Naar hoofdinhoud
1.. Het college brengt een rangschikking aan in de aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie. 2.. Bij de rangschikking van de aanvragen kent het college punten toe aan de hand van de volgende criteria met het volgende maximum aantal punten: artistiek-inhoudelijk beleid, maximaal 15 punten; zakelijk beleid, maximaal 10 punten; diversiteit en inclusie, maximaal 10 punten; en belang voor Den Haag, maximaal 5 punten. 3.. De waarderingen en punten die per deelcriterium zoals genoemd in artikel 1:10 worden gehanteerd, zijn als volgt: goed: 5 punten; ruim voldoende: 4 punten; voldoende: 3 punten; matig: 2 punten; en onvoldoende: 1 punt. 4.. Aanvragen komen alleen voor subsidie in aanmerking als acht of meer punten zijn toegekend op grond van het criterium artistiek-inhoudelijk beleid. 5.. Wanneer het totaalbedrag van de te honoreren aanvragen hoger is dan het vastgestelde subsidieplafond verleent het college de subsidie in volgorde van de door het college aangebrachte rangschikking, totdat het vastgestelde subsidieplafond is bereikt. 6.. Als het subsidieplafond wordt overschreden als gevolg van aanvragen die bij de beoordeling gelijk zijn gerangschikt, vindt loting door een notaris plaats. Als een aanvraag aan alle voorwaarden voldoet maar het subsidieplafond al is bereikt, kan de aanvraag niet worden meegenomen. Een aanvraag die bij toekenning zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond blijft in dat geval buiten beschouwing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel