Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5.

Artikel 16.

Pgb-vaardigheid

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp gemeente Leusden 2026

1.. Om aan de voorwaarden voor pgb-vaardigheid te voldoen dient de beoogd budgethouder, al dan niet met hulp vanuit het sociaal netwerk of, indien van toepassing, een budgetbeheerder, in ieder geval: een duidelijk beeld te hebben van de hulpvraag; op de hoogte te zijn van de regels en verplichtingen die horen bij het pgb of deze zelf (online) weten te vinden; in staat te zijn om een overzichtelijke pgb-administratie bij te houden; voldoende vaardig te zijn om in de Nederlandse taal te communiceren met de gemeente, de SVB en de zorgverleners; in staat te zijn zelfstandig te handelen en onafhankelijk voor een zorgverlener te kiezen; in staat te zijn om afspraken te maken en vast te leggen en om dit te verantwoorden aan het college; in staat te zijn om te beoordelen en te beargumenteren of de geleverde zorg passend en kwalitatief goed is, de kwaliteit van de voorziening moet voldoende zijn om de gestelde doelen te kunnen realiseren; in staat te zijn de inzet van zorgverleners te coördineren, waardoor de zorg door kan gaan, ook bij verlof en ziekte; in staat te zijn om als werk- of opdrachtgever de zorgverleners aan te sturen en aan te spreken op hun functioneren; en voldoende kennis te hebben over het werk- of opdrachtgeverschap of deze kennis weten te vinden. 2.. Een budgethouder of een budgetbeheerder wordt in beginsel niet in staat geacht de aan een pgb verbonden taken verantwoord te kunnen uitvoeren als sprake is van één of meer van de volgende omstandigheden: het beheer wordt verricht door de persoon of organisatie die ook de jeugdhulp levert aan de budgethouder, tenzij hiervoor door het college toestemming is verleend; er is sprake van één of meer van de volgende omstandigheden: schuldenproblematiek; ernstige verslavingsproblematiek; aangetoonde fraude, in de zin van opzettelijke misleiding om financieel voordeel te verkrijgen, begaan in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag; een aanmerkelijke verstandelijke beperking; een ernstig psychiatrisch ziektebeeld; een vastgestelde, blijvende cognitieve stoornis; Dak- of thuisloosheid het onvoldoende machtig zijn van de Nederlandse taal in woord en geschrift; of het niet verkrijgen van een Verklaring Omtrent het Gedrag. 3.. Naast de omstandigheden zoals benoemd dit artikel, kan het college ook op andere gronden een negatief oordeel geven over de pgb-vaardigheden wanneer sterk de indruk bestaat dat iemand niet in staat is om een pgb te beheren. Als op basis van andere gronden de budgetbeheerder niet in staat wordt geacht, dient dit onderbouwd en gemotiveerd te worden door het college.

Rechtspraak bij dit artikel