Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.1

Criteria en afwegingsfactoren bij de toekenning van een individuele voorziening

Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Alkmaar 2026

1.. Jeugdigen of ouder(s) kunnen in aanmerking komen voor een individuele voorziening wanneer door het cjg of een andere verwijzer is vastgesteld dat: Inzet noodzakelijk is om de jeugdige in staat te stellen: Gezond en veilig op te groeien; Te groeien naar zelfstandigheid; Voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren, en Voor zover zij geen oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag binnen hun eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen als bedoeld in artikel 4.2. Waaronder in ieder geval wordt verstaan: gebruikelijke hulp van de ouder(s) en hulp van andere personen uit het sociaal netwerk; bovengebruikelijke hulp van de ouder(s) als zij in staat en beschikbaar zijn om de hulp te bieden, dit geen overbelasting oplevert, de ouder(s) de bovengebruikelijke hulp zonder vergoeding blijven bieden en zij hierdoor niet in de problemen komen; het aanspreken van een aanvullende verzekering die is afgesloten. Bij het onderzoek naar de eigen kracht wordt met het volgende rekening gehouden: de benodigde ondersteuningsintensiteit van de jeugdige; de duur ervan de mogelijkheden van de jeugdige of zijn ouder(s)/verzorger(s) de draagkracht en belastbaarheid van de ouder(s)/verzorger(s) de samenstelling van het gezin en de woonsituatie het belang van ouder(s) om zich te kunnen voorzien van een inkomen door arbeid de mogelijkheden en de bereidheid van het sociaal netwerk om de jeugdige of zijn ouder(s)/verzorger(s) te ondersteunen bij gescheiden ouders, zijn beide ouders met gezag verantwoordelijk voor het bieden van ondersteuning Een vrij toegankelijk voorziening niet genoeg is om de hulpvraag te beantwoorden. Er geen andere voorliggende voorziening bestaat waarvan de jeugdige en/of ouder(s) gebruik kunnen maken om de hulpvraag te beantwoorden. Van een voorliggende voorziening is sprake als op grond van een andere wet aanspraak op zorg is. De volgende voorzieningen zijn in ieder geval voorliggend: Wet langdurige zorg, Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, Wet op het passend onderwijs, Wet publieke gezondheid, participatiewet en de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen. Er geen sprake is van situaties waarbij ouders begeleiding, behandeling of ondersteuning ten gevolge van maatschappelijke of eigen psychische of relationele problemen nodig hebben en er naar het oordeel van het cjg geen sprake is van een hulpvraag als bedoeld in deze verordening. Het gestelde onder e is niet van toepassing als er parallel aan een hulpvraag sprake is van meervoudige problematiek in de context van het gezin. 2.. Recht op een individuele voorziening bestaat slechts voor zover deze als de best passende (goedkoopst) meest adequate voorziening kan worden aangemerkt. 3.. Voor het bepalen van het soort individuele voorziening dat het college inzet: Wordt de mogelijkheid voor het inzetten van ervaringsdeskundigheid altijd in overweging genomen; en De toegang weegt de mening en voorkeur van de jeugdige mee in de keuze voor welke ondersteuning of jeugdhulp wordt aangevraagd of ingezet gaat worden en bij welke jeugdhulpaanbieder dit gebeurt. 4.. Soms hebben de jeugdige en/of ouder(s) zelf al jeugdhulp geregeld. Dit gebeurde voordat het gesprek met het cjg plaatsvindt zoals beschreven in artikel 3.5. Kosten voor jeugdhulp die de jeugdige en/of zijn ouders voorafgaand aan de aanvraag hebben gemaakt worden in beginsel niet vergoed. Het college kan alsnog een individuele voorziening jeugdhulp toekennen en de gemaakte kosten vergoeden. Dat kan alleen als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: Er zijn nog steeds problemen op het moment dat het gesprek met het cjg en/of toegang plaatsvindt. Het gaat om problemen bij opgroeien en opvoeden, mentale problemen of stoornissen waarvoor de jeugdhulp is ingezet; De toegang kan beoordelen of de jeugdhulp en de kosten nodig en passend waren; De kosten zijn gemaakt maximaal 3 maanden vóór het gesprek met het cjg en/of toegang. 5.. Een individuele voorziening wordt verstrekt in de vorm van Zorg in natura of een Pgb. 6.. De jeugdige of zijn ouder(s) moeten zich binnen 3 maanden na de besluitdatum hebben gemeld bij een jeugdhulpaanbieder, dan wel het Pgb binnen 6 maanden hebben aangewend om te werken aan de doelen waarvoor het is verstrekt. 7.. Het college kan nadere regels maken voor verdere uitwerking van de criteria, zoals genoemd in dit artikel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel