Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.2

Artikel 3.2.2

Toezicht milieu

Onderdeel van Nota Advisering, Uitvoering (regulering en toezicht) en Handhaving 2025

Vanuit het Interbestuurlijk programma (IBP) is een voorbeeld van een risicomodel Toezicht Milieu gepresenteerd. Deze systematiek staat model voor het risicogerichte toezicht. Landelijk is afgesproken dat dit model de basis voor implementatie binnen alle Omgevingsdiensten. Deze implementatie gaat in gecontroleerde stappen. Dit risicomodel wordt binnen de ODWH de komende periode uitgewerkt. Door middel van ambtelijke sessies zullen de vertegenwoordigers van de gemeenten en de provincie worden uitgenodigd om richting te geven aan dit risicomodel. De beleidsmatige uitvoering van toezicht milieu zal vanaf 2027 worden uitgevoerd. Het risicomodel wordt als volgt opgebouwd. Het model bestaat uit vijf samenhangende onderdelen: Prioriteiten algoritme Geeft real-time prioriteitsscores aan controles. Gebruikt de formule: milieurisico = naleefgedrag x milieurelevantie x tijd sinds laatste controle. Analyseert meer dan 100 variabelen uit diverse databronnen. Dynamisch normtijden algoritme Berekent indicatieve controletijd per locatie. Helpt bij planning, output sturing en eerlijke werkverdeling. Vertaalt berekende tijd naar handige indicatoren (S, M, L, XL, XXL). Data dashboard Biedt toezichthouders directe toegang tot vele databronnen. Geen tijdrovend inloggen op externe portals meer nodig. Gebruiksvriendelijke interface Rangschikt bedrijfslocaties op basis van prioriteit. Geeft met één druk op de knop alle relevante informatie per locatie. ViCo: Virtuele Collega (in ontwikkeling) Gaat een stap verder dan het data dashboard. Analyseert data per bedrijfslocatie en spoort opvallende zaken op. Signaleert bijvoorbeeld verlopen keuringen of onverwachte afvalpatronen. Dit risicomodel staat als basis voor het uitvoeren van planmatig toezicht. Onderdeel van het model is bonus malus; bij bedrijven met goed naleefgedrag kan minder toezicht worden uitgevoerd en bij bedrijven die de zaken niet op orde hebben wordt meer toezicht uitgevoerd. Toezichtsmodel 2026 Zoals hierboven gesteld zal het nieuwe risicomodel in 2027 live gaan. Om de overgangsperiode beleidsmatig te dekken wordt het huidige risicomodel in 2026 nog gebruikt. Risicogericht toezicht is een belangrijke aanpak die de ODWH zal gebruiken. Dit is belangrijk voor ons werk, omdat het ons helpt middelen goed te gebruiken en de meest dringende situaties voorrang te geven. Bij risicogericht toezicht kijken we niet alleen naar de naleving van regels, maar ook naar de mogelijke gevolgen van overtredingen voor mens en milieu. Dit betekent dat we ons richten op die activiteiten en bedrijven waar de grootste risico's bestaan. Hieronder volgt de standaardcategorisering van bedrijven en de mate waarin in 2026 toezicht wordt gehouden. Categorie bedrijven Milieucategorie Relevantie milieuaspecten Controle frequentie inzet toezicht 4, 5 en 6 Complex (D) Essentieel Jaarlijks 3 Standaard (C) Relevant 1x per 3 jaar 2 Eenvoudig (B) Op thema's relevant themacontroles 1 Minimum (A) Weinig relevant signaaltoezicht Tabel x. Statische risicoanalyse. Toezicht vanaf 2027 Vanaf 2027 zal een andere planningsmethodiek worden ingezet, gebaseerd op het risicomodel en/of branches met bepaalde Milieubelastende Activiteiten (MBA’s). Hierdoor wordt een verfijning van de controlefrequentie gerealiseerd, dat meer recht doet aan risicogericht toezicht. Kort gezegd worden risicovollere bedrijven in de regel frequenter gecontroleerd dan bedrijven met een lager risicoprofiel. Hierbij zullen brancheplannen richtinggevend zijn voor de te controleren milieuaspecten. Ook worden hierbij de voorschriften uit het Omgevingsplan meegenomen. In de afgelopen jaren zijn de metadata aangevuld met MBA’s en hier wordt voorlopig mee doorgegaan totdat het gehele bedrijfsbestand met MBA’s is gevuld. Uitvoering toezicht De ODWH houdt in de regel aangekondigd toezicht. De reden is dat ondernemers niet altijd in de gelegenheid zijn om tijdens de controle aanwezig te zijn. Op deze wijze verloopt voor zowel de toezichthouder als voor de ondernemer de controle efficiënter dan wanneer die onaangekondigd plaatsvindt. Dit neemt echter niet weg dat wij op grond van het naleefgedrag, de voorgeschiedenis of de aard van de MBA (bijv. handling gevaarlijke stoffen) of branche te allen tijde onaangekondigde controles kunnen uitvoeren. Als specifieke personen binnen een bedrijf nodig zijn voor de uitvoering van een controle, wordt een vervolgafspraak gemaakt. Voor het uitvoeren van een milieucontrole is een apart werkproces opgesteld, wat gaat over de voorbereiding, uitvoering en afhandeling van de controle. Dit werkproces sluit aan bij het werkproces zoals dat in het zaaksysteem is ingeregeld. Bij complexe dossiers wordt een meerjarig toezichtsplan opgesteld, waarbij de verschillende milieuhygiënische aspecten conform de planning worden gecontroleerd. Of een toezichtplan aan de orde is, wordt aan de hand van een aantal parameters bepaald. Dit gebeurt na interne afstemming. Om de toezichtkwaliteit te bevorderen worden locatiedossiers periodiek van toezichthouder gewisseld. Dit is onder andere nodig om “blinde vlekken” bij een toezichthouder te voorkomen en om ervoor te zorgen dat de kans op het ontstaan van een vertrouwensrelatie met de ondernemer zo klein mogelijk is. Toezichthouden dient immers op een professionele zakelijke wijze plaats te vinden. Ongewone voorvallen en klachten Bedrijven zijn conform het Bal verplicht om het bevoegd gezag te informeren en gegevens te verstrekken wanneer er een ongewoon voorval heeft plaatsgevonden. Bedrijven dienen dit zo spoedig mogelijk te doen; dit kan digitaal of via een melding bij de meldkamer van de DCMR (die vervolgens de klacht naar de ODWH doorzet). Ook klachten worden in de regel op deze wijze bij de ODWH ingediend. Het betreft meestal klachten die te maken met geluid-, licht- of geurhinder. Andersoortige klachten, zoals bijvoorbeeld lozingen of bodemverontreinigingen komen minder vaak voor. Er is een continue bewaking van de nieuw ingediende klachten, die snel intern worden uitgezet en zo spoedig mogelijk opgepakt en behandeld. De melder wordt zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen 3 werkdagen na de klachtmelding, op de hoogte gesteld van de te nemen of reeds ondernomen acties. Na afloop van een klachtmelding wordt de klager over het resultaat ingelicht. Afhankelijk van de aard van de klachtmelding, kunnen vervolgacties nog weleens complex en langdurig zijn. Zaak is dan om de klager periodiek te informeren over de ontwikkelingen op een klachtdossier.

Rechtspraak bij dit artikel