Terug naar versiegeschiedenis
Versie 1
Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort houdende regels omtrent subsidie biobased bouwen van sociale huurwoningen · gedetecteerd op 28 mei 2026 om 20:22
5 gewijzigd
Gewijzigde artikelen
Artikel 14Vaststelling
Oud
**1..** In aanvulling op artikel 24 Asv dient de subsidieontvanger bij de aanvraag tot vaststelling de volgende documenten in bij zijn verantwoording van het uitgevoerde project:
een opgave van de daadwerkelijk gerealiseerde projectkosten, inclusief specificatie van meerkosten voor biobased bouwen;
een verklaring van de milieubelasting van het gebouw door de toe te passen materialen, bepaald volgens de Bepalingsmethode Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken;
een berekening van het biobased aandeel van een gebouw, bepaald volgens Bijlage I;
bij indiening van de berekening als bedoeld onder c moet inzichtelijk worden gemaakt:
welke rekenroute is gevolgd;
welke databronnen zijn gebruikt;
hoe de massa van materialen is bepaald;
en hoe het biobased aandeel per materiaal of product is vastgesteld;
een PEFC- of FSC-certificaat waaruit blijkt dat het in het woningbouwproject toegepaste hout afkomstig is uit aantoonbare duurzaam beheerde bossen
**2..** De gemeente beoordeelt bij de aanvraag tot vaststelling of het biobased‑percentage is berekend overeenkomstig Bijlage I en voldoet aan de in deze regeling gestelde prestatie‑eisen.
**3..** De in lid 1 genoemde documenten stellen de accountant in staat vast te stellen of:
de subsidiabele meerkosten zijn onderbouwd conform artikel 7;
de steunintensiteit de grens van 40% niet overschrijdt;
de subsidie rechtmatig en overeenkomstig de beschikking is besteed.
**4..** De gemeente kan de subsidie aan de corporaties per woningbouw project, al dan niet gedeeltelijk terugvorderen, indien:
er onvolledige of onjuiste informatie is verstrekt;
bij de gevraagde verantwoordingsmomenten niet aantoonbaar wordt voldaan aan de gestelde prestatie-eisen;
voor zover de subsidie per project niet rechtmatig is besteed;
voor zover de rechtmatigheid van de besteding volgens de controlerende accountant onzeker is;
blijkt dat er sprake is van ongeoorloofde staatssteun;
sprake is van overcompensatie.
Nieuw
**1..** Bij de aanvraag tot vaststelling dient subsidieontvanger de volgende documenten in bij zijn verantwoording van het uitgevoerde project:
een financiële verantwoording opgesteld in een format dat gelijk is aan de indeling van de aangeleverde begroting bij de aanvraag. In de verantwoording dient inzichtelijk gemaakt te worden:
de werkelijk gerealiseerde projectkosten (as-built);
Het percentage subsidiabele meerkosten bepaald in overeenstemming met artikel 6 lid 2 sub b;
de hoogte van de gerealiseerde subsidie op basis van artikel 8.
een verklaring van de milieubelasting van het gebouw door de toe te passen materialen, bepaald volgens de Bepalingsmethode Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken;
een berekening van het biobased aandeel van een gebouw, bepaald volgens Bijlage I;
bij indiening van de berekening als bedoeld onder c moet inzichtelijk worden gemaakt:
welke rekenroute is gevolgd;
welke databronnen zijn gebruikt;
hoe de massa van materialen is bepaald;
en hoe het biobased aandeel per materiaal of product is vastgesteld;
een PEFC- of FSC-certificaat waaruit blijkt dat het in het woningbouwproject toegepaste hout afkomstig is uit aantoonbare duurzaam beheerde bossen
**2..** De gemeente beoordeelt bij de aanvraag tot vaststelling of:
het biobased percentage is berekend overeenkomstig Bijlage I en voldoet aan de in deze regeling gestelde prestatie‑eisen;
de subsidie niet hoger is dan 40% van de bij verlening vastgestelde meerkosten, Artikel 8 van deze regeling en de Algemene Groepsvrijstellingsverordening;
geen sprake is van overcompensatie
De bij subsidieverlening vastgestelde subsidiabele meerkosten en het daarbij behorende percentage worden bij de subsidievaststelling niet opnieuw inhoudelijk beoordeeld.
**3..** Voor zover op grond van artikel 27 Asv een controleverklaring van een accountant vereist is, controleert de accountant uitsluitend of:
de opgegeven projectkosten daadwerkelijk gemaakt zijn en aansluiten op de financiële administratie van de subsidieontvanger;
Er geen aanwijzingen zijn voor onrechtmatige besteding van de middelen.
**4..** De gemeente kan de subsidie aan de corporaties per woningbouw project, al dan niet gedeeltelijk terugvorderen, indien:
er onvolledige of onjuiste informatie is verstrekt;
bij de gevraagde verantwoordingsmomenten niet aantoonbaar wordt voldaan aan de gestelde prestatie-eisen;
voor zover de subsidie per project niet rechtmatig is besteed;
voor zover de rechtmatigheid van de besteding volgens de controlerende accountant onzeker is;
blijkt dat er sprake is van ongeoorloofde staatssteun;
sprake is van overcompensatie.
Artikel 16Slotbepalingen
Oud
**1..** Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 juni 2026.
**2..** Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling biobased bouwen sociale woningbouw.
**3..** Overeenkomstig artikel 3, derde lid, van de ASV, vervalt deze subsidieregeling op december 2030.
[Artikel 16, lid 3 bevat een kennelijke verschrijving. Hier wordt bedoeld: Overeenkomstig artikel 3, derde lid, van de ASV, vervalt deze subsidieregeling op 31 december 2030.]
