Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3:

Artikel 5.

Toezicht op de Omgevingswettaken

Onderdeel van Bijlagenbundel Vergunningen-, Toezicht- en Handhavingsbeleid -2030

5.1 Vergunningentoezicht onder de Omgevingswet De Omgevingswet maakt een onderscheid tussen toezicht op de omgevingsvergunning voor Omgevingsplanactiviteit en de omgevingsvergunning voor de Bouwactiviteit. 5.1.1 Toezicht op de omgevingsvergunning voor de Omgevingsplanactiviteit Wij houden toezicht op de uitvoering van werkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning voor de Omgevingsplanactiviteit noodzakelijk is. Dit gebeurt door controles tijdens de uitvoeringsfase van werken. Zo waarborgen we dat onder andere een ruimtelijke en cultuurhistorische basiskwaliteit van de bebouwde en onbebouwde omgeving wordt bereikt. Structureel Omgevingsvergunningen voor bouwwerkzaamheden controleren wij tijdens de uitvoering. Nadruk bij deze controles heeft de naleving van de vergunningvoorschriften voor de omgevingsplanactiviteit, Omgevingsvergunningen voor een monument controleren wij op het voldoen aan de voorschriften. Locaties waar vergunningen voor omgevingsplanactiviteiten geweigerd/buiten behandeling zijn gelaten controleren wij, indien nodig, op eventuele illegale bouw en Tijdelijke vergunningen controleren wij na afloop van de instandhoudingtermijn. Reactief Toezicht en handhaving op basis van klachten en meldingen gerelateerd aan (het ontbreken van) een omgevingsvergunning. 5.1.2 Toezicht op de omgevingsvergunning voor de Bouwactiviteit Wij houden toezicht op de uitvoering van werkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning voor de Bouwactiviteit noodzakelijk is (gevolgklasse 2 en 3). Dit gebeurt door tijdens de uitvoeringsfase van werken door controles te waarborgen dat o.a. een bouwkundige, (brand)veilige, milieukundige basiskwaliteit van de bebouwde en onbebouwde omgeving wordt bereikt. Voor toezicht tijdens de bouw- of realisatiefase hebben we een toezichtprotocol uitgewerkt. Het landelijke toezichtprotocol (LTP) van de Vereniging BWT Nederland is de basis voor het gemeentelijk protocol. We gebruiken checklisten vanuit het protocol. Op onderdelen waaraan een bouwplan intensiever wordt getoetst, wordt ook intensiever toezicht gehouden. Structureel Omgevingsvergunningen voor bouwwerkzaamheden controleren wij tijdens de bouw op basis van de vergunningvoorschriften per bouwcategorie en de daarin opgenomen controlepunten per bouwfase. Nadruk bij deze controles zijn de constructieve veiligheidseisen van een bouwwerk. Omgevingsvergunningen voor een monument en reclame controleren wij op het voldoen aan de voorschriften. Locaties waar vergunningen geweigerd/buiten behandeling zijn gelaten controleren wij indien nodig op eventuele illegale bouw en Tijdelijke vergunning controleren wij na afloop van de instandhoudingtermijn. Reactief Toezicht en handhaving op basis van klachten en meldingen gerelateerd aan (het ontbreken van) een omgevingsvergunning. 5.2 Meldingentoezicht onder de Omgevingswet 5.2.1 Melding bouwactiviteit (gevolgklasse 1) Bij bouwen onder kwaliteitsborging gaat een meldingsplicht worden ingevoerd voor bouwwerken die niet vergunningvrij zijn en vallen onder gevolgklasse 1. In de bouwmelding moet de initiatiefnemer van het bouwen aan het bevoegd gezag melden welk instrument wordt toegepast en welke kwaliteitsborger toeziet op de bouw. Ook moet de melder een risicobeoordeling en een borgingsplan overleggen bij de melding. De melding moet uiterlijk 4 weken voor start bouw worden ingediend. De gemeente Oosterhout zal steekproefsgewijs toetsen of de aangeleverde stukken goed zijn aangeleverd. De steekproef zal bestaan uit een mix van verschillende kleinere en grotere projecten. 5.2.2 Gereedmelding Na afronding van de bouwfase is de uitvoerder verplicht een gereedmelding in te dienen. Deze verplichting geldt voor alle omgevingsplanactiviteiten. Voor bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 1 bevat deze melding ook een dossier bevoegd gezag en een verklaring van de kwaliteitsborger. Voor zowel de melding bouwactiviteit als de gereedmelding geldt dat handhaving volgt als er geen correcte melding wordt ingediend. Handhaving is en blijft namelijk een bevoegdheid van de gemeente. De werkwijze bij de handhaving gebeurt in lijn met onze prioritering (zie Hoofdstuk 7). 5.2.3 Sloopmelding Toezicht op de bedrijfsmatige verwijdering van asbest is een (milieu)taak die de OMWB uitvoert. Dit betreft een basistaak die verplicht is overgedragen. Afhankelijk van de risicoklasse (1, 2 of 3) van een asbestverwijdering wordt een percentage van de locatie gecontroleerd aan de hand van een landelijk vastgestelde checklist. Daarnaast wordt de administratieve afhandeling beoordeeld in het kader van ketentoezicht. Het toezicht op de fysieke sloop (na verwijdering asbest) is een taak waarvoor wij als gemeente nog steeds verantwoordelijk zijn en hebben uitbesteed aan de OMWB. Dit betreft met name een controle op het daadwerkelijk slopen van het pand en de administratieve verwerking van gegevens in de gemeentelijk systemen. Als een sloopveiligheidsplan noodzakelijk is, wordt gecontroleerd of volgens dit plan gewerkt wordt. Daarnaast zorgen controles in de sloopfase ervoor dat gebouwen op een veilige en milieuverantwoorde wijze worden gesloopt, met inachtneming van geldende wet- en regelgeving. Toezicht op basis van de sloopmelding zonder asbest vindt enkel plaats bij volledige sloop in het kader van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). 5.2.4 Melding brandveilig gebruik De gemeente is bevoegd gezag en voert regie op de behandeling van de melding. Voor de benodigde technisch inhoudelijke expertise kan de gemeente een beroep doen op ondersteuning vanuit de VRMWB. 5.3 Toezicht tijdens de gebruiksfase 5.3.1 Toezicht op brandveiligheid De inzet op het gebied van brandveiligheid richt zich met name op het verbeteren van het brandveilig gebruik van bestaande gebouwen. Dit betekent dat er periodiek aandacht wordt besteed aan de brandveiligheid van gebouwen met een hoog risico. De VRMWB voert het toezicht uit op brandveiligheid. Eventuele handhaving voeren wij vervolgens zelf uit. De kans op brand en de daaruit voortkomende gevolgen worden in belangrijke maten bepaald door de mensen die in een bouwwerk verblijven. Door in te zetten op gedrag en bewustzijn bevordering worden gebouwgebruikers ondersteund in het veilig gebruiken van hun bouwwerken. Gebruiksfuncties met een verhoogd risico krijgen hierbij extra aandacht. Voor de benodigde technisch inhoudelijke expertise kan de gemeente een beroep doen op ondersteuning vanuit de VRMWB. Eventuele handhaving voeren wij vervolgens zelf uit. In afstemming tussen gemeente en VRMWB wordt bepaald welke bouwwerken of doelgroepen in het jaarlijkse uitvoeringsprogramma worden opgenomen. 5.3.2 Toezicht op milieubelastende activiteiten De OMWB houdt voor ons het toezicht op alle milieubelastende activiteiten. De OMWB is een gemeenschappelijke ambtelijke dienst van de regio Midden- en West-Brabant. Deze houdt in opdracht van de gemeenten toezicht op de naleving van milieuregels bij bedrijven door het uitvoeren van controles en het zo nodig opleggen van sancties bij overtredingen. Wanneer de milieuvergunning is verleend of de melding Activiteitenbesluit wordt geaccepteerd, worden de controles door de OMWB ingepland en uitgevoerd. Structureel vindt overleg plaats met de OMWB (voor de milieu- en bodemtaken) en de veiligheidsregio (voor de brandveiligheidstaken). Toezichtprogramma’s worden zoveel mogelijk afgestemd. Op basis van het integrale handhavingsbeleid kiezen we ervoor de periodieke (milieu)controles tijdens de gebruiksfase zo veel mogelijk integraal uit te voeren. De bevindingen worden, afhankelijk van het dossier, afgestemd met OMWB, Politie, Vreemdelingenpolitie, Belastingdienst, Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant, Waterschap, de douane, Koninklijke marechaussee, Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit of Algemene Inspectiedienst (extern). 