Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Hoor en wederhoor

Onderdeel van Klachtenregeling Gemeente Oirschot 2009

1. Degene op wiens gedraging het klaagschrift betrekking heeft, ontvangt een kopie van het klaagschrift en de eventueel daarbij meegezonden stukken. 2. De burgemeester of een ander lid van het college van burgemeester en wethouders zitten de hoorzitting voor. 3. De indiener en degene tegen wie de klacht is gericht worden in de gelegenheid gesteld in elkaars tegenwoordigheid, in persoon of bij gemachtigde, te worden gehoord. 4. Van het in het tweede lid kan worden afgeweken:a. Indien klager expliciet te kennen geeft geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord.b. Indien degene tegen wie de klacht is gericht gemotiveerd bij de klachtencoördinator te kennen geeft dat hij niet wenst te worden gehoord of niet in elkaars aanwezigheid wenst te worden gehoord. 5. Van de hoorzitting wordt een verslag gemaakt. 6. Het verslag vermeldt in ieder geval:a. de naam van de klachtbehandelaar;b. de naam van de secretaris;c. de namen van de verschenen klager(s) en degene(n) tegen wie de klacht is gericht en, indien aanwezig, van gemachtigde(n) en van getuigen en deskundigen;d. datum hoorzitting;e. een beknopte weergave van wat tijdens de hoorzitting over de klacht wordt besproken. Het verslag wordt ter kennisneming aan partijen toegezonden of uitgereikt.

Rechtspraak bij dit artikel