Naar hoofdinhoud
1.. Het criterium artistiek-inhoudelijk beleid zoals genoemd in artikel 1:9, tweede lid, onderdeel a, bestaat uit de volgende deelcriteria: artistiek-inhoudelijke visie, maximaal 5 punten: de mate waarin de aanvrager beschikt over een duidelijke en onderscheidende artistieke visie, die onlosmakelijk verbonden is met de identiteit van de aanvrager. Deze visie komt tot uiting in een herkenbare artistieke signatuur en levert een bijzondere, bij voorkeur unieke, bijdrage aan de Haagse culturele sector; vakdeskundigheid, maximaal 5 punten: de mate waarin de bij de aanvrager betrokken professionals beschikken over artistieke vaardigheden en vakbekwaamheid. Indien de aanvrager als hoofdtaak cultuureducatie of talentontwikkeling heeft: de mate waarin hij beschikt over pedagogisch-didactische competenties, specifieke inhoudelijke deskundigheid en een relevant netwerk; en vernieuwing of experiment, maximaal 5 punten: de mate waarin de aanvrager een bijdrage levert aan de artistiek-inhoudelijke ontwikkeling van de culturele sector waarin ze opereert, bijvoorbeeld door middel van vernieuwing, experiment, nieuwe kunstvormen of het aangaan van een voor de aanvrager niet eerder bestaande samenwerking. De initiatieven zijn eigentijds of anticiperen op de toekomst en er is daarbij aandacht voor nieuwe generaties, voor publiek, makers en nieuwe kunstvormen. 2.. Het criterium zakelijk beleid zoals genoemd in artikel 1:9, tweede lid, onderdeel b, bestaat uit de volgende deelcriteria: gezonde bedrijfsvoering, maximaal 5 punten: de mate waarin de aanvrager een duidelijke visie op bedrijfsvoering heeft die integraal onderdeel uitmaakt van de algemene missie en visie van de aanvrager, en die blijkt uit een realistische en sluitende meerjarenbegroting en activiteitenplan die passend zijn bij de slagkracht van de aanvrager en het aangevraagde subsidiebedrag; en goed werkgeverschap, maximaal 5 punten: de mate waarin de aanvrager de Governance Code Cultuur toepast, een duurzaam personeelsbeleid voert en de Fair Practice Code naleeft. Voor de Fair Practice Code geldt het principe - pas toe of leg uit -: de aanvrager past de code toe, of legt duidelijk uit waarom dat nog niet volledig mogelijk is. 3.. Het criterium diversiteit en inclusie zoals genoemd in artikel 1:9, tweede lid, onderdeel c, bestaat uit de volgende deelcriteria: toepassing Code Diversiteit & Inclusie, maximaal 5 punten: de mate waarin de aanvrager de Code Diversiteit & Inclusie toepast in de praktijk. Daarbij gaat het om de wijze waarop diversiteit en inclusie zichtbaar zijn in het personeelsbeleid, het programma, het publiek en de organisaties waarmee gewerkt wordt; en toegankelijkheid, maximaal 5 punten: de mate waarin de aanvrager initiatieven onderneemt om de financiële, sociale, fysieke en digitale drempels weg te nemen om meer nieuwe publiekgroepen of meer verschillende doelgroepen te bereiken. 4.. Het criterium Belang voor Den Haag, zoals genoemd in artikel 1:9, tweede lid, onderdeel d, maximaal 5 punten: de mate waarin de aanvrager inzichtelijk maakt hoe de activiteiten bijdragen aan het belang van Den Haag, welke maatschappelijke rol de organisatie in de stad vervult of wil vervullen en in hoeverre de activiteiten bijdragen aan een evenwichtige spreiding van cultuur door de stad.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel