**1..** Bij de aanvraag tot vaststelling dient subsidieontvanger de volgende documenten in bij zijn verantwoording van het uitgevoerde project:
- - een financiële verantwoording opgesteld in een format dat gelijk is aan de indeling van de aangeleverde begroting bij de aanvraag. In de verantwoording dient inzichtelijk gemaakt te worden:
- - een verklaring van de milieubelasting van het gebouw door de toe te passen materialen, bepaald volgens de Bepalingsmethode Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken;
- - een berekening van het biobased aandeel van een gebouw, bepaald volgens Bijlage I;
- - bij indiening van de berekening als bedoeld onder c moet inzichtelijk worden gemaakt:
- - welke rekenroute is gevolgd;
- - welke databronnen zijn gebruikt;
- - hoe de massa van materialen is bepaald;
- - en hoe het biobased aandeel per materiaal of product is vastgesteld;
- - een PEFC- of FSC-certificaat waaruit blijkt dat het in het woningbouwproject toegepaste hout afkomstig is uit aantoonbare duurzaam beheerde bossen
**2..** De gemeente beoordeelt bij de aanvraag tot vaststelling of:
- - het biobased percentage is berekend overeenkomstig Bijlage I en voldoet aan de in deze regeling gestelde prestatie‑eisen;
- - de subsidie niet hoger is dan 40% van de bij verlening vastgestelde meerkosten, Artikel 8 van deze regeling en de Algemene Groepsvrijstellingsverordening;
- - geen sprake is van overcompensatie
De bij subsidieverlening vastgestelde subsidiabele meerkosten en het daarbij behorende percentage worden bij de subsidievaststelling niet opnieuw inhoudelijk beoordeeld.
**3..** Voor zover op grond van artikel 27 Asv een controleverklaring van een accountant vereist is, controleert de accountant uitsluitend of:
- - de opgegeven projectkosten daadwerkelijk gemaakt zijn en aansluiten op de financiële administratie van de subsidieontvanger;
- - Er geen aanwijzingen zijn voor onrechtmatige besteding van de middelen.
**4..** De gemeente kan de subsidie aan de corporaties per woningbouw project, al dan niet gedeeltelijk terugvorderen, indien:
- - er onvolledige of onjuiste informatie is verstrekt;
- - bij de gevraagde verantwoordingsmomenten niet aantoonbaar wordt voldaan aan de gestelde prestatie-eisen;
- - voor zover de subsidie per project niet rechtmatig is besteed;
- - voor zover de rechtmatigheid van de besteding volgens de controlerende accountant onzeker is;
- - blijkt dat er sprake is van ongeoorloofde staatssteun;
- - sprake is van overcompensatie.