Voorafgaand aan de verkoop van gronden worden de volgende onderzoeken uitgevoerd:
aanwezigheid kabels en leidingen (klic-melding);
een bodemonderzoek/asbestonderzoek;
en indien van toepassing een:
een archeologisch onderzoek.
Voorafgaand aan de verkoop panden wordt uitgevoerd:
een bodemonderzoek/asbestonderzoek;
en indien van toepassing een:
een archeologisch onderzoek.
Aanwezigheid kabels en leidingen
Nutsbedrijven dienen altijd toegang te hebben tot de in de grond aanwezige kabels en leidingen. Voorafgaand aan de verkoop wordt in opdracht en op kosten van de gemeente een Klic-melding uitgevoerd. Indien kabels en leidingen in de grond liggen, hebben de nutsbedrijven een rol in de besluitvorming. Voor nutsbedrijven is het van belang dat kabels en leidingen toegankelijk zijn en blijven. Daarom worden deze gronden uitsluitend na goed overleg met de nutsbedrijven verkocht.
Bodemonderzoek/asbestonderzoek
Bij verkoop van percelen met een oppervlakte van méér dan 50m2 (>50m2) en bij de verkoop van panden, maakt een historisch bodemonderzoek conform NEN 5725 onderdeel uit van de transactie. Indien een (asbest)verontreiniging wordt vermoed, vindt tevens een aanvullend (asbest)onderzoek plaats.
Hierdoor krijgen de koper en de verkoper duidelijkheid over de staat waarin de bodem van een perceel/het pand zich bevindt. De bodem/het pand dient geschikt te zijn voor het gebruik in overeenstemming met de bestemming, of met de toekomstige bestemming.
Het onderzoek dient te worden uitgevoerd door een gespecialiseerd en gekwalificeerd
Milieuadviesbureau. Uitgangspunt is dat de kosten van het historisch bodemonderzoek NEN 5725 en aanvullend (asbest)onderzoek voor rekening komen van de verkopende partij. Hiervan wordt afgeweken indien partijen gezamenlijk anders overeenkomen.
Afhankelijk van het resultaat uit het onderzoek wordt door partijen gezamenlijk overleg gevoerd over de te nemen vervolgstappen/vervolgonderzoeken.
Uitzondering
In het geval dat de eigendomsoverdracht het gevolg is van verjaring vindt geen bodemonderzoek plaats.
Archeologisch onderzoek
De gemeente heeft in het kader van de Monumentenwet de wettelijke verplichting om de in de grond aanwezige cultuurhistorische (c.q. archeologische) waarden te beschermen.
Deze bescherming geldt in gebieden:
met een middelhoge of een hoge archeologische verwachtingswaarde;
gelegen in de beschermde stads- en dorpsgezichten;
gelegen in de oude woonkernen (zogenaamde AMK-terreinen);
gelegen in de woonkernen die zijn omgeven door gebieden met een hoge verwachting.
Deze gebieden staan aangegeven op een gemeentelijke archeologische verwachtingenkaart, die werd vastgesteld op 28 oktober 2010.
Het bovenstaande houdt in praktijk in, dat in geval van bodem verstorende ontwikkelingen op terreinen die zijn gelegen in een van de hierboven genoemde gebieden, de initiatiefnemer (eigenaar, ontwikkelaar) kan worden verplicht archeologisch onderzoek te laten uitvoeren. De eigenaar of ontwikkelaar is, als zijnde de verstoorder van het bodemarchief, financieel en operationeel verantwoordelijk. De gemeente geeft de kaders aan en handhaaft ze.
Hoofdstuk 1. › Paragraaf 1.1
Artikel 1.1.3
Onderzoeken bij verkoop
Onderdeel van Grondprijzennota 2026 – 2027