Samengesteld door:
Stedelijke Expertgroep Geluid
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
Het GeluidBuro BV Haarlem
In opdracht van:
Stedelijk Evenementenbureau Amsterdam
© 2025 Gemeente Amsterdam
Mede naar aanleiding van de casus Sluis- en Bruggenfeest in Weesp heeft de expertgroep Geluid bij evenementen zich gebogen over de vraag in hoeverre het huidige geluidbeleid voor evenementen werkbaar is voor muziekevenementen in straten of op pleinen met woonbebouwing in de directe nabijheid. Deze evenementen hebben veelal het karakter van een straatfeest. De geluidbelasting daarvan kan voor direct omwonenden hoog zijn of in ieder geval als zodanig worden ervaren.
Probleemstelling
Verreweg de meeste van vergunningen voor muziekevenementen in deze categorie, vinden plaats als onderdeel van een groter geheel en/of zijn jaarlijks terugkerend en zijn deel geworden van een traditie (Koningsdag, straatfeesten Pride, Sluis en bruggenfeest). Er zijn ook gevallen waarin het gaat om een eenmalig evenement, inschatting is dat het jaarlijks een tiental incidentele aanvragen betreft. Het gaat hier nadrukkelijk niet om straatbuurtfeesten georganiseerd door de bewoners zelf, maar om feesten georganiseerd door een professionele partij in een straat en/of op een plein met woningen in de directe omgeving waarbij het ten gehore brengen van muziek het primaire doel is.
De expertgroep ziet drie knelpunten.
Ten eerste is de omgevingsnorm van maximaal 85 dB(C) uit het vigerende geluidbeleid verre van realistisch bij deze straatfeesten. Hanteer je deze maximale waarde op de gevel van geluidsgevoelige woningen, dan zal in het publieksgebied de muziek enkel als achtergrondmuziek een rol kunnen spelen. In het huidige geluidbeleid is om die reden ook de mogelijkheid opgenomen bij de feesten “met een hoog maatschappelijk belang”, waar nodig, de omgevingsnorm te verhogen tot maximaal 95 dB(C). Het Sluis en Bruggenfeest heeft de deze status “hoog maatschappelijk belang”, echter, wat we zien is dat zelfs de gevelwaarde van 95 dB(C) voor een beperkt aantal woningen niet haalbaar is (vergelijk de onderzoeken van Event Acoustics 2023-2024).
Het Sluis- en Bruggenfeest is naar verwachting van de expertgroep hierin niet uniek. Er zijn bij de jaarlijkse vieringen van Koningsdag of bij de straatfeesten van de Pride ook plekken waar de geluidbelasting op dichtstbijzijnde woningen in de praktijk waarschijnlijk hoger uitpakt dan de voorgeschreven maximale 95 dB(C), simpelweg omdat de woningen direct grenzen aan het publieksgebied en/of podium (vergelijk bijvoorbeeld plekken op de Zeedijk).
Een tweede knelpunt is de werking van de zogenoemde Best Beschikbare Technieken (BBT maatregelen). De inzet van BBT heeft tot doel de geluidsoverdracht naar de omgeving waar mogelijk te beperken. Bij de straatfeesten met muziek is de potentiële werking van BBT beperkt vanwege de korte afstanden tot de gevels. In sommige gevallen zelfs nihil. Gevolg is dat in de andere pijler van het geluidbeleid, namelijk alles doen om waar mogelijk de overlast te beperken, met deze maatregelen bij deze straatfeesten niet zo heel veel te bereiken valt. Niet niks, maar de effectiviteit zal beperkt zijn, zo is de inschatting van de expertgroep.
Tenslotte ziet de expertgroep dat in de praktijk het geluidtoezicht bij deze evenementen en het handhaven op de omgevingsnorm moeilijk uitvoerbaar is. Bij de bron omdat vaak midden tussen het publiek gemeten moet worden; bij de geluidgevoelige bestemmingen omdat die bij dit soort locaties die vaak moeilijk bereikbaar zijn om er te kunnen meten. Bovendien gaat het om momentopnames, hetgeen, anders dan bij continu monitoring, weinig zicht geeft op wat er over tijd gebeurt. Anders dan bij de grootschalige muziekevenementen, is continue monitoring niet verplicht voorgeschreven.
Al met al ontbreekt het in veel gevallen daarom aan systematisch inzicht in wat de daadwerkelijke geluidbelasting op geluidgevoelige bestemmingen in de omgeving en bij het publiek is.
Gegeven is dat bij de straatfeesten met muziek op de woningen die direct grenzen aan het publieksgebied, of in de nabijheid daarvan, de geluidbelasting fors kan zijn. In de woningen zal de muziek hoorbaar zijn of is de dreun nadrukkelijk aanwezig. Bewoners ervaren een hoge mate van hinder. Hinder heeft een directe relatie met het hoorbare volume, met de hoorbare basdreun, met het effect die het heeft op de spraakverstaanbaarheid en/of met eventuele slaapverstoring. Hinder heeft ook een relatie met persoonlijke drijfveren. Geluiden die als onprettig, onnodig of onveilig worden ervaren door de ontvanger hebben sneller een hinderlijk karakter. Mensen willen graag controle over geluid in hun omgeving. Als dat niet het geval is, heeft dat invloed op hun gedrag. Gerichte informatie, preventie en interventie kunnen bijvoorbeeld helpen de hinder van ongewenste geluiden te beperken.
Bij deze categorie evenementen is de eerstelijnsbebouwing vaak direct grenzend aan het publieksgebied. Dit betreft een beperkt aantal woningen. Door deze ligging worden de gevels van deze eerstelijnsbebouwing zwaarder belast dan gebruikelijk wordt vergund binnen het huidige evenementenbeleid. Daar staat echter tegenover dat als gevolg van deze krappere locaties tussen bebouwing er ook een natuurlijke afscherming van het geluid is door die eerste bebouwingslijn. De reikwijdte van het geluid naar de wijdere omgeving wordt daarmee sterk verminderd. Bij deze categorie minder grootschalige muziekevenementen zal daardoor de grote impact van het veroorzaakte geluid zich tot een kleinere groep omwonenden beperken dan de grote muziekevenementen/festivals. Dit is een belangrijk onderdeel binnen de beleidsmatige afwegingen die gemaakt kunnen worden.
Advies
Voor de expertgroep is en blijft het doel van het geluidbeleid voor evenementen:
- - De geluidbelasting van muziekevenementen voor omwonenden waar mogelijk te beperken, onnodige en overmatige hinder te voorkomen;
- - Eenduidige en handhaafbare normen en (meet- en reken)regels te verschaffen voor alle betrokken partijen in de uitvoering;
- - Maatwerk te kunnen leveren voor evenementenlocaties naar gelang daar maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak voor bestaat.
De expertgroep adviseert aan het vigerende geluidbeleid voor evenementen (vastgelegd in de beleidsregel Geluid bij evenementen) een addendum toe te voegen, specifiek voor de categorie Straatfeesten met muziek.
De scope kan worden afgebakend door twee elementen:
- - Het gaat om een muziekevenementen, met als primair doel het ten gehore brengen van muziek;
- - die plaatsvinden in een publieksgebied met, vanaf het podium vanaf iedere zijde, een maximale afstand van 25 meter tot de dichtstbijzijnde woning.

Norm in publieksgebied in plaats van omgevingsnorm
De expertgroep adviseert bij straatfeesten met muziek passend binnen de genoemde scope de gevelnorm in te wisselen voor een norm per podium of area van maximaal 105 dB(C) in het publieksgebied op 15 meter van het podium. Is de afstand tussen een zijde van een podium en dichtstbijzijnde gevel kleiner dan 25 meter1, dan geldt deze normering op 15 meter. Ligt de gevel op een afstand van 15 meter of minder dan blijft de maximale waarde van 105 dB(C) - ongeacht waar de gevel begint - op 15 meter/ einde publieksgebied gelden.
Dit volume in het publieksgebied beschouwt de expertgroep als een ondergrens. Een lager geluidsniveau gaat ten koste van de muziekbeleving die nodig is voor een muziekevenement. Met 95 dB(A) – 105 dB(C), wat heden ten dage naar het oordeel van de expertgroep moet worden beschouwd als minimale hoeveelheid bassen voor muziekevenementen, zouden de straatfeesten met muziek uit de voeten moeten kunnen.
De “strengheid” in het advies zit wat de expertgroep betreft op de productie van bastonen. Met name bij dance evenementen heersen in het publieksvlak vaak bastonen van 110-115 dB(C). De expertgroep acht dergelijke bastonen in deze situaties – op kortere afstand tot woningen - niet aanvaardbaar en deze basniveaus passen bovendien ook niet bij het karakter van dergelijke straatfeesten, vandaar het maximum van 105 dB(C).
Met deze keuze blijft er bovendien sprake van consistentie in het beleid, temeer omdat deze norm in het publieksgebied al onderdeel is van het bestaande rekenvoorschrift. In het vigerende geluidbeleid voor (kleinschalige) muziekevenementen (van categorie II en III) is het geluidniveau in het publieksgebied genormeerd op maximaal 95 dB(A) en 105 dB(C) op 25 meter van het podium. Dit correspondeert met de richtlijn samengestelde bronvermogens voor Klein FoH-systeem in tabel 4.1 van het Meet- en rekenprotocol Evenementengeluid in Amsterdam en is opgenomen in het aanvullende BBT-maatregel voor deze twee categorieën.
Akoestisch onderzoek en locatieprofiel voor jaarlijks terugkerende straatfeesten
De expertgroep adviseert verder om voor de locaties waar deze straatfeesten jaarlijks terugkerend plaatsvinden, een locatieprofiel op te stellen. Daarbij hoort dat er goed wordt gekeken naar de optimale geluidproductie vanuit het oogpunt van overlast voor de omgeving en de mogelijkheden om effectief BBT in te zetten. De uitkomsten van dit akoestisch onderzoek worden vastgelegd in het locatieprofiel en zijn daarbij ook richtinggevend voor de vergunningverlening en de vertaling daarvan in geluidvoorschriften. Op deze wijze blijft geborgd dat, waar zinvol mogelijk, onnodige geluidsoverlast wordt tegengegaan. Voor het overige geldt dat bij de vergunningaanvraag een zogenoemd “eenvoudig geluidplan volstaat (dus zonder akoestisch onderzoek).
Restrictieve lijn voor incidentele “straatfeesten”
Bij incidentele aanvragen voor straatfeesten met muziek, past, gelet op de forse geluidbelasting voor de omgeving, wat de expertgroep betreft in het algemeen een “restrictieve” lijn. Die lijn zou kunnen zijn:
- - Niet langer dan 6 uur dit muziekvolume in publieksgebied;
- - Niet vaker dan 2 keer per jaar op dezelfde locatie;
- - Eendaags en met een eindtijd van 23 uur.
Verplichting tot continue geluidsmonitoring
Voorts is het advies, anders dan nu is voorgeschreven voor kleinschalige muziekevenementen (tot 15oo bezoekers) bij straatfeesten met muziek continue geluidsmonitoring op de norm in het publieksgebied verplicht te stellen. Dit draagt naar de mening van de expertgroep in belangrijke mate bij aan de geluidbeheersing voor diegene die het maakt, en ook voor toezicht en handhaving door de gemeente, niet alleen tijdens, maar ook achteraf. Vergelijk dit met de invoering van (geluid) “trajectcontrole” in plaats van mobiele flitspalen.
Bovendien biedt het de mogelijkheid omwonenden mee te laten kijken op hoe hard het volume staat hetgeen naar verwachting positief zou kunnen bijdragen aan de overlastbeleving. De expertgroep adviseert met dit laatste te gaan experimenteren om deze verwachting te staven met praktijkvoorbeelden.
Meettijd op 5 minuten
Ten aanzien van de meettijd adviseert de expertgroep een voortschrijdend gemiddelde over 5 minuten te hanteren. Dit is anders dan de 3 minuten die wordt gehanteerd bij de grootschalige muziekevenementen voor de naleving van omgevingsnorm, en óók anders dan 15 minuten die wordt gehanteerd als meettijd voor de naleving van de norm van 100 dB(A ) in het publieksgebied - deze laatste blijft overigens vanuit het oogpunt van gehoorbescherming gelden.
Doorslaggevend in de keuze voor 5 minuten is dat deze meettijd duidelijk hanteerbaarder wordt gelet op het muzikale karakter van de straatfeesten. Analyse leert dat als gevolg daarvan het geluid maximaal 1-1,5 dB hoger is dan met een meettijd van 3 minuten. In opinie van de expertgroep gaat dit verschil voor gehinderden niet leiden tot een andere beleving van de geluidoverlast en weegt het ook niet op tegen het argument van hanteerbaarheid in de uitvoering.
Om de “trajectcontrole” (permanente monitoring) optimaal te kunnen inzetten voor gemeente T&H zou het gebruik daarvan beter moeten worden geborgd in het meetprotocol. In de bijlage is de aanpassing in het meetprotocol bijgevoegd.
Een ander punt is dat de expertgroep zich terdege bewust is van dat de geluidhinder van straatfeesten met muziek voor omwonenden hoog kan zijn. Nader onderzoek naar wat daarin de bepalende factoren voor de hinderbeleving van omwonenden zijn zou kunnen helpen om andere beleid opties te overwegen die kunnen bijdragen tot de reductie van de ervaren hinder.
De expertgroep schat in dat implementatie van dit beleid voor de categorie straatfeesten met muziek in 2025 haalbaar zou moeten zijn qua uitvoerbaarheid. In eerste aanvang kan dit als pilot. Het verdient ook aanbeveling na een jaar te bezien hoe het in de praktijk heeft gewerkt en te kijken naar eventuele verbeterpunten met het oog op definitieve invoering in 2026/ 2027.
Expertgroep Geluid bij evenementen, februari2025.
Samenstelling Expertgroep Geluid
De expertgroep Geluid is ingesteld met als opdracht jaarlijks te bezien of de BBT lijst bijstelling behoeft. Dit heeft in de afgelopen jaren tweemaal tot bijstelling aanleiding gegeven. De laatste bijstelling vond plaats in 2022.
De samenstelling:
- - Peter de Groot (Omgevingsdienst Noordzeekanaal gebied)
- - Iwan Heiligers (Toezicht en handhaving (VTH), gemeente Amsterdam)
- - Ron Westerveld (Westerveld advies)
- - Peter van der Geer (Event Acoustics)
- - Jan Bril (Het geluidBuro)
- - Sander Pahlplatz (dBvision)
- - Jasper van Boven (J-Tech’s)
- - Paul Ekkerman, Ruimte & Duurzaamheid, gemeente Amsterdam
- - Berend Temme (voorzitter), stedelijk evenementenbureau gemeente Amsterdam