We nemen als raadsleden geen deel aan de beraadslaging en stemming over onderwerpen die ons rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaan.
Als we voornemens zijn om ons te onthouden van deelname aan de beraadslaging en stemming, dan maken we daarvan melding bij de burgemeester of de griffier.
De raad moet op een zuivere en objectieve wijze tot besluitvorming komen. Daarom moeten we ons als raadsleden onthouden van deelname aan de beraadslaging en stemming over aangelegenheden die ons rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaan (artikel 28 Gemeentewet). Wanneer we ons onthouden van stemming en beraadslaging nemen we tijdens de beraadslaging en stemming over dat onderwerp plaats op de publieke tribune of verlaten de zaal.
Het kan soms lastig zijn om te beoordelen of er sprake is van een rechtstreekse of middellijke persoonlijke betrokkenheid bij een onderwerp. De volgende twee vuistregels kunnen ons hierbij helpen:
Is er sprake van een specifiek besluit of van een ‘bulkbesluit’? Bij besluiten die een grote groep personen, instellingen of bedrijven raken is minder snel sprake van persoonlijke betrokkenheid. Hoe specifieker en directer het belang in kwestie is, hoe lastiger het voor een raadslid wordt om zuiver en objectief te handelen.
Wat zou een redelijk denkende derde van de situatie vinden? Is het mogelijk om zonder veel omwegen aan een redelijk denkende derde uit te leggen dat er geen sprake is van een persoonlijke betrokkenheid bij het onderwerp?
Komen we tot de conclusie dat we ons afzijdig moeten houden, dan maken we daarvan tijdig een melding bij de burgemeester of de griffier.