**4..** Deze subsidieregeling blijft van toepassing op subsidies die voor de vervaldatum onder deze subsidieregeling zijn verstrekt.
Nieuw
**1..** Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 juni 2026.
**2..** Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling biobased bouwen sociale woningbouw.
**3..** Overeenkomstig artikel 3, derde lid, van de Asv, vervalt deze subsidieregeling op 30 september 2030.
**4..** Deze subsidieregeling blijft van toepassing op subsidies die voor de vervaldatum onder deze subsidieregeling zijn verstrekt.
Artikel 6Eisen aan de aanvraag
Oud
**1..** Een aanvraag wordt ingediend op het door burgemeester en wethouders vastgesteld aanvraagformulier.
**2..** De aanvraag voldoet aan alle eisen zoals gesteld in de Asv. In aanvulling op artikel 6 Asv, wordt de aanvraag enkel in behandeling genomen als de volgende stukken zijn bijgevoegd:
als onderdeel van het activiteitenplan als bedoeld in artikel 7 Asv:
het aantal te realiseren sociale huurwoningen binnen het woningbouwproject waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
het voorlopig ontwerp waaruit de voorgenomen toepassing van biobased materialen blijkt, inclusief het voorgenomen percentage van deze materialen in de totale massa van het gebouw;
als onderdeel van de begroting als bedoeld in artikel 8 Asv, een uitsplitsing naar bouwkosten en de meerkosten verband houdend met het toepassen van biobased bouwmaterialen. Deze meerkosten worden bepaald als het verschil tussen de kosten van het biobased ontwerp en de kosten van een conventioneel referentieontwerp. Het referentieontwerp moet voldoen aan de minimum eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving.
**3..** Indien de aanvraag niet voldoet aan de in lid 2 gestelde eisen wordt de aanvrager op grond van artikel 4:5 Awb in de gelegenheid gesteld deze aan te vullen.
Nieuw
**1..** Een aanvraag wordt ingediend op het door burgemeester en wethouders vastgesteld aanvraagformulier.
**2..** De aanvraag voldoet aan alle eisen zoals gesteld in de Asv. In aanvulling op artikel 6 Asv, wordt de aanvraag enkel in behandeling genomen als de volgende stukken zijn bijgevoegd:
als onderdeel van het activiteitenplan als bedoeld in artikel 7 Asv:
het aantal te realiseren sociale huurwoningen binnen het woningbouwproject waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
het voorlopig ontwerp waaruit de voorgenomen toepassing van biobased materialen blijkt, inclusief het voorgenomen percentage van deze materialen in de totale massa van het gebouw, exclusief de fundering.
als onderdeel van de begroting als bedoeld in artikel 8 van de Asv, een uitsplitsing naar bouwkosten en de meerkosten verband houdend met het toepassen van biobased bouwmaterialen. Deze meerkosten worden bepaald door het verschil tussen de kosten van het biobased ontwerp en de kosten van een technisch en functioneel vergelijkbaar conventioneel (voorlopig) referentieontwerp, welke beide door de aanvrager moeten worden aangeleverd.
Het verschil in kosten van beide ontwerpen, gedeeld door de kosten van het biobased voorlopig ontwerp, bepaalt het percentage subsidiabele meerkosten.
Het referentieontwerp voldoet aan de minimumeisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving.
**3..** Indien de aanvraag niet voldoet aan de in lid 2 gestelde eisen wordt de aanvrager op grond van artikel 4:5 Awb in de gelegenheid gesteld deze aan te vullen.
Artikel 8Hoogte subsidie
Oud
**1..** De subsidie bedraagt maximaal € 11.000,- per sociale huurwoning, beperkt tot een maximum van 40% van de subsidiabele kosten.
**2..** Indien de door de aanvrager opgegeven in aanmerking komende meerkosten dusdanig laag zijn dat het vaste subsidiebedrag van 11.000 per sociale huurwoning zou leiden tot een steunintensiteit van 40% of meer, wordt het subsidiebedrag verlaagd tot het maximaal toelaatbare bedrag binnen de grens van 40% steunintensiteit, overeenkomstig artikel 36 Algemene Groepsvrijstellingsverordening.
Nieuw
**1..** De subsidie bedraagt maximaal € 11.000,- per sociale huurwoning, beperkt tot een maximum van 40% van de subsidiabele meerkosten. Bij de subsidieverlening wordt, overeenkomstig artikel 6 lid 2 sub b, het percentage subsidiabele meerkosten vastgesteld. Dit percentage vormt de grondslag voor de bepaling van de hoogte van de subsidie.
**2..** Indien toepassing van het in het eerste lid genoemde maximumbedrag zou leiden tot een steunintensiteit van 40% of meer, wordt het subsidiebedrag verlaagd tot het maximaal toelaatbare bedrag binnen de grens van 40% steunintensiteit, overeenkomstig artikel 36 Algemene Groepsvrijstellingsverordening.
Artikel 9Subsidieplafond
Oud
**1..** Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks een subsidieplafond vast. Dit besluit wordt gepubliceerd in het Gemeenteblad.
Nieuw
**1..** Burgemeester en wethouders stellen bij afzonderlijk besluit een subsidieplafond vast. Dit besluit wordt gepubliceerd in het Gemeenteblad.