5.4 Projectmatig toezicht onder de Omgevingswet Als er vanuit bestuurlijke wensen of calamiteiten bepaalde thema’s, objecten en/of gebieden een hoge prioriteit krijgen en projectmatig opgepakt worden, werken wij dit uit in het jaarverslag en zo nodig in het uitvoeringsprogramma. In het jaarverslag nemen wij op met welke (onvoorziene) ontwikkelingen we te maken hebben gekregen en in het uitvoeringsprogramma nemen we de werkwijze en de beschikbare middelen voor het projectmatige toezicht op. 5.5 Integraal projectmatig toezicht openbare orde en veiligheid De aanpak van georganiseerde criminaliteit vraagt om een stevige aanpak van zowel de gemeente als het OM, de belastingdienst en de politie. Het effectief bestrijden vraagt veel meer dan alleen een strafrechtelijke invalshoek. Een integrale aanpak dus, vanuit strafrecht, fiscaalrecht en bestuursrecht met als doel het verstoren van criminele handel, vitale elementen, logistieke processen en gelegenheidsstructuren. In Oosterhout worden als onderdeel van deze aanpak integrale multidisciplinaire controles gepland en uitgevoerd in verschillende samenwerkingsverbanden. 5.5.1 Gemeentelijke Carrouselacties Op lokaal niveau werkt de gemeente Oosterhout samen met politieteam Dongemond en woningbouwcorporatie Thuisvester in de carrousel aanpak. Doel van deze aanpak is het gezamenlijk voorkomen en terugdringen van overlast en criminaliteit binnen de woon- en leefomgeving in de gemeente Oosterhout. Bedrijven of particulieren worden bezocht bij signalen van misstanden. Er kan hier namelijk sprake zijn van ondermijning. Er wordt onder andere gecontroleerd op basis van omgevingsplanregels, (illegale) bewoning, uitkeringsfraude en brandveiligheid. Medewerkers bouwtoezicht en -handhaving zorgen voor de verantwoording en verslaglegging. Ook de aanschrijvingen op grond van illegale bewoning (omgevingsplanregels) of brandveiligheid worden verzorgd door de medewerkers van bouwtoezicht en -handhaving. Bij een vondst van (grote) hoeveelheden drugs of middelen voor productie van drugs leidt het tot een last onder dwangsom of sluiting van een woning of lokaal op basis van artikel 13b Opiumwet. De acties hiervoor worden gedaan door medewerkers van veiligheid. 5.5.2 Baronie Interventie Team (BIT) De gemeente Oosterhout maakt deel uit van het Baronie Interventie Team (BIT). Dit is een samenwerking met diverse partners waaronder gemeenten in het district4Altena, Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Breda, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Oosterhout,en Zundert., politie en OM. Deze samenwerking heeft een preventief karakter. Deze acties zijn vooral bedoeld om een betere en veilige leef- en werkomgeving te creëren in de wijk. Daarnaast kan het BIT worden ingezet als instrument om ondermijning tegen te gaan. Het gaat om: Het integraal uitoefenen van toezicht op en handhaving van wettelijke en lokale regelgeving, het voorkomen en signaleren van strafbare feiten en het handhaven van de openbare orde en veiligheid, ieder op basis van eigen toegekende wettelijke bevoegdheden en verantwoordelijkheden. De handhaving en het toezicht richten zich onder andere op het verzamelen van indicaties op, of signalering van strafbare feiten. Denk hierbij onder andere aan controles op onrechtmatige bewoning, illegale hennepkwekerijen, illegale werknemers, mensenhandel, strijdig gebruik, verleende vergunningen en ontheffingen, milieuregels, uitkeringsfraude, overtreding