Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5.

Artikel 15.

Aanvullende regels om in aanmerking te komen voor een pgb

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp gemeente Leusden 2026

1.. Als een jeugdige of zijn ouder(s) in aanmerking komen voor een individuele voorziening, maar de jeugdhulp zelf wensen in te kopen door middel van een pgb, dienen de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger daartoe een budgetplan in. Het college faciliteert hiervoor een format. In het budgetplan is opgenomen: de motivatie waarom het natura-aanbod van de gemeente volgens de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger niet passend is en een pgb gewenst is; welke jeugdhulp de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger willen inkopen met een pgb en wat het beoogde resultaat is; de voorgenomen uitvoerder van de individuele voorziening en de wijze waarop de jeugdhulp georganiseerd wordt; de kosten van de uitvoering, uitgedrukt in aantal eenheden en tarief. Jeugdige en ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger kunnen hiervoor verplicht worden gesteld om één of meerdere offertes te vergaren; en indien van toepassing, welke jeugdhulp de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger willen betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk. 2.. Het college verstrekt een pgb als: de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger zich gemotiveerd op het standpunt stellen dat zij de individuele voorziening die wordt geleverd door een door het college gecontracteerde aanbieder, niet passend achten; het budgetplan toereikend is en voor de hulpvraag passend bevonden wordt door het college; uit de beoordeling van de pgb-vaardigheid met inachtneming van artikel 16 blijkt dat de budgethouder of, indien van toepassing, de budgetbeheerder in staat is uitvoering te geven aan de eisen die de regie over en het beheer van een pgb met zich meebrengt; en naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort en die de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger van het budget willen betrekken, van goede kwaliteit is en in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van het in het budgetplan opgenomen beoogde resultaat. 3.. Het college verstrekt geen pgb indien niet aan de voorwaarde als genoemd in artikel 8.1.1, tweede lid, van de wet voldoen, of indien: er sprake is van bezwaren van overwegende aard. Ter beoordeling daarvan kan het college nadere gegevens inwinnen en/of van de aanvrager verlangen, waaronder een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) van de te kiezen zorgverlener; er twijfels zijn over de integriteit van de voorgenomen uitvoerder van de jeugdhulp, wat zich in ieder geval voordoet indien de voorgenomen uitvoerder van de jeugdhulp in de vier jaar voorafgaande aan de aanvraag: fraude, in de zin van opzettelijke misleiding om financieel voordeel te verkrijgen, heeft gepleegd; betrokken is geweest bij strafbare feiten of overtredingen heeft begaan die de veiligheid en de kwaliteit van de hulp in gevaar brengen; veroordeeld is wegens het plegen van strafbare feiten tot een gevangenisstraf; of op basis van een Bibob-toets door het college is geweigerd als zorgaanbieder. het een minderjarige betreft die een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering heeft gekregen of een jeugdige die is opgenomen in een gesloten accommodatie; er sprake is van crisishulp, crisisopvang of spoedeisende zorg; er sprake is van formele pleegzorg; 4.. Het college weigert een pgb als een wettelijke weigeringsgrond als bedoeld in artikel 8.1.1, vierde lid, van de wet van toepassing is. 5.. Het college kan beleidsregels vaststellen over de voorwaarden en verplichtingen verbonden aan het pgb.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel