Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.2

Beoordeling (boven)gebruikelijke hulp en probleemoplossend vermogen

Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Alkmaar 2026

1.. Bij de toepassing van dit artikel maakt het college in elk individueel geval een integrale afweging op grond van artikel 2.3 van de Jeugdwet. Daarbij worden de specifieke omstandigheden van deze jeugdige en zijn ouders betrokken. Er kan geen besluit worden genomen uitsluitend op basis van de navolgende leden. 2.. Gebruikelijke hulp is hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van ouders en/of andere verzorgers of opvoeders. Zij zijn namelijk verplicht de tot hun gezin behorende minderjarige kinderen te verzorgen, op te voeden en toezicht op hen te houden. Dit geldt ook als er sprake is van psychische problemen of stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of beperkingen. Bij uitval van één van de ouders neemt de andere ouder de gebruikelijke hulp over. Dit geldt ook bij gescheiden ouders. Er wordt dan ook rekening gehouden met de gebruikelijke hulp van de ouder waar de jeugdige niet woont, zoals bedoeld in artikel 4.1 lid 1 b III. 3.. Om vast te stellen of sprake is van gebruikelijke hulp neemt het cjg in haar onderzoek (als bedoeld in artikel 3.5) mee of de benodigde hulp uitgaat boven de hulp die een jeugdige van dezelfde leeftijd zonder ziekte, aandoening, beperking of andere problematiek nodig heeft. 4.. Bij het beoordelen van het probleemoplossend vermogen (eigen kracht) van het gezin kijkt het cjg naar de balans tussen draagkracht en draaglast. Een gezonde draagkracht betekent dat ouders of andere huisgenoten de zorg onderling kunnen opvangen. 5.. Het cjg bepaalt of de draagkracht van het gezin om zelf de nodige ondersteuning, hulp en zorg te kunnen bieden in balans is met de draaglast, op basis van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouders, samen met de personen die tot hun sociale omgeving behoren en beschikbare (vrij toegankelijke) voorzieningen. Het cjg houdt hierbij rekening met de volgende factoren: de leeftijd van de jeugdige; de mate van zorg bij activiteiten en handelingen, de mate van toezicht en de mate van begeleiding/stimulans die een jeugdige van die leeftijd nodig heeft; de aard en de duur van de hulp en de benodigde ondersteuningsintensiteit van de jeugdige; de mate van planbaarheid van de hulp; de behoeften en mogelijkheden van de jeugdige. 6.. Als sprake is van gebruikelijke hulp verstrekt de toegang geen individuele voorziening jeugdhulp. Hierop kan (tijdelijk) een uitzondering worden gemaakt als de ouders door (dreigende) overbelasting de gebruikelijke hulp niet kunnen bieden. Het cjg neemt in haar onderzoek (als bedoeld in artikel 3.5) de balans tussen draaglast en draagkracht mee. 7.. Gaat het om hulp die de gebruikelijke hulp overstijgt dan zijn de ouders in eerste instantie nog steeds verantwoordelijk voor het bieden van deze bovengebruikelijke hulp. Het cjg beoordeelt of van ouders verwacht mag worden dat ze deze hulp bieden, zoals in artikel 4.1 lid 1 onder b staat weergegeven. Hierbij wordt uitgegaan van 2 situaties: Kortdurend: er is uitzicht op herstel van het (gezondheids)probleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de jeugdige. Het gaat hierbij over een aaneengesloten éénmalige periode van maximaal drie maanden in één kalenderjaar. Langdurend: het gaat om chronische situaties waarbij naar verwachting de jeugdhulp langer dan drie maanden nodig zal zijn of meerdere periodes van drie maanden in één kalenderjaar. Verwacht wordt dat ouder(s)/verzorger(s) in kortdurende situaties de bovengebruikelijke hulp bieden, tenzij dit gelet op de aard van de hulp niet kan worden verwacht of de ouder(s)/verzorger(s) door (dreigende) overbelasting de hulp niet kunnen bieden. 8.. Het bieden van een beschermende woonomgeving van ouder(s) aan kinderen is tot en met de leeftijd van 17 jaar in principe gebruikelijke zorg, zowel in kortdurende als langdurende situaties. 9.. Bij de beoordeling in langdurige situaties houdt het cjg rekening met de volgende factoren: De aard en de duur van de hulp en de benodigde ondersteuningsintensiteit van de jeugdige De mate van planbaarheid van de hulp Het lichamelijk en geestelijk welzijn van de ouders De manier van omgaan van ouders met de problemen van de jeugdige Vaardigheden van de ouders om zelf hulp te bieden (bijvoorbeeld een verpleegachtergrond) Of er sprake is van problematiek bij de ouders, zoals relationele problemen of schulden Welke verplichtingen de ouders hebben, bijvoorbeeld voor werk en sociale verplichtingen Het belang van ouders om een inkomen uit arbeid te krijgen en het eventueel ontstaan van financiële problemen De woonsituatie De samenstelling van het gezin en de relatie tussen de gezinsleden (bijvoorbeeld of er sprake is van een wettelijke stiefouder of niet) Is er een sociaal netwerk en zo ja, wat zijn de mogelijkheden en de bereidheid van het sociaal netwerk om de jeugdige of zijn ouders te ondersteunen Overige individuele omstandigheden die door jeugdige en ouders worden ingebracht 10.. Als bovengenoemde factoren niet leiden tot problemen bij het kunnen verlenen van de hulp door de ouders, bij de beschikbaarheid van de ouders voor het verlenen van de hulp, bij de belasting van de ouders en bij de financiële situatie van de ouders wordt van hen verwacht dat zij de bovengebruikelijke hulp (eventueel deels) verlenen. De toegang verstrekt dan geen individuele voorziening tot jeugdhulp. 11.. Bij het uit balans zijn van de draagkracht en draaglast ofwel (dreigende) overbelasting geldt nog het volgende: Er moet een verband zijn tussen de overbelasting en de zorg aan de jeugdige. Als de overbelasting zit op spanningen door het werk (bijvoorbeeld door te veel uren werken of stress) of door andere factoren buiten de zorg van de jeugdige om, moet de ouder eerst een oplossing zoeken in de oorzaak van die spanningen. Bij een aanvraag voor een individuele voorziening tot jeugdhulp bekijkt het cjg wat wordt gedaan om die spanningen te verminderen. Als de (dreigende) overbelasting kan worden verminderd door het herinrichten van het werk of andere sociale/maatschappelijke activiteiten wordt dit eerst van de ouder verwacht. Het verlenen van hulp aan je kind gaat voor op sociale/maatschappelijke activiteiten. Een Pgb voor het verlenen van hulp aan een jeugdige door een ouder wordt beëindigd als er sprake is van (dreigende) overbelasting. Een andere zorgverlener moet het verlenen van hulp overnemen om de overbelasting te stoppen. 12.. Als ouders een beroep kunnen doen op het sociale netwerk voor het bieden van ondersteuning bij de benodigde hulp aan de jeugdige wordt van hen verwacht dat ze hier gebruik van maken. De ondersteuning die het sociale netwerk biedt, valt onder de eigen kracht. Het college verstrekt hiervoor geen individuele voorziening tot jeugdhulp. 13.. Het college kan nadere regels stellen voor de verdere uitwerking van dit artikel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel