dB(C) (afstand afhankelijk van omvang FoH-gebied).

Conclusie

  • - Bondige conclusie met toetsing geluidbelasting aan grenswaarden
  • - Opgaaf hoogste geluidbelasting op het maatgevende beoordelingspunt
  • - Advies locatie meetpunten tijdens het evenement

Bijlagen

  • - Plot met ligging bronnen en rekenpunten in het rekenmodel en plot ingezoomd op de bronnen
  • - Uitdraai rekenmodel met rekenresultaten
  • - Overzicht met invoergegevens, inclusief eigenschappen, rekenmodel met:
    • - Geluidbronnen
    • - Schermen
    • - Bodemgebieden
  • - Tekening indeling evenement
  • - Het rekenmodel dient als losse digitale bijlage ter controle meegestuurd te worden.
  • - Categorie II en III (<1.500 bezoekers en niet-muziekevenementen)

Voor evenementen binnen categorie II en III dient voorafgaand een eenvoudig geluidplan opgesteld te worden, dat bij de melding/aanvraag van het evenement wordt ingediend. Het geluidplan dient helder en doelmatig opgesteld te zijn, waarbij de volgende indeling wordt gevolgd:

Omschrijving evenement

  • - Omschrijving (type) evenement, aantal bezoekers, type muziek, tijden et cetera
  • - Overzichtstekening inrichting en grens van het terrein
  • - Opgaaf aantal podia, omschrijving en specificaties geluidsystemen

Omschrijving omgeving

  • - Luchtfoto of kaart met ligging evenement en woningen
  • - Bondige omschrijving van de meest relevante omgevingskenmerken Maatregelen (BBT)
  • - Overzicht toegepaste maatregelen en beoogde reducties op basis van de BBT-Lijst
    • - Richting van podium / podia
    • - Omschrijving en aantallen speakers
    • - Positionering en hoogte van de speakers
    • - Maatregelen in techniek en afscherming
  • - Indien bepaalde maatregelen niet doelmatig of mogelijk worden geacht, dient dit onderbouwd te worden

Metingen en controle

  • - Opgaaf wie tijdens het evenement verantwoordelijk is voor het uitvoeren van geluidmetingen

Bijlagen

  • - Overzicht toegepaste audio, indien dit niet in het plan kan worden verwerkt
  • - Tekening indeling evenement, indien dit niet in het plan kan worden verwerkt

Eisen monitoren en/of meten geluidniveaus

  • - Categorie I (≥1.500 bezoekers)

Tijdens evenementen binnen categorie I wordt het geluidniveau op de gevels van omliggende woningen continu gemeten, waarbij de volgende aanwijzingen gelden:

  • - Er wordt op voldoende beoordelingspunten gemeten om de maximale grenswaarde te waarborgen. Voor het aantal meetpunten en de locaties van de meetpunten wordt het advies uit het akoestisch onderzoek en/of de aanwijzingen uit het locatieprofiel zo veel mogelijk gevolgd.
  • - Voor de metingen wordt gebruik gemaakt van de best beschikbare apparatuur die voldoet aan de eisen zoals omschreven in paragraaf 2.4.
  • - Er moet gebruik gemaakt worden van apparatuur die een correlatie kan leggen tussen het geluid bij de bron (FoH) en bij de ontvanger (woning en andere geluidgevoelige gebouwen).
  • - Alle meetdata moet real-time uitgelezen kunnen worden via een website. Zowel de organisatie als de gemeente dient inzage te krijgen in de real-time meetwaarden.
  • - De meetdata moet lokaal en/of op een server worden opgeslagen zodat deze achteraf benaderd kan worden.
  • - In de software van de meetapparatuur moeten drempelwaarden ingevoerd worden, inclusief de vooraf vastgestelde correcties. Bij overschrijding van de drempelwaarden dient het meetsysteem een waarschuwing te geven aan de technicus, de organisatie en de gemeente.
  • - Bij een (dreigende) overschrijding van de grenswaarde dient het geluidniveau op het evenemententerrein direct afdoende teruggebracht te worden.
  • - Op locaties waar een meetsysteem van de gemeente staat opgesteld mag de organisator gebruik maken van dit systeem.
  • - Het meetsysteem van de gemeente beperkt zich altijd tot meetstations in de omgeving. De organisator dient zelf zorg te dragen voor meetstations op het evenemententerrein.
  • - Ook deze meetdata moet real-time uitgelezen kunnen worden via een website. Zowel de organisatie als de gemeente dient inzage te krijgen in de real-time meetwaarden.
  • - Voor het begeleiden van de metingen en het beheren van de apparatuur wordt iemand van of namens de organisatie aangewezen. De gegevens van deze persoon worden voorafgaand aan het evenement doorgegeven aan de behandelend ambtenaar van de gemeente.
  • - Binnen vier weken na het evenementen wordt een meetverslag overlegd overeenkomstig paragraaf 3.7 van dit protocol. In dit verslag dient ook aangetoond te worden dat het geluidniveau onder de 40 Hz is afgefilterd conform de eisen uit de BBT-Lijst.
  • - Zowel de gemeente als de organisator dienen elkaar vrije toegang te verschaffen tot de originele meetdata.
  • - Een constatering van een overschrijding kan worden vastgesteld met behulp van meetstations in de omgeving, die toebehoren aan de gemeente. Indien de meetstations in de omgeving toebehoren aan de organisator, dient een constatering te worden vastgesteld door een daartoe bevoegde ambtenaar met een eigen geluidmeter.
  • - Categorie II en III (<1.500 bezoekers en niet-muziekevenementen)

Tijdens evenementen binnen categorie II en III wordt het geluidniveau op de gevels van omliggende woningen minimaal twee keer per uur handmatig gemeten, waarbij de volgende aanwijzingen gelden:

  • - Tijdens het evenement worden op regelmatige basis handmatig geluidmetingen verricht met ten minste een klasse 2 geluidmeter met een log-/opslagfunctie (in afwijking op de eisen uit paragraaf 2.4).
  • - Bij een (dreigende) overschrijding van de grenswaarde dient het geluidniveau op het evenement direct afdoende teruggebracht te worden.
  • - Voor het uitvoeren van de metingen wordt iemand van of namens de organisatie aangewezen. De gegevens van deze persoon worden voorafgaand aan het evenement doorgegeven aan de behandelend ambtenaar van de gemeente.
  • - De meetresultaten worden opgeslagen in de geluidmeter en ten minste vier weken bewaard. Bij controle of navraag dient inzage in de meetgegevens gegeven te worden.