of fraude op belastingwetgeving, illegaal aftappen elektra en gas en strafrechtelijke overtredingen. Daarnaast controleren we regelmatig op kamerverhuur, horeca, smart- grow- en headshops en belwinkels. Per casus wordt in onderling overleg een strategie naar de meest effectieve en efficiënte aanpak opgesteld, waarbij noodzakelijk verder onderzoek wordt overgedragen aan de betreffende verantwoordelijke afdelingen in de organisaties van de partners. Een professionele aanpak en professioneel overheidsoptreden naar inwoners en bedrijven. Het benutten en bevorderen van elkaars netwerk, ervaring en expertise. Het op basis van ervaringen en inzicht vanuit de uitvoering, doen van beleidsvoorstellen aan de verschillende partners. 5.5.3 Overlast gevende panden Op basis van een intensieve en integrale samenwerking tussen gemeente, politie en woningbouwcorporaties willen we een einde maken aan structurele en/ of ernstige overlast die wordt ervaren door bewoners. De overlast is divers van aard en wordt onder andere veroorzaakt door: • Te veel bewoners in een pand, • Drugsoverlast, • Vervuiling, • Illegale inschrijvingen BRP, • Strijdig gebruik op basis van het bestemmingsplan. In veel situaties blijkt een gesprek op locatie tijdens de controles voldoende om de overlast te beëindigen of kan er via een andere discipline vanuit het netwerk worden ingeschakeld. Denk hierbij aan het Zorg - en Veiligheidshuis, Bemoeizorg of Instituut Maatschappelijk Werk. 5.5.4 Aanpak soft- en harddrugs De hoofddoelstelling van de bestuurlijke drugsaanpak is, om door middel van een intensieve aanpak, het aantal gebruik, verkoop en productielocaties en de daarmee gepaard gaande overlast, gevaarzetting (vooral brand- en elektrocutiegevaar) en verloedering terug te dringen. Door bestuursrechtelijke, strafrechtelijke, fiscaalrechtelijke en privaatrechtelijke maatregelen op elkaar af te stemmen, wordt het wegnemen van factoren en gelegenheidsstructuren van de georganiseerde hennepteelt bevorderd. Voor de toepassing van artikel 13b Opiumwet is een werkproces aanwezig, waarin de taken en verantwoordelijkheden van de betrokken medewerkers op functieniveau beschreven zijn. 5.5.5 Vervuilde woningen Er zijn diverse partijen betrokken bij het plan van aanpak rondom vervuilde woningen. Medewerkers bouwtoezicht, boa’s, juridische zaken, medewerkers van de gemeentewerf en de GGD zijn verantwoordelijk voor de aanpak van ernstige vervuiling. En in het geval van een huurwoning ook Thuisvester. De gemeente heeft een bevel nodig om binnen te kunnen treden in de woning. De burgemeester mag met een bestuursrechtelijke gedragsaanwijzing ingrijpen als bewoners hinder in en om hun woning veroorzaken. Het is per situatie afhankelijk wanneer en op welke manier dit gebeurd. Samen met de boa’s worden door de medewerker bouwtoezicht eerste controles gedaan in en om de woning. Bij aanpak van een casus moet vooraf duidelijk zijn wie in de lead is. In de meeste gevallen zal dit een medewerker bouwtoezicht zijn. In bepaalde gevallen kan dit ook de GGD zijn. De medewerker bouwtoezicht zorgt voor de aanschrijving. Juridische zaken adviseert op de achtergrond en controleert de aanschrijving indien gewenst. De GGD moet bij alle vervuilingen betrokken worden, omdat er vaak meerdere problemen spelen en vervuiling vaak alleen een uiting van het probleem is. Bij verzameldrang moet de GGD betrokken worden, omdat zij hierin geschoold zijn. De GGD is verantwoordelijk voor de zorg gedurende het traject. Zij kijken niet alleen naar de vervuiling maar ook naar de aanwezige gezondheidsrisico’s die door de vervuiling ontstaan. De GGD mag alleen met vrijwillige toestemming van de bewoner binnentreden, dus samenwerking met de gemeente is noodzaak. De GGD geeft opdracht aan een schoonmaakbedrijf.

Rechtspraak bij dit artikel