**1..** Het bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden en taken of inwonerparticipatie plaatsvindt, op basis van het afwegingskader dat onderdeel is van het geldende participatiebeleid.
**2..** Inwonerparticipatie wordt toegepast wanneer het voorliggende vraagstuk van directe invloed is op inwoners en belanghebbenden.
**3..** Het bestuursorgaan kan ervoor kiezen om geen inwonerparticipatie toe te passen in de volgende gevallen:
bij ondergeschikte of juridisch-technische herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen;
als participatie bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten;
als er sprake is van uitvoering van hogere regelgeving, waarbij het bestuursorgaan naar oordeel van het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;
bij de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet;
bij interne of organisatorische aangelegenheden van de gemeente;
wanneer de uitvoering van een beleidsvoornemen naar oordeel van het bestuursorgaan dermate spoedeisend is dat participatie niet kan worden afgewacht; of
als het belang van participatie naar oordeel van het bestuursorgaan niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving.
Toelichting: artikel 3
In dit artikel staat wanneer inwonerparticipatie wel of niet mogelijk is. In het eerste lid staat dat het verantwoordelijk bestuursorgaan zelf besluit wanneer inwonerparticipatie wordt toegepast. Het bestuursorgaan gebruikt hiervoor een afwegingskader dat onderdeel is van het Arnhemse participatiebeleid, het Arnhems Stappenplan Participatie. Het afwegingskader in het Arnhems Stappenplan Participatie bestaat uit een aantal vragen die het bestuursorgaan helpen om te bepalen of inwonerparticipatie nodig en zinvol is. In de meeste gevallen is het college het verantwoordelijk bestuursorgaan. Het college kan de bevoegdheid om te besluiten over participatie overdragen aan een wethouder of een ambtenaar.
Het uitgangspunt van deze verordening is dat participatie alleen wordt toegepast wanneer het ertoe doet. Daarom staat in het tweede lid dat inwonerparticipatie wordt toegepast wanneer het voorliggende vraagstuk directe impact heeft op inwoners en belanghebbenden. Bijvoorbeeld als er iets verandert in hun buurt. De manier waarop inwonerparticipatie wordt toegepast hangt af van de ruimte die er voor inwoners is om het vraagstuk te beïnvloeden. Wanneer inwoners en belanghebbenden (bijna) geen ruimte hebben om het vraagstuk te beïnvloeden en het weinig impact op hen heeft, wordt er een beperkte vorm van participatie toegepast. Bijvoorbeeld door alleen te informeren. Wanneer er meer te kiezen valt en een besluit een grotere impact heeft op inwoners en belanghebbenden, wordt een meer uitgebreide vorm van participatie toegepast. Bijvoorbeeld meebeslissen of samenwerken. De vormen van participatie waar het bestuursorgaan uit kiest staan in artikel 4, lid 5.
In het derde lid van dit artikel staat een aantal uitzonderingen. Hiermee wordt voorkomen dat participatie wordt toegepast in situaties waarin dit niet geschikt is. Als het bestuursorgaan gebruik maakt van een uitzondering, wordt deze keuze uitgelegd in de participatieparagraaf. De participatieparagraaf wordt uitgelegd in artikel 7, lid 3.