Naar hoofdinhoud

Paragraaf 4

Artikel 4.2.4

(Historische) dorpse bebouwingslinten

Onderdeel van Welstandsnota Oirschot 2010

Kenmerken (historische) dorpse bebouwingslintenLangs oude hoofdwegen en invalswegen zijn vanuit de historische kernen in de loop van de tijd bebouwingslinten ontstaan. Dat is het geval in Oirschot en Middelbeers. Soms zijn recente bebouwingslinten tot kern uitgegroeid, zoals in Spoordonk en Oostelbeers. Er zijn ook fragmenten van linten in het buitengebied te vinden. Kenmerkenmatrix (historische) dorpse bebouwingslinten Wegen en profiel Gegroeide linten; gevarieerde rooilijn Dorps- / tuindorps. Bebouwing Gegroeid per pand. 1 tot 2 bouwlagen + kap met lage goot. Stijl en detail Gevarieerd; eenvoudig; meest landelijk. Gatengevels. Onderverdeelde ramen. Materiaal en kleur Gevarieerd; meest natuurlijk: baksteen, keramische pan en hout. Kozijnen, ramen, goten en boeidelen: meest lichte tinten en traditioneel groen. Waarden (historische) dorpse bebouwingslintenHet gevarieerde beeld door positie, vorm en materiaal van de gebouwen en door het variabele beplantingsbeeld wordt gewaardeerd, maar de verkeersdruk heeft veel straatprofielen minder aantrekkelijk gemaakt voor het wonen en het langzaam verkeer. Op andere plaatsen zijn de wegbeplanting zelf (lanen) of herinrichting van het wegprofiel succesvol en van waarde. Algemeen toetsingsniveau (historische) dorpse bebouwingslintenalgemeen niveau 2 normale toetsingBouwwerken gesitueerd op het achtererf en/of achterdakvlak: niveau 4 welstandsvrij Uitzondering Beschermd Stads- en Dorpsgezicht Straten – De Bollen: Algemeen niveau 1 hoge toetsing, ook aan achterzijde. Bij beoordeling van wijzigingen en toevoegingen in deze gebieden is het historisch aspect een belangrijk criterium in die mate dat historische bebouwing voorkomt. Criteriatekst (historische) dorpse bebouwingslintenDe welstandscriteria altijd hanteren in combinatie met de beschreven kenmerken. Een lint vraagt om het open houden van zijtuinen; geen herhaling van bouwvormen; niet aaneenbouwen. Nieuwbouw in de eigen stijl in overeenstemming met de landelijke omgeving. Wijzigingen en aan- en bijgebouwen volgens de stijl van het hoofdgebouw. Dit houdt geenszins in, dat nieuwe ingrepen, mits van enige omvang, geen eigen gezicht mogen hebben. De bestaande omgeving is immers ook gegroeid en gevarieerd. Afwijken van de aspecten die juist de samenhang in deze gebieden uitmaken, zoals maat en schaal, de spelregels van rooilijnbebouwing, overwegend mét kap, rustig ‘natuurlijk’ materiaal en kleurgebruik vormen de leidraad. Stijl en detail zijn aspecten waar juist variatie zit; maar deze dienen dan wel niveau te hebben. Het versterken van het historisch kader wordt vooral gezocht in het in stand houden c.q. restaureren van karakteristieke panden, alsmede in de inrichting van rabatstroken, erven, straatprofielen en beplantingen. Criteriamatrix (historische) dorpse bebouwingslinten: Omgeving Onderscheid voor - achter: normaal - vrij. Straatprofiel respecteren. Maat en schaal Variatie volgens bestaande landelijke omgeving. Vorm en gebaar Straatgerichte gevels met kap. Stijl en detail Nieuwbouw volgens  bestaande kenmerken. Wijzigingen volgens stijl en details bestaand gebouw. Materiaal en kleur In overeenstemming met de landelijke omgeving. Volgens bestaande materialen en kleuren: baksteen, keramische pan, hout in lichte of traditionele tinten.

Rechtspraak bij dit artikel