In 2016 heeft de Europese Unie mede namens Nederland het Klimaatakkoord van Parijs ondertekend. Doel van het akkoord is om de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder 2 graden Celsius. Met een duidelijk zicht op 1,5 graden Celsius. Om de doelen van het Klimaatakkoord van Parijs te halen zijn afspraken in Europa gemaakt. De EU-lidstaten hebben met elkaar afgesproken dat de EU in 2030 minimaal 55% minder moet uitstoten ten opzichte van 1990. In 2050 wil de Europese Unie klimaatneutraal zijn. Dat betekent dat er dan netto geen broeikasgassen meer worden uitgestoten.
Wettelijke eisen bedrijven
Om de klimaatdoelen te halen zijn er wettelijke eisen opgenomen in de Omgevingswet op het gebied van energiebesparing bij bedrijven. Bedrijven en instellingen die per jaar meer dan 50.000 kWh elektriciteit en/of meer dan 25.000 m³ aardgas of een equivalent daarvan verbruiken hebben een informatieplicht en een energiebesparingsplicht. Zij moesten hier uiterlijk 1 december 2023 over rapporteren (informatieplicht). Zeer grote bedrijven hebben tevens een onderzoeksplicht. De ODWH controleert of bedrijven aan deze verplichting voldoen. 1 keer in de 4 jaar worden de wettelijke eisen op het gebied van de energiebesparingsplicht geactualiseerd. De ODWH heeft als doel om binnen deze vier jaar de bedrijven met deze wettelijke plicht te controleren.
Doelstelling van de ODWH is:
Energiebesparing van gemiddeld tussen de 10% t.o.v. 2023 voor de bedrijven die we controleren. Landelijk wordt er een tool ontwikkeld om de besparing te kunnen berekenen.
Energiebesparing van 20% gemiddeld voor projecten en portefeuille aanpak locaties
70%-80% van de bedrijven voldoet aan de energiebesparingsplicht binnen 3 jaar (2026);
100% voldoet aan de informatieplicht.
Het uitvoeringsbeleid voor de periode 2024-2027 houdt in dat in vier jaar alle controles energiebesparingsplicht en hercontroles worden uitgevoerd, handhavingstrajecten kunnen langer doorlopen dan de vier jaar:
In het eerste jaar wordt gecontroleerd of alle meldingen bij het RVO zijn ingediend.
Er wordt geïnventariseerd welke bedrijven onder de onderzoeksplicht vallen en ingediende onderzoeken worden beoordeeld.
In het tweede en derde jaar worden, op basis van de ingediende meldingen, het totale energieverbruik van bedrijven en de achterblijvende bedrijven gecontroleerd. Dit wordt programmatisch uitgevoerd. Daarnaast wordt bij de onderzoeksplichtige bedrijven gecontroleerd of dat conform het onderzoek alle maatregelen getroffen zijn.
Het vierde jaar staat in het teken van hercontroles en handhaving.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.2
Artikel 3.2.3
Toezicht energie
Onderdeel van Nota Advisering, Uitvoering (regulering en toezicht) en Handhaving 2025