**1..** Het College is bevoegd een omgevingsvergunning voor een activiteit in te trekken, indien gedurende één jaar of gedurende de in de omgevingsvergunning bepaalde langere termijn na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning.
**2..** Van de bevoegdheid zoals genoemd in het eerste lid van dit artikel wordt direct na één jaar of gedurende de in de omgevingsvergunning bepaalde langere termijn na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning gebruik gemaakt indien zich urgente en/of zwaarwegende belangen voordoen.
Onder ‘urgente en zwaarwegende belangen’ wordt onder andere verstaan dat de verleende omgevingsvergunning in strijd is met latere wijzigingen in wet- en regelgeving, beleidsregels of planologische voorschriften, waardoor de ontwikkeling in de fysieke leefomgeving wordt belemmerd of beperkt. Onder planologische zwaarwegende belangen wordt in dit kader een situatie verstaan waarbij voor het gebied waarbinnen het vergunde object is gesitueerd een wijziging van het Omgevingsplan in voorbereiding is en het vergunde object het toekomstig planologisch kader frustreert. Hierbij moet ten minste sprake zijn van een ontwerp-wijzigingsplan welk op grond van artikel 4.14 Ow ter inzage is gelegd en is gepubliceerd.
**3..** Dit artikel is tevens van toepassing in het geval van een onherroepelijke omgevingsvergunning met samenhangende activiteiten. Dit kan resulteren in een gehele of gedeeltelijke intrekking van de omgevingsvergunning.
**4..** Indien is vastgesteld dat zich een situatie voordoet als genoemd in voorgaande leden van dit artikel, zal aan de vergunninghouder een voornemen tot intrekking van de omgevingsvergunning bekendgemaakt worden conform de procedure zoals bedoeld in Artikel 4 van dit beleid.
**5..** In het geval er een zienswijze is ingediend wordt bekeken of de ingediende zienswijze aanleiding geeft tot het gunnen van een ruimere termijn waarbinnen met de activiteit een begin moet zijn gemaakt. Deze ruimere aan de vergunninghouder te verlenen termijn bedraagt nooit meer dan één jaar, gerekend vanaf de datum waarop het college het definitieve besluit aan de vergunninghouder bekendmaakt.
Artikel 2:
Intrekkingsregeling indien geen gebruik wordt gemaakt van de omgevingsvergunning en zich urgente en/of zwaarwegende belangen voordoen.
Onderdeel van Beleidsregels intrekken omgevingsvergunningen onder de Omgevingswet