In de onderstaande alinea’s beschrijven we de veranderingen voor toezicht en handhaving onder de Omgevingswet en onze werkwijze hierin.
4.1 Van vergunningverlening naar toezicht onder de Omgevingswet
Bij een meervoudige vergunningaanvraag wijzigt in een aantal gevallen de bevoegd gezag rol van rijkspartijen naar die van advies- en instemmingsorgaan. De dubbele handhavings- en toezichtbevoegdheid met het bevoegd gezag die ontstaat in aangewezen gevallen vraagt om goede samenwerkingsafspraken.
4.1.1 Bevoegd gezag
Uitgangspunt onder de Omgevingswet is ‘decentraal, tenzij’, waardoor doorgaans de gemeenten bevoegd gezag zijn ten aanzien van activiteiten, of (voor wateractiviteiten) het waterschap. Slechts in uitzonderingsgevallen is de provincie of het Rijk bevoegd gezag. De uitzonderingen staan in hoofdstuk 4 van het Omgevingsbesluit (onder andere voor de magneetactiviteit).
Het bevoegd gezag voor vergunningverlening is eveneens het bevoegd gezag om toezicht te houden op de naleving van de vergunning en indien nodig te handhaven.
4.1.2 Advies en advies met instemming
De Omgevingswet schrijft voor dat het bevoegd gezag in bepaalde gevallen om advies moet vragen voor het beslist op een aanvraag om een omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift. Soms is er ook instemming van dat adviesorgaan nodig voor het nemen van een besluit. Een bestuursorgaan heeft alleen een advies- of advies en instemmingsbevoegdheid als het zelf geen bevoegd gezag is voor de activiteit waar het om gaat. Een bestuursorgaan heeft meestal een advies- of instemmingsbevoegdheid in gevallen waarin het normaliter bevoegd gezag zou zijn, maar het door een magneetactiviteit van provincie of Rijk die onderdeel is van de aanvraag toch geen bevoegd gezag is.
Het bestuursorgaan dat advies geeft op onderdelen van een vergunning heeft geen specifieke toezicht- en handhavingsbevoegdheden. Een adviesorgaan dat instemming heeft verleend kan een mede-handhavingsbevoegdheid hebben. Dan is zowel het bevoegd gezag als het bestuursorgaan dat de instemming heeft gegeven bevoegd tot handhaven (mede-handhavingstaak). Deze gevallen staan in artikel 13.3 van het Omgevingsbesluit. In de regels is geen nadere werkwijze vastgelegd. Bevoegd gezag en instemmingsorgaan dienen hierover dus nadere samenwerkingsafspraken te maken.
Wanneer een lager bevoegd gezag taken uitvoert die bij een hoger bevoegd gezag horen te liggen (zoals in het geval dat een gemeente taken van een provincie of het rijk waarneemt), zonder hiervoor een dienstverleningsovereenkomst gesloten te hebben, hebben gemeenten de bevoegdheid om toezicht en handhaving over te dragen aan het ‘nieuwe’ bevoegde gezag voor de zogenaamde magneetactiviteiten. Dit kan alleen met instemming van het ontvangende orgaan. Dit is de flexibiliteitsregeling en sluit aan bij het beginsel ‘eens bevoegd gezag, altijd bevoegd gezag’.
4.2Algemene regels en zorgplichten onder de Omgevingswet
Voor meer activiteiten geldt straks een algemene zorgplicht, een algemeen verbod of een specifieke zorgplicht. Toezicht en handhaving op de zorgplicht vereist een andere werkwijze dan toezicht en handhaving op regels: regels zijn immers (vaak) helder en duidelijk, terwijl de zorgplicht ruimte laat voor discussie over het wel of niet daaraan voldoen.
4.3 Evaluatie en monitoring
Aangezien de stelselwijzigingen veel vragen van zowel inwoners, bedrijven als de gemeentelijke organisatie neemt de gemeente Oosterhout in het uitvoeringsprogramma extra uren op om deze veranderende manier van werken de komende jaren regelmatig te evalueren en te monitoren.
Hoofdstuk 3:
Artikel 4.
Toezicht en handhaving onder de Omgevingswet
Onderdeel van Bijlagenbundel Vergunningen-, Toezicht- en Handhavingsbeleid -2030